Grasmineermotten

De grasmineermotten (Elachistidae) vormen een familie van kleine motten waarvan het overgrote deel in het stadium van rups een levenswijze kennen van bladmineerder. Deze motten worden vooral geïnventariseerd door de mijnen in het blad te zoeken. Deze motten zijn klein en onopvallende, vaak raadselachtig in hun voorkomen en manier van leven. De soorten kunnen vaak herkend worden aan hun gladde kop, lange gekromde palpen en lancetvormige voorvleugel die vaak wit, grijs of zwart met witte vlekken zijn. De spanwijdte bedraagt 6-11mm.

 

Onderfamilie: Agonoxeninae
Geslacht: Blastodacna

Meidoornkwastmot – 2023 (NL)
(NCBI-index: 1.073604)

De meidoornkwastmot (Blastodacna hellerella) lijkt erg op de appelkwastmot (Blastodacna atra), maar is kleiner, lichter gekleurd en heeft geen geelbruine kleur richting de basis van de vleugel. De voorvleugel is donker of zwartbruin met een witte veeg vanaf de vleugelwortel richting de binnenrandhoek. Op 1/3 wordt de witte veeg iets smaller en is een langwerpige zwarte vlek te zien. Op 2/3 is een helder witte, zwart omlijnde, vlek te zien met richting de vleugelpunt een zwarte vlek. Zowel de poten als de naar achteren gerichte lange antennes zijn alternerend zwart en wit gestreept. De vliegperiode is in één generatie van mei tot augustus en de spanwijdte bedraagt 11mm. Waardplant: meidoorn. Engelse benaming: Hawthorn Cosmet. Friese benaming:

Vliegperiode:

 

Onderfamilie: Elachistinae
Geslacht: Elachista

Grijsgevlekte grasmineermot – 2019 (NL)
(NCBI-index: 1.442294)

Een paar keer op avond hetzelfde natuurgebied in waar veel begroeiing langs het water staat leverde een aantal nieuwe soorten op. Zo ook de grijsgevlekte grasmineermot (Elachista maculicerusella). Deze grasmineermot wordt meestal aangetroffen in vochtige gebieden zoals bij poeltjes, sloten en meren waar riet groeit. De voorvleugel is wit, soms licht grijsbruin, met een onregelmatige donkerbruine dwarsband halverwege en een lichte vlek op 2/3. De achtervleugels zijn licht okergeel bij het vrouwtje en bij het mannetje wat donkerder en bruiner. De vliegperiode is in één generatie van april tot in augustus en de spanwijdte bedraagt 10-12mm. Waardplant: struisgras, kanariegras en riet. Engelse benaming: Triple-spot Dwarf. Friese benaming:

Vliegperiode:

 

Onderfamilie: Ethmiinae
Geslacht: Ethmia

Kleine zwartwitmot – 2018 (NL)
(NCBI-index: 1.869869)

De kleine zwartwitmot (Ethmia quadrillella) heb ik per toeval gespot. Na het fotograferen van een spanner, die op het doek was geland bij een nachtvlindersessie, bleek bij controleren van de foto een paar dagen later dat er nog een kleine opvallende mot op de foto stond. De voorvleugel heeft een patroon van witte en zwarte vlakken. De vleugelpunt is zwart met nog een zwarte strook die van voorrand naar het midden van de vleugel loopt. Dichter bij de binnenrand zitten twee zwarte stippen. De vliegperiode is van mei tot augustus in één generatie en de spanwijdte bedraagt 15-19mm. Waardplant: gewone smeerwortel. Engelse benaming: Comfrey Ermel. Friese benaming:

Vliegperiode: