De Eucosmini is een stam binnen de onderfamilie Olethreutinae die onder de familie bladrollers (Tortricidae) valt. Het is een grote stam met ongeveer 1650 beschreven soorten, bestaande uit 55 geslachten, waarvan in Europa onder andere Epiblema, Epinotia, Eucosma, Notocelia en Spilonota voorkomen. De grootste diversiteit is te vinden in de koudere delen van het noordelijk halfrond, hoewel leden van de stam wereldwijd voorkomen. De larven zijn bladrollers, bladspinners of stengel- en wortelboorders. Een mogelijke kenmerkende eigenschap van de stam is de basis van ader A4, die in de achtervleugel naar de gesteelde basis van ader A3 buigt.
Geslacht: Epiblema
Distelzadelmot – 2017 (NL)
(NCBI-index: 1.100980)
De distelzadelmot (Epiblema scutulana) is een mot die erg lastig te onderscheiden is van de Zuidelijke distelzadelmot en de variabele zadelmot. Het is een vrij donkere mot met een opvallende witte vlek in het midden van de vleugels. Dit is het best te zien wanneer de mot in rusthouding zit. Het lijkt dan net een zadel waar hij zijn naam ook aan te danken heeft. Bij sommige exemplaren zie je dat de witte vlek meer een witte band is. De vliegtijd is in één generatie, van mei tot en met juni, en de spanwijdte bedraagt 18-23 mm. De larven leven in de stengels en de wortels. Waardplant(en): knikkende distel, speerdistel, klis en knoopkruid. Engelse benaming: Thistle Bell. Friese benaming: –
Vliegperiode:

Genus: Epiblema
Hoefijzermot – 2020 (NL)
(NCBI-index: 1.100979)
Het meest opvallende aan de hoefijzermot (Epiblema foenella) is de witte, soms grijze, gekromde vlek dicht bij de achterrand. Van bovenaf lijkt het net een wit hoefijzer op de verder paarsbruine tot roodbruine vleugel. Vlak bij de binnenrandhoek zit een vale ronde vlek met daarin vaak drie of vier zwarte of bruine stippen. Soms ontbreekt de witte markering ook. De vliegperiode is van eind juni tot september in één generatie en de spanwijdte bedraagt 17-26 mm. Larven voeden zich in de wortels en stengels van de waardplant. Waardplant(en): bijvoet. Engelse benaming: White-foot Bell. Friese benaming: –
Vliegperiode:

Geslacht: Epinotia
Witte oogbladroller – 2020 (NL)
(NCBI-index: 1.594293)
De witte oogbladroller (Epinotia bilunana) is bijna geheel crème-wit tot grijswit en verder spaarzaam zwart gespikkeld. Bij de binnenrand zit op 1/3 een zwarte vlek die aan het uiteinde donker en scherp getekend is. Vlak voor de binnenrandhoek zit nog een opvallend zwart vlak. De vliegperiode is van juli tot oktober in één generatie en de spanwijdte bedraagt 13-17 mm. De larven voeden zich met de katjes van een berk. Waardplant(en): berk. Engelse benaming: Crescent Bell. Friese benaming: –
Vliegperiode:

Geslacht: Epinotia
Fraaie oogbladroller – 2020 (NL)
(NCBI-index: 1.666554)
De oranjebruine of roodbruine kleur op de voorvleugel van de fraaie oogbladroller (Epinotia cruciana) maakt dat deze soort goed te herkennen is. Halverwege de voorvleugel zit een lichte dwarsband die opvalt tegen de lichtbruine basis. Bij de voorrand dicht bij de vleugelpunt zit een witte vlek die in grootte kan variëren. De vliegperiode is van mei tot begin augustus in één generatie en de spanwijdte bedraagt 12-15 mm. De larven voeden zich met bij elkaar gesponnen bladeren. Waardpant(en): wilg. Engelse benaming: Willow Tortrix. Friese benaming: –
Vliegperiode:

Geslacht: Epinotia
Oranje oogbladroller – 2023 (NL)
(NCBI-index: 1.594292)
In tegenstelling tot wat men in eerste instantie zou denken op basis van de naam, heeft deze niets te maken met de kleur van de ogen. Met het “oog” wordt gedoeld op een donkere vlek op de voorvleugel nabij de vleugelpunt. Deze is vaak bruin, zwart of juist donkeroranje, zoals bij de oranje oogbladroller (Epinotia abbreviana). De oranje oogbladroller is variabel in kleur en tekening. De voorvleugel is oranjebruin tot donkerroodbruin, met een crèmekleurige of geelbruine dwarsband die op 1/3 halverwege een scherpe hoek naar binnen maakt. Vanuit de binnenrandhoek loopt nog een smalle witte band richting de voorrand die bedekt is met zilverkleurige schubben. Bij de voorrand zijn verder een aantal gepaarde witte bandjes te zien die vooral nabij de vleugelpunt duidelijk opvallen. De vliegperiode is in één generatie van mei tot augustus en de spanwijdte bedraagt 12-16 mm. Waardplant(en): iep. Engelse benaming: Brown Elm Bell. Friese benaming: –
Vliegperiode:

