De Grapholitini is een stam binnen de onderfamilie Olethreutinae die onder de familie bladrollers (Tortricidae) valt. De stam omvat ongeveer 900 soorten met een wereldwijde verspreiding, bestaande uit 42 geslachten, waarvan in Europa onder andere Cydia, Dichrorampha, Grapholita en Pammene voorkomen. De larven boren zich in vruchten, wortels en scheuten waardoor deze groep veel plaagsoorten omvat. Kenmerkende eigenschappen van de stam zijn onder andere een achtervleugel met aders A4 en A3 die aan de basis ver uit elkaar liggen en een gereduceerd dorsaal complex in de mannelijke genitaliën.
Geslacht: Cydia
Fruitmot – 2017 (NL)
(NCBI-index: 82600)
De fruitmot (Cydia pomonella), ook wel appelbladroller genoemd, heeft een grijze voorvleugel met dunne bruinachtige dwarslijnen. Aan de buitenzijde heeft deze bladroller een koperachtig of goudkleurig oog met een driehoekige zwarte streep in het midden. De fruitmot is verantwoordelijk voor de wormstekigheid in appels en peren. Vandaar dat de appels aan de fruitboom in mijn tuin vaak ook deze rare plekken hebben. De vliegtijd is in één, soms twee generaties van mei tot oktober en de spanwijdte bedraagt 14-22 mm. De rupsen voeden zich met het fruit. Waardplant(en): appel, peer. Engelse benaming: Codling Moth. Friese benaming: –
Vliegperiode:

Geslacht: Cydia
Erwtenbladroller – 2020 (NL)
(NCBI-index: 753170)
Een soort waar je op moet letten om hem niet te verwarren met een soort uit een ander geslacht is de erwtenbladroller (Cydia nigricana). Hij lijkt erg op de zwarte rozenbladroller (Grapholita tenebrosana). Beide hebben een uniforme voorvleugel die grijsbruin tot donkerbruin is en soms geelgrijs is. Vlak bij de voorrand, dicht bij de vleugelpunt, zie je een paar korte witte strepen afgewisseld met zwarte vlakken. De achtervleugel van de erwtenbladroller is donkerbruin met contrasterende witte franjes. De zwarte rozenbladroller heeft een vaal grijsbruine achtervleugel en de witte strepen bij de voorrand zijn minder duidelijk zichtbaar. De palpen van de erwtenbladroller zijn aan de bovenkant gevlekt vaalbruin of donkergrijs en aan de onderkant wit. Bij de zwarte rozenbladroller zijn ze volledig wit. De vliegperiode is van mei tot augustus in één generatie en de spanwijdte bedraagt 12-16 mm. De larven voeden zich in de peulen. Waardplant(en): erwt. Engelse benaming: Pea Moth. Friese benaming: –
Vliegperiode:

Geslacht: Cydia
Oranje eikenbladroller – 2020 (NL)
(NCBI-index: 1.869771)
De voorvleugel van de oranje eikenbladroller (Cydia amplana) is oranjebruin, bij de vleugelpunt aan de binnenrand donkerbruin en een crème-kleurige vlek halverwege dicht bij de binnenrand. Langs de voorrand zijn afwisselend lichte en donkere korte strepen te zien. De vliegperiode is van juli tot vroeg in oktober in één generatie en de spanwijdte bedraagt 16-20 mm. De larven voeden zich met noten. Waardplant(en): eik, walnoot, beuk en hazelaar. Engelse benaming: Rusty Oak Moth. Friese benaming: –
Vliegperiode:

Geslacht: Cydia
Gewone spiegelmot – 2024 (NL)
(NCBI-index: 1.100963)
De kastanjeboom biedt in sommige landen, bv. Portugal, enorme economische, sociale, culturele en ecologische voordelen en draagt bovendien bij aan het karakteristieke landschap. De gewone spiegelmot (Cydia splendana), wordt beschouwd als een ernstige plaag voor de landbouw en tast de kwaliteit en kwantiteit van de kastanjevruchten aan. De vleugelwortel van de voorvleugel is grijsachtig gespikkeld. Halverwege de vleugel loopt een grijswitte dwarsband die in het midden iets nauwer wordt. De oogcel is groot, geflankeerd door een metaalachtig loden vlek, en bevat vier of vijf zwarte streepjes. Vanuit de binnenrandhoek loopt een zwarte vlek in de vorm van een driehoek langs de binnenkant van de oogcel. De vliegperiode is in één generatie van juli tot begin oktober en de spanwijdte bedraagt 12-16 mm. Waardplant(en): eik, tamme kastanje, walnoot. Engelse benaming: Marbled Piercer. Friese benaming: –
Vliegperiode:

Geslacht: Dichrorampha
Margrietwortelmot – 2019 (NL)
(NCBI-index: 1.869808)
Een bladroller die op het eerste gezicht een beetje een grijs uiterlijk heeft, maar bij nader inzien toch een variatie aan strepen en kleuren vertoont. De margrietwortelmot (Dichrorampha acuminatana) heeft een donkerbruine voorvleugel, soms met een lichtpaarse of roze gloed. Verder is de vleugel gespikkeld met een vaag geelbruine en brede bruinwitte bijna driehoekige vlek. Er zitten drie tot zes zwarte stippen op de buitenrand van de vleugel en de franjes zijn glanzend donkergrijs met een centrale witte band. De rups voedt zich met de wortel van zijn waardplant en daarom staat er geen bladroller in de naamgeving. De vliegperiode is in twee generaties, van april tot september, en de spanwijdte bedraagt 10-15 mm. Waardplant(en): margriet. Engelse benaming: Sharp-winged Drill. Friese benaming: –
Vliegperiode:

Geslacht: Dichrorampha
Witvlekwortelmot – 2024 (CH)
(NCBI-index: 1.211811)
Met veel moeite en geduld is het uiteindelijk gelukt om een goed beeld te krijgen van de witvlekwortelmot (Dichrorampha ligulana). De basiskleur van de voorvleugel is olijfgroen tot leemgeel. Vanuit de wortelpunt wordt het aantal donkergekleurde vlekken meer en dichter opeen. In het zoomveld zijn loodgrijze glimmende vlekken te zien. Opvallende kenmerken zijn de zwarte stippen langs de achterrand, de witte vlekken langs de voorrand en de onregelmatige witte vlek halverwege de vleugel die vanuit de binnenrand tot halverwege de vleugel loopt. De achtervleugels zijn effen bruin. De vliegperiode is van april tot september en de spanwijdte bedraagt 13-16 mm. Waardplant(en): wormkruid, duizendblad. Engelse benaming: White-spot Yarrow Moth. Friese benaming: –
Vliegperiode:

Geslacht: Grapholita
Sergeant-majoortje – 2025 (NL)
(NCBI-index: 1.660645)
Een heel gemakkelijk te herkennen soort. Het sergeant-majoortje (Grapholita compositella) heeft een geheel zwartbruine voorvleugel met halverwege langs de binnenrand een grote witte vlek die tot midden van de vleugel loopt. In die vlek zijn 3 dunne zwartbruine lijntjes zichtbaar. Langs de voorrand zijn meerdere witte vlekken aanwezig. De achtervleugel van het mannetje is wit, waarbij de vleugelpunt en achterrand donkerder zijn. De vliegperiode is twee generaties, van mei tot augustus, en de spanwijdte bedraagt 8-10 mm. Waardplant(en): klaver, gewone rolklaver. Engelse benaming: Meadow Tortrix. Friese benaming: –
Vliegperiode:

Geslacht: Pammene
Gewone dwergbladroller – 2017 (NL)
(NCBI-index: 1.101027)
De gewone dwergbladroller (Pammene fasciana) heeft een witte grondkleur, met aan de binnenzijde van de vleugel een dwarsband van kleine zilvergrijze streepjes en aan de buitenzijde een bruine kleur. De vliegtijd is van juni tot augustus en de spanwijdte bedraagt 13-17 mm. De larven voeden zich door in de vrucht van de boom te boren. Waardplant(en): eik, tamme kastanje. Engelse benaming: Acorn Piercer. Friese benaming: –
Vliegperiode:

Geslacht: Pammene
Morgenroodbladroller – 2020 (NL)
(NCBI-index: 1.870148)
Zomers loop ik regelmatig langs de beplanting in mijn tuin om eventuele microvlinders te spotten. Soms heb je geluk en zie je plotseling een nieuwe soort zitten. Zo ook bij de morgenroodbladroller (Pammene aurita). Deze bladroller is overwegend bruin tot oranjebruin, met een grote vaalgele vlek bij de binnenrand halverwege de voorvleugel. De binnenrandhoek is donkerder gekleurd en langs de voorrand zijn korte witte vlekjes te zien. De vliegperiode is één generatie, van juli tot september, en de spanwijdte bedraagt 14-15 mm. De larven voeden zich met spinsel in de zaden. Waardplant(en): plataan. Engelse benaming: Sycamore Piercer. Friese benaming: –
Vliegperiode:

Geslacht: Pammene
Populierendwergbladroller – 2023 (NL)
(NCBI-index: 1.858052)
In de zomer ga ik vaak na het avondeten nog even wandelen in een natuurgebied. Wanneer je goed oplet, kom je vaak ook microvlinders tegen die tegen de schemer uit hun schuilplaats komen. Een opvallende verschijning is de populierendwergbladroller (Pammene populana) vanwege zijn grote witte vlek op de verder overwegend donkerbruine voorvleugel. De witte vlek bij de binnenrand is afgezet met een donkere band. Langs de voorrand zijn een paar korte crèmekleurige bandjes te zien. De vliegperiode is in één generatie van juli tot half september en de spanwijdte bedraagt 10-13 mm. Waardplant(en): wilg. Engelse benaming: Pigmy Y Piercer. Friese benaming: –
Vliegperiode:

Geslacht: Pammene
Haakjesdwergbladroller – 2026 (NL)
(NCBI-index: 1.870149)
De kop van de haakjesdwergbladroller (Pammene germmana) is bleek geelbruin en het borststuk is grijsbruin. De voorvleugels zijn zwartachtig met veel witte voorrandhaakjes die langs de gehele voorrand van de vleugel lopen. De twee gekromde blauwglanzende dwarslijnen vallen bijna niet op. In de vleugelpunt is een opvallende zwarte oogvlek aanwezig. De haakjesdwergbladroller lijkt op de beukenbladroller (Strophedra weirana), maar die heeft minder witte voorrandhaakjes en geen duidelijke oogvlek. De vliegperiode is in een generatie van mei tot juni en de spanwijdte bedraagt 11-13 mm. Waardplant: eik, meidoorn. Engelse benaming: Dark Oak Tortrix. Friese benaming: –
Vliegperiode:



















































































































