Acronictinae

De Acronictinae zijn een onderfamilie van de uilen (Noctuidae). De voorvleugels zijn gevlekt grijs, bruin en wit, en soms geel en groen, en versierd met zwarte aders. Het hoofd en de borst zijn harig en de ogen zijn haarloos. Bij sommige soorten zijn de zwarte ontwerpen in de vorm van een drietand of een letter uit het Griekse alfabet (psi). De volwassen motten hebben de meeste karakteristieke eigenschappen gemeen, waardoor determinatie moeilijk is.

 

Geslacht: Acronicta

Bont schaapje – 2017 (NL)
(NCBI-index: 987859)

Het bont schaapje (Acronicta aceris) heeft een brede voorvleugel en een lichtgrijze grondkleur. De vleugel is bruingrijs gespikkeld met een S-vormige dwarslijn. Aan de binnenzijde van deze dwarslijn ligt een smalle zoom van kleine lichtgekleurde blokjes. In het wortelveld is meestal een zwarte wortelstreep zichtbaar. Het bont schaapje vliegt in één generatie van mei tot augustus en heeft een spanwijdte van 34-45 mm. Waardplant(en): diverse loofbomen. Engelse benaming: The Sycamore. Friese benaming: Bûnt skiepke.

Vliegperiode:

 

Geslacht: Acronicta

Schaapje – 2017 (NL)
(NCBI-index: 987862)

Het schaapje (Acronicta leporina) valt het meest op door zijn witte grondkleur en de tekening op het borststuk. Wanneer je daar naar kijkt lijkt het net of je het de kop van een schaap ziet. Op de witte vleugels zit een fijne grijze bestuiving. Vlakbij de nagenoeg niet opvallende witte niervlek is een zwarte tekening bij de vleugelrand te zien in de vorm van een S. Verder zijn op de vleugels hier en daar zwarte V-vormen te zien. De vliegperiode is van mei tot oktober in twee generaties en de spanwijdte bedraagt 35-45 mm. Waardplant(en): berk en els. Engelse benaming: The Miller. Friese benaming: Skiepke.

Vliegperiode:

 

Geslacht: Acronicta

Zuringuil – 2018 (NL)
(NCBI-index: 753146)

De zuringuil (Acronicta rumicis) is een middelgrote uil die het best te herkennen is aan de krijtwitte vlekjes langs de binnenrand van de voorvleugel. De vleugel is verder onregelmatig zwart gespikkeld en heeft een onduidelijke zwartachtige tekening op een grijze vleugel. De niervlek en ringvlek zijn duidelijk zwart omlijnd. De vliegperiode is van half april tot in oktober, in twee en soms drie generaties, en de spanwijdte bedraagt 30-35 mm. Waardplant(en): zuring, weegbree, hop, duinroos, braam en meidoorn. Engelse benaming: Knot Grass. Friese benaming: Soerstâleûltsje.

Vliegperiode:

 

Geslacht: Acronicta

Psi-uil – 2018 (NL)
(NCBI-index: 987865)

Een uil die moeilijk te onderscheiden is van twee andere uilen is de psi-uil (Acronicta psi). Deze uil lijkt heel veel op de drietand (Acronicta tridens) en de grote drietand (Acronicta cuspis) . De drietand is vrij zeldzaam in Nederland en daarmee een hint dat mijn gespotte exemplaar toch een psi-uil is. Om zeker te zijn kan het beste een genitaliënonderzoek gedaan worden. De bovenkant van de voorvleugel is grijs met bruinige tinten en het meest opvallend zijn de langgerekte strepen in de vorm van een speerpunt (drietand). De ringvlek is omlijnd met een dunne zwarte lijn die doorloopt naar de niervlek. Bij het uiteinde van de vleugel is een dunne, zwarte, hoekige dwarslijn te zien. De vliegperiode is in twee generaties, van half april tot in september, en de spanwijdte bedraagt 34-40 mm. Waardplant(en): sleedoorn, meidoorn, appel, berk, linde, iep en lijsterbes. Engelse benaming: Grey Dagger. Friese benaming: Psyûltsje.