Geslacht: Epinotia
V-oogbladroller – 2025 (NL)
(NCBI-index: 1.660628)
In gebieden waar hazelaar en els groeien, kun je de v-oogbladroller (Epinotia tenerana) ook tegenkomen. Het is een vrij algemene soort in Nederland. De voorvleugel is oranjebruin of donkerbruin, overgoten met geelbruin, met een witachtige, vierkante vlek met fijne bruinachtige lijntjes op de rug, ter hoogte van ongeveer de helft. De binnenrand van de witte vlek is scherp begrensd en staat bijna loodrecht op de rug. De vlek is soms diagonaal verbonden met een witachtige vlek bij de voorrand om een dwarsband te vormen, die in het midden is ingesnoerd. De oogcel is zwak en bevat drie of vier zwarte streepjes; deze zijn vaak gereduceerd of afwezig. Eén vorm is onduidelijk getekend, waarbij de witachtige kleur is vervangen door licht oranjebruin. De vliegperiode is één generatie, van halverwege juni tot eind september, en de spanwijdte bedraagt 12-16 mm. Waardplant(en): hazelaar, els. Engelse benaming: Nut Bud Moth. Friese benaming: –
Vliegperiode:

Geslacht: Epinotia
Elzenoogbladroller – 2026 (NL)
(NCBI-index: 1.594295)
De kop, het borststuk en de voorvleugels van de elzenoogblaroller (Epinotia immundana) zijn donkergrijsbruin tot zwartbruin en voorzien van vuilwitte vlekken. De schouderdeksels zijn soms okerkleurig. Op de voorvleugels bevindt zich een opvallende, trechtervormige witte zadelvlek. Deze wordt aan de binnenzijde begrensd door zwarte schubben en aan de buitenzijde door oranjebruine schubben. Soms is daarnaast een vaalgrijze knoopvlek zichtbaar. De voorrandhaakjes liggen in een okerkleurig gebied. In de eerste helft van de voorrand zijn ze breed en weinig duidelijk afgetekend, terwijl ze in de tweede helft paargewijs voorkomen en van kleur variëren van vuilwit tot lichtgrijs. Verder is een zwartachtige oogvlek aanwezig. De soort vliegt van april tot september in twee elkaar overlappende generaties. De spanwijdte bedraagt 12–16 mm. Waardplant(en): ruwe berk, zwarte els, witte els. Engelse benaming: Common Birch Bell. Friese benaming: –
Vliegperiode:

Geslacht: Epinotia
Berkenoogbladroller – 2026 (NL)
(NCBI-index: 1.594294)
De kop van de berkenoogblaroller (Epinotia demarniana) is beige tot bleek grijsbruin. Het borststuk is grijsachtig vermengd met roomwitte schubben, meestal met een wit middenrugdeel. De voorvleugels zijn grijsbruin en met name in de eerste helft grijsachtig bestoven. Karakteristiek is de geknikte lichtgrijze dwarsband die bij de voorrand soms grotendeels verdonkerd is en aan de achterrand volledig wit is. Hierdoor lijkt het alsof de soort een witte zadelvlek heeft. De buitenste helft van de voorvleugel is okerkleurig of oranjebruin met brede, witte en in paren gelegen voorrandhaakjes die blauwgrijs uitlopen richting een vaalwitte tornusvlek. De franjerand is zwart. De vliegperiode is van half mei tot half juli in één generatie en de spanwijdte bedraagt 12-17 mm. Waardplant: berk, els. Engelse benaming: Blotched Tortrix. Friese benaming: –
Vliegperiode:

Geslacht: Eucosma
Distelknoopvlekje – 2020 (NL)
(NCBI-index: 1.100988)
Het distelknoopvlekje (Eucosma cana) heeft een grijsbruine tot donkerbruine voorvleugel overgoten met witbruine of geelbruine vlekken. Langs de voorrand is vanaf de basis een bruine streek tot halverwege de vleugel te zien. Naar de vleugelpunt toe zijn er dan nog drie kleine bruine vlekjes te zien. Vanaf de voorrand loopt halverwege een bruine band over de vleugel richting de binnenrand. De vliegperiode is van mei tot augustus in één generatie en de spanwijdte bedraagt 16-23 mm. De larven voeden zich met de bloemknoppen en zaden van de waardplant. Waardplant(en): distel en zwart knoopkruid. Engelse benaming: Hoary Bell. Friese benaming: –
Vliegperiode:

Geslacht: Gypsonoma
Loofboombladroller – 2019 (NL)
(NCBI-index: 1.594308)
Een variabele van kleur zijnde bladroller is de loofboombladroller (Gypsonoma dealbana) die op een zomeravond gewoon bij mij op de bladeren van de vlinderstruik neerstreek. De kop van deze bladroller is bruin, soms gemengd met wat grijswit. De voorvleugel is wit met een donkergrijze basis en zwarte vlekjes. Op 2/3 zit een duidelijk zwart streepje in het midden van de vleugel. Bij de vleugelpunt zitten oranjebruine vlekken. De vliegperiode is van mei tot augustus in één generatie en de spanwijdte bedraagt 11-14 mm. De larven voeden zich met de knoppen, jonge scheuten en spinnen dan bladeren bij elkaar. Waardplant(en): eik, berk, populier, meidoorn. Engelse benaming: Common Cloaked Shoot. Friese benaming: –
Vliegperiode:

Geslacht: Notocelia
Hermelijnbladroller – 2018 (NL)
(NCBI-index: 1.101023)
Het meest opvallende aan de hermelijnbladroller (Notocelia cynosbatella) zijn de palpen die een gele tot oranjeachtige kleur hebben. Een derde van de voorvleugel is zwart tot bruinachtig en de rest van de vleugel is roomachtig wit met hier en daar een lichtgrijze of bruine vlek. Aan het uiteinde van de vleugels zit een smalle strook die grijsbruin is. De vliegperiode is in één generatie van mei tot en met juli en de spanwijdte bedraagt 16-22 mm. De larven voeden zich in bloemknoppen, jonge scheuten of tussen de bladeren. Waardplant(en): rozen, appelboom, perenboom, meidoorn, haagbeuk en eik. Engelse benaming: Yellow-faced Bell. Friese benaming: –
Vliegperiode:

Geslacht: Notocelia
Bramenbladroller – 2020 (NL)
(NCBI-index: 1.594315)
De bramenbladroller (Notocelia uddmanniana) is eenvoudig te herkennen aan de donkerbruine boogvormige vlek aan de binnenrand van de verder grijze voorvleugel. Deze donkerbruine vlek is wit omlijnd. Op 1/3 bevindt zich een donkergrijze band die zich uitstrekt richting de voorrand. Langs de voorrand is een donkergrijze band te zien die langzaam richting de bruine vlek afbuigt. Langs de achterrand van de vleugel is een lichtbruine zone te zien. De vliegperiode is van half mei tot in oktober en de spanwijdte bedraagt 15-20 mm. De larven voeden zich met een spinsel. Waardplant(en): braam, framboos. Engelse benaming: Bramble Shoot Moth. Friese benaming: –
Vliegperiode:

Geslacht: Notocelia
Rozenhermelijnbladroller – 2021 (NL)
(NCBI-index: 1.594313)
De voorvleugel van de rozenhermelijnbladroller (Notocelia roseacolana) is wit en deels loodgrijs gevlekt, vooral aan de vleugelwortel. Langs de voorrand vanaf de vleugelpunt tot halverwege zie je donkergrijze driehoekige vlekken met daartussen smalle grijze, soms lichtbruine smalle lijntjes. In het zoomveld bevindt zich een rij kleine zwarte stippen. In de grijze vlek dicht bij de achterrand is vaag een bruine vlek te zien met aan de rand van de vlek een zwart vlekje. De rozenhermelijnbladroller lijkt erg op de breedgehaakte hermelijnbladroller (Notocelia trimaculana), maar is meestal groter en heeft een bredere voorvleugel. Daarnaast is de voorvleugel vaak bleker van kleur en zijn de vlekjes bij de voorrand fijner en schuiner. De spanwijdte bedraagt 15-20 mm en de vliegperiode is in één generatie van eind mei tot in augustus. Waardplant(en): meidoorn. Engelse benaming: Common Rose Bell. Friese benaming: –
Vliegperiode:

Geslacht: Notocelia
Scherpe hermelijnbladroller – 2021 (NL)
(NCBI-index: 1.101024)
De scherpe hermelijnbladroller (Notocelia roborana) lijkt heel erg op de rozenhermelijnbladroller (Notocelia roseacolana), maar is groter en heeft minder grijze vlekken en zwarte markeringen op de voorvleugel. De wortel van de voorvleugel is grijs, waarbij het grijze vlak een beetje schuin wegloopt en daarna met een boog naar de voorrand afbuigt. Bij de rozenhermelijnbladroller is dat meer in een rechte lijn. Langs de achterrand, vlak bij de binnenrandhoek, zit een donkergrijze vlek met daarin een zwart vlekje. De spanwijdte bedraagt 18-21 mm en de vliegperiode duurt één generatie van midden juni tot augustus. Waardplant(en): roos. Engelse benaming: Summer Rose Bell. Friese benaming: –
Vliegperiode:

Geslacht: Notocelia
Vierkantvlekbladroller – 2024 (CH)
(NCBI-index: 1.594314)
De voorvleugel van de vierkantvlekbladroller (Notocelia tetragonana) is relatief breed en zwartbruin, met blauwgrijze metaalachtige reflecties en een verstrooiing van geelbruine schubben. Dit zie je vooral in de buitenste helft van de vleugel. Halverwege de vleugel, langs de binnenrand, is een opvallende, hoekige witte vlek te zien. De vliegperiode is in één generatie, van juni tot en met juli, en de spanwijdte bedraagt 13-16 mm. Waardplant(en): wilde roos, braamstruik. Engelse benaming: Square-spot Bell. Friese benaming: –
Vliegperiode:

Geslacht: Rhopobota
Topspinnertje – 2015 (NL)
(NCBI-index: 572892)
Het topspinnertje (Rhopobota naevana) heeft een lichtgrijze of lichtbruine grondkleur met op de bovenkant twee bredere dwarsbanden die donkerder gekleurd zijn. De vliegtijd is in één generatie, van juli tot september, en de spanwijdte bedraagt 12-16 mm. Waardplant(en): sleedoorn, meidoorn, peer, lijsterbes, sering, haagbeuk, blauwe bosbes en rode bosbes. Engelse benaming: Holly Tortrix. Friese benaming: –
Vliegperiode:

Geslacht: Rhyacionia
Gewone dennenlotboorder – 2019 (NL)
(NCBI-index: 1.101046)
Een goed te determineren en opvallende verschijning is de gewone dennenlotboorder (Rhyacionia buoliana). Deze bladroller lijkt erg op de rode dennenlotboorder (Rhyacionia pinicolana), maar wanneer je goed naar het onregelmatige witte lijnenpatroon kijkt, zie je bij de rode dennenlotboorder een boogvormige tekening aan het uiteinde van de achterrand die niet doorloopt naar het midden. Bij de gewone dennenlotboorder loopt die witte lijn door naar de vleugelpunt. De voorvleugel is verder helder oranje van kleur, soms een beetje doordrenkt met geelbruin of roodbruin. De vliegperiode is van juni tot augustus in één generatie en de spanwijdte bedraagt 16-24 mm. De larven boren zich in de scheuten. Waardplant(en): grove den. Engelse benaming: Pine Shoot Moth. Friese benaming: –
Vliegperiode:

Stam: Eucosmini
Geslacht: Spilonota
Rode knopbladroller – 2018 (NL)
(NCBI-index: 572898)
De rode knopbladroller (Spilonota ocellana) is een bladroller die moeilijk te onderscheiden is van de lariksbladroller (Spilonota laricana). Eigenlijk is een genitaliënonderzoek nodig, maar het is eventueel te herkennen doordat de lariksbladroller smallere voorvleugels heeft, grijzer is en meer zwarte vlekken vertoont. De voorvleugel van de rode knopbladroller is wit, soms vaal geelbruin, met een grijze, diffuse kleur. Vanuit de wortelbasis is de voorvleugel tot een derde zwartbruin en de rest wit. Meestal zit er een zwarte driehoekige markering vlakbij de vleugelpunt. Vanuit de vleugelpunt naar de binnenrand zijn loodgrijze vlekken te zien. In rusthouding kun je vanaf boven, na die grijze markeringen, een donkere vlek zien. De vliegperiode is in één generatie van mei tot september en de spanwijdte bedraagt 12-17 mm. De larven voeden zich met de verse knoppen die in het voorjaar tot ontwikkeling komen. Waardplant(en): eik, berk, lijsterbes. Engelse benaming: Bud Moth. Friese benaming: –
Vliegperiode:

Stam: Eucosmini
Geslacht: Zeiraphera
Grootkopbladroller – 2021 (NL)
(NCBI-index: 1.101070)
De grootkopblaroller (Zeiraphera isertana) lijkt erg op de grijze lariksbladroller (Zeiraphera griseana). Het verschil zit in de lichte vlek halverwege de vleugel aan de binnenrand die zich uitbreidt richting de voorrand. Bij de grootkopbladroller loopt die vlek nooit voorbij het midden, terwijl die bij de lariksbladroller daaraan wel voorbijgaat. Daarnaast is de grootkopbladroller kleiner en heeft kortere vleugels. De voorvleugel is verder zwart of zwartbruin met witte of grijze markeringen. De vliegperiode is in één generatie van mei tot september en de spanwijdte bedraagt ongeveer 17 mm. Waardplant(en): eik. Engelse benaming: Cock’s-head Bell. Friese benaming: –
Vliegperiode:































































































































