Kleine pages, vuurvlinders, blauwtjes

De Lycaenidae is een familie van vlinders die de kleine pages (Theclinae), vuurvlinders (Lycaeninae) en blauwtjes (Polyommatinae) omvat. Het zijn kleine tot middelmatig grote vlinders met een spanwijdte van 15 tot 80 mm. Mannetjes zijn het kleurrijkst waarbij alle kleuren uit de regenboog voorkomen. Vrouwtjes zijn dof gekleurd. De verschillende soorten zijn vaak alleen te herkennen aan het vlekkenpatroon aan de onderkant van de vleugels. Voor een goede determinatie is een foto van onder- en bovenkant meestal wel nodig.

Kleine pages hebben vaak een klein staartje bij de binnenrandhoek van de achtervleugel. De belangrijkste kenmerken voor determinatie zitten aan de onderkant en dan met name op de achtervleugel. Op de onderzijde zit een kenmerkende, fijne en witte lijntekening. Verder zijn ze soms moeilijk te vinden, omdat ze zich vaak ophouden boven in struiken of bomen.

Groentje – 2008 (NL)

Het groentje (Callophrys rubi) is een dagvlinder die van eind april tot half juli in één generatie rondvliegt. De vlinder is redelijk eenvoudig te determineren. De bovenkant is donkerbruin en de onderkant groen waarbij de ogen wit omrand zijn. Waardplant: brem, braam, bosbes, sporkehout, dopheide en struikheide. Engelse benaming: Gren hairstreak. Friese benaming: Grienjurkje.

Eikenpage – 2017 (NL)

De eikenpage (Favonius quercus) is een dagvlinder die van begin juli tot eind augustus in één generatie rondvliegt. De vlinder is redelijk eenvoudig te determineren waarbij vooral de blauwpaarse glans op zowel voor- als achtervleugel bij het mannetje opvalt. Bij het vrouwtje is alleen op de voorvleugel een blauwpaarse vlek te zien. Waardplant: zomereik. Engelse benaming: Purple hairstreak. Friese benaming: Ikepaazje

Goudgerande page – 2017 (CO)

De goudgerande page (Rekoa palegon) is een page die in het Noorden van Zuid-Amerika voorkomt. Deze page heb ik dan ook gespot in Medellin (Colombia). De onderkant van de vleugels is grijs met daar op een patroon van oranjebruine lijnen en een oranjebruine buitenrand. De bovenkant is bruinachtig met een blauwe glans aan de binnenzijde van de vleugels. Bij het mannetje is de blauwe kleur meer aanwezig. De naam heeft deze page te danken aan die oranje gele buitenrand. Waardplant: composietenfamilie waaronder aster, madeliefje. Engelse benaming: Gold-bordered hairstreak. Friese benaming: –

Sleedoornpage – 2018 (FR)

De sleedoornpage (Thecla betula) zit net als de eikenpage (Neozephyrus quercus) veelal in de toppen van de bomen. In het Noorden van Nederland komt deze page nagenoeg niet voor. Op vakantie in Frankrijk in de Vendée kwam ik deze mooie oranje vlinder dan ook voor het eerst voorbij. De bovenkant van de vleugels zijn donkerbruin. Bij het vrouwtje bevindt zich op de voorvleugel een grote opvallende, niervormige oranje vlek. De onderkant van de vleugels is lichtbruin tot oranje met een oranje band over de achtervleugel langs de vleugelrand. Opvallend zijn de twee witte dwarslijnen op de onderkant van de achtervleugel waarvan de binnenste vanaf de vleugelrand tot halverwege de vleugel loopt. Tussen die witte dunne lijnen zit een donkere oranje band. Aan de achtervleugel bevindt zich een vrij groot, opvallend staartje. De vliegperiode is in één generatie van juli tot in oktober. Waardplant: sleedoorn. Engelse benaming: Brown hairstreak. Friese benaming: krikelbeampaazje.

 

Voor een juiste determinatie van vuurvlinders is het belangrijk om goed op de onderkant van de vleugels te letten. Met name bij vrouwtjes, die soms moeilijk te herkennen zijn, is dit van belang. Vuurvlinders zijn vaak vuurrood aan de bovenkant van de vleugels en bij vele soorten ligt er nog een violette kleur over de vleugels heen.

Kleine vuurvlinder – 2016 (NL)

De kleine vuurvlinder (Lycaena phlaeas) is een dagvlinder en vliegt gedurende het jaar in drie generaties rond, van eind april tot eind juni, van eind juni tot begin oktober en van begin september tot eind oktober. Determinatie is redelijk eenvoudig waarbij de bovenkant van de achtervleugel lichtgrijs of donker (zomervorm) is met een oranjerode band in de binnenste randzone. De bovenkant van de voorvleugel is oranjerood met zwarte stippen en met een donkere rand. Waardplant: schapenzuring. Engelse benaming: Small copper. Friese benaming: Lytse fjoerflinter.

Bruine vuurvlinder – 2017 (NL)

De bruine vuurvlinder (Lycaena tityrus) is een dagvlinder die schaars voorkomt in Nederland. Deze standvlinder vliegt in één of meerdere generaties rond van april tot oktober. Het vrouwtje heeft aan de onderkant van de voorvleugel een oranje gloed wat bij het mannetje ontbreekt. Waardplant: schapenzuring. Engelse benaming: Sooty copper. Friese benaming: Brune fjoerflinter.

Mijn ervaring is dat de determinatie van de blauwtjes erg moeilijk is wanneer je niet weet waar je op moet letten. Een belangrijk aspect is dat de onderkant van de voorvleugel wit, grijs of lichtbruin (nooit oranje) is met zwarte stippen of donkere strepen. Een tweede belangrijke aspect is de aan- of afwezigheid van een wortelvlek aan de onderkant van de voorvleugel. Daarnaast spelen de aanwezigheid van een middenvlek op de bovenkant van de vleugels, wel of geen voortzetting van oranje maanvlekken op de onderkant en de witte of geblokte franjes een extra rol om tot de juiste soort te komen.

Adonisblauwtje – 2007 (FR)

Het adonisblauwtje (Lysandra bellargus) is een dagvlinder die voornamelijk voorkomt in Zuid- en Midden-Europa en in twee generaties rondvliegt van eind april tot oktober. De bovenkant van het mannetje is glanzend hemelsblauw met een zeer smalle zwarte rand. Het vrouwtje heeft oranje maanvlekken aan de bovenkant van de vleugels welke verder vaak donkerbruin zijn met een blauwe bestuiving. Waardplant: paardenhoefklaver en bont kroonkruid. Engelse benaming: Adonis blue. Friese benaming: –

Tijgerblauwtje – 2007 (FR)

Het tijgerblauwtje (Lampides boeticus) is een dagvlinder die voornamelijk in Zuid-Europa voorkomt in meerdere generaties van maart tot september. De onderkant van de achtervleugel heeft een duidelijke witte band in het zoomveld en verder talrijke smalle witte lijntjes. Op de bovenkant bij de basis zit een prominente zwarte vlek en één daarnaast bij de binnenrandhoek. Mannetjes zijn meer paarsblauw en vrouwtjes bruin met een blauwe bestuiving. Waardplant: blazenstruik. Engelse benaming: Long-tailed blue. Friese benaming: Tigerblaujurkje.

Boomblauwtje – 2009 (NL)

Het boomblauwtje (Celastrina argiolus) is een dagvlinder die in twee tot drie generaties rondvliegt van maart tot september. Deze soort is redelijk eenvoudig te herkennen. De bovenkant van het mannetje en vrouwtje zijn violetblauw waarbij de mannetjes een smalle zwarte rand langs de vleugels hebben en de vrouwtjes een brede zwarte rand. De onderkant is wit tot zilverblauw met kleine zwarte stipjes. Waardplant: sporkehout, wegedoorn, klimop, grote kattenstaart, struikhei, hulst en vlinderstruik. Engelse benaming: Holly blue. Friese benaming: Sprakelbeamblaujurkje.

Klein tijgerblauwtje – 2010 (FR)

Een variant op het gewone tijgerblauwtje is het kleine tijgerblauwtje (Leptotes pirithous). Deze dagvlinder vliegt in meerdere generaties rond van maart tot oktober en eigenlijk alleen in Zuid-Europa. De onderkant van de achtervleugel is bruingrijs met onregelmatige witte lijnen en zonder de duidelijke witte band zoals het gewone tijgerblauwtje wel heeft. De bovenkant van het mannetje is paarsblauw terwijl het vrouwtje blauw is met brede bruine randen en donkerbruine vlekken. Waardplant: mannentrouw, indigostruik en bonen. Engelse benaming: Lang’s short-tailed blue. Friese benaming: Lyts tigerblaujurkje.

Vale grasblauwtje – 2010 (JP)

Het vale grasblauwtje (Zizeeria maha) is een kleine vlinder die ik Japan gespot heb en ook niet in Europa voorkomt. Er is erg weinig bekend over deze vlinder die familie is van het donkere grasblauwtje en het Afrikaans grasblauwtje. Waardplant: klaverzuring. Engelse benaming: Sallow grass blue. Friese benaming: –

Icarusblauwtje – 2011 (NL)

Een soort die vaak wordt aangezien voor andere is het icarusblauwtje (Polyommatus icarus). Dit meest algemene blauwtje vliegt in één to meerdere generaties in de periode van april tot oktober rond. De bovenkant is bij het mannetje blauw en bij het vrouwtje bruin vaak met een violetblauwe waas. Op de onderkant van de voorvleugel bevinden zich twee wortelvlekken waarmee deze vlinder goed te onderscheiden is van andere soorten. Waardplant: rolklaver en hopklaver. Engelse benaming: Common blue. Friese benaming: Ikarusblaujurkje.

Heideblauwtje – 2017 (NL)

Het heideblauwtje (Plebejus argus) is een erg klein blauwtje welke veelal in ” één generatie rondvliegt van mei tot augustus. Deze dagvlinder is redelijk lastig te herkennen waarbij de zwarte zoomvlekken op de onderkant van de voorvleugel meestal als een soort vraagteken zijn getekend. Het mannetje is aan de bovenkant violetblauw met meestal brede donkere randen. Op de onderkant van de voorvleugel zijn geen wortelvlekken aanwezig. Waardplant: struikhei. Engelse benaming: Silver-studded blue. Friese benaming: Heideblaujurkje.

Vals tijgerblauwtje – 2017 (CO)

Het vals tijgerblauwtje (Leptotes cassius) komt in subtropische gebieden voor. Ik heb deze dan ook gespot in Medellin (Colombia). Aangezien voor deze vlinder geen Nederlandse benaming gevonden kon worden, heb ik hem tot vals tijgerblauwtje gedoopt. Hij lijkt erg op zijn familielid het klein tijgerblauwtje (Leptotes pirithous) die in het Middellandse zeegebied voorkomt. De Latijnse naam ‘cassius’ betekent ‘vals’. Het vals tijgerblauwtje heeft geen kleine staartjes aan de achtervleugel en heeft op deze vleugel aan de onderkant twee zwarte achterrandvlekken waar het kleine tijgerblauwtje daar nog oranje omheen heeft. Verder is een duidelijke witte zoom net voor de maanvlekken te zien waar bij zijn familielid daar nog bruine vlekken te zien zijn. Het mannetje is aan de bovenkant paarsblauw en het vrouwtje wit met zwartbruine randen en vlekken. De bovenkant van de achtervleugel is voornamelijk wit. Waardplant: mannentrouw, erwt en boon. Engelse benaming: Cassius blue. Friese benaming: –

Geraniumblauwtje – 2019 (MN)

Een blauwtje dat oorspronkelijk uit Zuid-Afrika komt, zich wat meer over Europa heeft uitgespreid, maar in Nederland zelden wordt gespot, is het geraniumblauwtje (Cacyreus marshalli). Ik heb dit blauwtje dan ook niet in Nederland gespot, maar in Montenegro waar ik op vakantie was. De onderkant van de vleugels is het meest kenmerkend. Die zijn bruinwit gemarmerd. De achtervleugel heeft een klein staartje in de binnenrandhoek en daar bevinden zich ook opvallende vlekken. De bovenkant van beide vleugels is bruin en de franje is krachtig wit met donkerbruine bandjes. De vliegperiode voor Nederland is juli en augustus. Waardplant: geranium, ooievaarsbek, reigersbek. Engelse benaming: Geranium bronze. Friese benaming: Geraniumblaujurkje.