Vliegperiode:

 

Geslacht: Craniophora

Schedeldrager – 2017 (NL)
(NCBI-index: 938226)

De schedeldrager (Craniophora ligustri) heeft een voorvleugel met een grondkleur van zwartgroen. De bovenkant van de voorvleugel heeft een patroon van purperachtige bruine en olijfgroene vlekken en dwarslijnen. Aan de buitenzijde van de niervlek is een grote witachtige vlek te zien. Bij sommige exemplaren is die witte vlek nagenoeg afwezig. De vorm van het kroontje blijft vaak zichtbaar. Op de bovenkant van het borststuk bevindt zich een tekening in de vorm van een schedel die niet altijd goed te zien is. De spanwijdte bedraagt 30-35 mm en de vliegperiode loopt van half april tot eind september in twee generaties. Waardplant(en): es en liguster. Engelse benaming: The Coronet. Friese benaming:

Vliegperiode:

 

Geslacht: Moma

Gevlekte groenuil – 2021 (NL)
(NCBI-index: 997521)

De gevlekte groenuil (Moma alpium) is de enige groen-zwart-witte uil die in de zomer vliegt. De korstmosgroene voorvleugel heeft een witachtige voorrand en twee witachtige lengtestrepen. De zwarte tekening bestaat ruwweg uit drie dwarsbanden, waarvan die in het wortelveld en die in het zoomveld meestal het sterkst aanwezig zijn. Langs de achterrand bevinden zich twee bruine vlekken. De spanwijdte bedraagt 30-35 mm en de vliegperiode loopt van mei tot in augustus in één generatie. Waardplant(en): eik, beuk en berk. Engelse benaming: Scarce Merveille du Jour. Friese benaming: Bûnt grienûltsje.

Vliegperiode:

 

Geslacht: Simyra

Kleine rietvink – 2020 (NL)
(NCBI-index: 988038)

Qua kleur en uiterlijk zou je de kleine rietvink (Simyra albovenosa) niet direct bij deze familie verwachten, maar eerder bij de familie van de grasuilen. De voorvleugel is lichtgekleurd en vanuit het wortelveld loopt een zwarte veeg over de vleugel; in het zoomveld zijn ook nog één of twee donkere vegen te zien. De achtervleugel is zuiver wit. Daarmee is hij ook te onderscheiden van de gelijkende grijze grasuil (Mythimna pudorina), die een grijsachtig bruine achtervleugel heeft, en de spitsvleugelgrasuil (Mythimna straminea), die donkere aders en een rij zwarte streepjes op de achtervleugel heeft. De spanwijdte bedraagt 32-40 mm en de vliegperiode loopt van april tot half september in twee generaties. Waardplant(en): riet, grote wederik, waterzuring, pluimzegge, galigaan en wilg. Engelse benaming: Reed Dagger. Friese benaming: Lytse reidspinner.

Vliegperiode:

 

Geslacht: Subacronicta

Schilddrager – 2017 (NL)
(NCBI-index: 1.870728)

De schilddrager (Subacronicta megacephala) lijkt erg veel op de zuringuil (Acronicta rumicis) en behoort tot de familie nachtvlinders. De zuringuil heeft een duidelijke witte vlek bij de binnenrand van de voorvleugel die bij de schilddrager ontbreekt. De voorvleugel is vrij breed en heeft een afgeronde vleugelpunt. De lichte ringvlek is meestal goed te onderscheiden en de niervlek is nagenoeg onopvallend. De kleur van de voorvleugel is grijsachtig crèmewit, maar kan ook wat bruiner zijn, met zwarte tinten. De achtervleugel is bij het mannetje witachtig en bij het vrouwtje grijs. De vliegperiode is van april tot september en de spanwijdte bedraagt 40-44 mm. Waardplant(en): populier en wilg. Engelse benaming: Poplar Grey. Friese benaming: Skylddrager.

Vliegperiode: