Grasmineermotten

De grasmineermotten (Elachistidae) vormen een familie van kleine vlinders waarvan het overgrote deel in het stadium van rups een levenswijze kennen van bladmineerder. Deze motten worden vooral geïnventariseerd door de mijnen in het blad te zoeken. Deze motten behoren bij de microvlinders en worden gezien als nachtvlinders. De rusthouding is verschillend per onderfamilie. Bij sommige soorten is dit in een horizontale positie met overlappende vleugels, bij andere weer dakvormig. De lengte van de voorvleugel varieert van 3 tot 17 mm. Er is geen specifiek verschil in patroon op de vleugels. De Agonopterix en Depressaria zijn meer wit, grijs, zwart of bruin gekleurd met zwarte stippen of streepjes als markering. Elachista zijn meer wit met stippen of zwart met lichte dwarsbanden.

Bonte kaartmot – 2018 (NL)

De meest algemene soort binnen de grasmineermotten is de bonte kaartmot (Agonopterix ciliella). Deze mot lijkt erg op de gewone kaartmot. Het verschil is het beste te zien in de vleugelfranje. Bij de gewone kaartmot lopen slechts één of twee donkere banden waar bij de bonte kaartmot aan de binnen en buitenzijde twee banden lopen met daar tussen vijf lichtere banden. Ook de poten verschillen. Bij de bonte kaartmot zijn de laatste segmenten donker gekleurd terwijl dit bij de gewone kaartmot lichtgekleurd is. De vliegperiode is van augustus tot mei. Waardplant: engelwortel, pastinaak, berenklauw. Engelse benaming: – Friese benaming: –

Kleine zwartwitmot – 2018 (NL)

De kleine zwartwitmot (Ethmia quadrillella) heb ik per toeval gespot. Na het fotograferen van een spanner, die op het doek was geland bij een nachtvlindersessie, bleek bij controleren van de foto een paar dagen later dat er nog een kleine opvallende mot op de foto stond. De voorvleugel heeft een patroon van witte en zwarte vlakken. De vleugelpunt is zwart met nog een zwarte strook die van voorrand naar het midden van de vleugel loopt. Dichter bij de binnenrand zitten twee zwarte stippen. De vliegperiode is van mei tot augustus in één generatie. Waardplant: gewone smeerwortel. Engelse benaming: Comfrey ermel. Friese benaming: –

Vale bremkaartmot – 2018 (FR)

De vale bremkaartmot (Agonopterix scopariella) wordt in Nederland maar weinig gezien. Deze grasmineerder is gebonden aan zonnige plekken waar veel bremstruiken staan. Op mijn vakantie in de Vendée, waar het op dat moment dik 30 °C was, dus in een ideale omgeving. De bovenkant van de vleugels zijn helder geelbruin tot crèmekleurig met veel donkere spikkels. Op de vleugel zit een zwarte vlek met daar vlak naast een wit vlekje waarvan de rand roodbruin is. Daarnaast is nog een tweede wit vlekje te zien. De twee witte vlekjes zijn een markering om hem te onderscheiden van de distelkaartmot (Agonopterix subpropinquella). Vlakbij de grotere zwarte markering zitten, richting de vleugelbasis, twee iets duidelijkere zwarte stipjes. De vliegperiode is van augustus tot april. Waardplant: brem. Engelse benaming: Broom flat-body. Friese benaming: –

Spitse kaartmot – 2018 (FR)

Een grasmineerder die niet erg vaak in Nederland wordt gezien is de spitse kaartmot (Agonopterix nervosa). De bovenkant van de voorvleugel zijn zacht bruin tot iets lichtgelig waarbij een strook langs de voorrand van de vleugel opvallend lichter gekleurd is. In het midden van de vleugel zit een lichte langwerpige vlek. De ringvlek het dichtst bij de vleugelbasis is zwart en de andere is wit met een roodbruine omranding. Vlakbij de witte ringvlek zit een roodbruine langwerpige vlek. De franje van de vleugel is veel donkerder dan de vleugel zelf en de vleugelpunt is vrij puntig. De vliegperiode is in één generatie van juni tot in september. Waardplant: brem. Engelse benaming: Gorse tip moth. Friese benaming: –

Roodvlekkaartmot – 2019 (NL)

De roodvlekkaartmot (Agonopterix ocellana) heeft zijn naam te danken aan de rood, grijsbruine vlek halverwege de vleugel. Tevens is een roodachtige korte streep en een rood omcirkelde witte stip op 3/5 van de vleugel. Verder is de vleugel vaal zandbruin van kleur met zwarte spikkels. De vliegperiode is gedurende het gehele jaar in één generatie. Waardplant: wilg. Engelse benaming: Red-letter flat-body. Friese benaming: –

Bleke kaartmot – 2019 (NL)

De voorvleugel van de bleke kaartmot (Agonopterix arenella) is vaal zandbruin en soms gevlekt roodbruin met een fijne zwarte spikkeling. Op 1/3 van de vleugel zijn twee schuine zwarte stippen te zien en een zwarte stip op de helft van de vleugel. Tussen de zwarte stippen bevinden zich donkergrijze vlekken en meerdere grijze markeringen langs de voorrand van de vleugel. Langs de achterrand zijn meerdere zwarte stipjes te zien. De vliegperiode is gedurende het gehele jaar in één generatie. Waardplant: distels. Engelse benaming: Brindled flat-body. Friese benaming: –

Pastinaakplatlijfje – 2019 (NL)

Het pastinaakplatlijfje (Depressaria radiella) lijkt veel op het karwijplatlijfje (Depressaria daucella), maar is normaal gesproken groter en heeft langs de achterrand een serie zwarte stippen op de voorvleugel. De voorvleugel is verder vaal grijsbruin, zandkleurig gespikkeld en heeft halverwege een serie zwartachtige strepen in de lengterichting. Op 3/4 zit een dwarsband die iets valer van kleur is. De vliegtijd is van augustus tot in juni in één generatie. Waardplant: berenklauw, pastinaak. Engelse benaming: Parsnip moth. Friese benaming: –

Waddenkaartmot – 2019 (NL)

De maand april leverde toch een aantal nieuwe soorten op in de familie van de grasmineermotten. Aangezien op meerdere websites werd gemeld dat de waddenkaartmot (Agonopterix curvipunctosa) zeldzaam was, twijfelde ik lang aan de juiste naamgeving van deze spot. Overleg met deskundigen bevestigde mijn vermoeden. De voorvleugel is grijsbruin bezaaid met zwarte schubben. De zwarte vlekken zijn zo dicht bij elkaar dat het net een maantje lijkt. De vliegperiode is van augustus tot mei in één generatie. Waardplant: fluitenkruid, kervel. Engelse benaming: Powdered flat-body. Friese benaming: –

Grijsgevlekte grasmineermot – 2019 (NL)

Een paar keer op avond hetzelfde natuurgebied in waar veel begroeiing langs het water staat leverde een aantal nieuwe soorten op. Zo ook de grijsgevlekte grasmineermot (Elachista maculicerusella). Deze grasmineermot wordt meestal aangetroffen in vochtige gebieden zoals bij poeltjes, sloten en meren waar riet groeit. De voorvleugel is wit, soms licht grijsbruin, met een onregelmatige donkerbruine dwarsband halverwege en een lichte vlek op 2/3. De achtervleugels zijn licht okergeel bij het vrouwtje en bij het mannetje wat donkerder en bruiner. De vliegperiode is in één generatie van april tot in augustus. Waardplant: struisgras, kanariegras en riet. Engelse benaming: Triple-spot dwarf. Friese benaming: –

Peenkaartmot – 2019 (NL)

De vleugels van de peenkaartmot (Agonopterix yeatiana) zijn grijsbruin tot bruinwit en  licht van kleur. De stigma is donkerrood omringd met daarboven vaak nog een donkere vlek. De beide ringvlekken zijn klein en zwart. De franje is zwart geblokt en vanaf de franjes lopen enkele vage zwarte lijnen richting de stigma. Langs de achterrand is een rij zwarte stippen te zien. De vliegperiode is gedurende het gehele jaar in één generatie. Waardplant: peen, dolle kervel en selderij. Engelse benaming: Coastal flat-body. Friese benaming: –