Grasmotten

De grasmotten (Crambidae) zijn een familie van nachtmotten. Hun uiterlijk is zeer variabel en nemen een smalle dichtopeengevouwen houding aan op grasstengels waardoor ze bijna niet opvallen. Het belangrijkste verschil met de lichtmotten (Pyralidae) is de structuur in de oren. Hier worden twee membranen met elkaar verbonden wat ontbreekt bij de lichtmotten. De kleinere grasmotten zijn veelal moeilijk te fotograferen wanneer je niet de juiste lens bij je hebt. Daarnaast vliegen ze vrij snel op of verschuilen zich goed in het gras. Niet alle foto’s zijn even scherp, maar zodra een betere foto gemaakt is volgt een update.

Europese maisboorder – 2009 (NL)

De Europese maisboorder (Ostrinia nubilalis) is een vlinder die in algemeen in Nederland voorkomt. Het mannetje en vrouwtje verschillen qua kleur nog al van elkaar. De bovenkant van de voorvleugel van het mannetje is veelal roodbruin tot bruin en van het vrouwtje geelwit. Aan de buitenkant van de middelste dwarslijn is een gele strook aanwezig. Hij vliegt van juni tot augustus. Waardplant: maïs. Engelse benaming: European corn-borer. Friese benaming: –

Gegolfde lichtmot – 2009 (NL)

Het heeft vrij lang geduurd voordat ik de gegolfde lichtmot (Anania crocealis) op naam heb kunnen brengen. Uiteindelijk de juiste literatuur gekocht waar hij duidelijk in stond. Ook de scherpte en positie van foto nemen hielp niet mee. De basiskleur van de voorvleugel is lichtgeel, soms wat meer donkere exemplaren, met twee bruinige dwarslijnen die over de vleugel slingeren. Bij sommige exemplaren is nog een donkere punt te zien. Deze grasmot vliegt in één generatie van eind mei tot in september. Waardplant: donderkruid en heelblaadje. Engelse benaming: Ochreous pearl. Friese benaming: –

Gewone grasmot – 2009 (NL)

De gewone grasmot (Chrysoteuchia culmella) is één van de meest algemene grasmotten. Hij kan gemakkelijk herkend worden aan zijn één of twee gebogen dwarslijnen en de goudwitte vleugelrand van de voorvleugel. De grondkleur van de vleugels  is lichtgeel met daarop een patroon van bruine lijnen. De gewone grasmot vliegt vooral ‘s nachts van juni tot augustus en rust overdag op grassprieten met zijn kop naar beneden. Waardplant: diverse grassen. Engelse benaming: Garden grass-veneer. Friese benaming: –

Rijstbladroller – 2010 (JP)

De rijstbladroller (Cnaphalocrocis medinalis) is een soort die niet in Europa voorkomt. Ik heb deze grasmot dan ook in Japan gespot tijdens een werkbezoek aan Kyoto. De vleugels zijn bruingeel met twee duidelijk aanwezige donkerbruine dwarslijnen. De franjelijn bestaat uit een bruinige band en de voorrand van de vleugel is bruinzwart. Waardplant: rijst. Engelse benaming: Rice leafroller. Friese benaming: –

Blauwooggrasmot – 2014 (NL)

De blauwooggrasmot (Agriphila straminella) valt op door zijn meestal licht blauwe ogen. Soms zijn de ogen heel erg donker. Mogelijk komt dat ook door het flitsen tijdens het fotograferen. Verder is deze grasmot niet echt spectaculair qua kleur en tekening. Het is een bleke lichtbruine mot met geen specifieke dwarslijnen. De vliegtijd is van juni tot september en zie je vaak opvliegen uit lang gras om daarna snel weer een andere schuilplek te vinden. Waardplant: genaald schapengras. Engelse benaming: Straw grass-veneer. Friese benaming: –

Bleke grasmot – 2015 (NL)

De bleke grasmot (Crambus perlella) komt in 2 vormen voor. De meest voorkomende soort is crème wit met een zijden glans.  De andere soort heeft een bruine grondkleur met een duidelijke witte band in de lengterichting. De vliegtijd is van juli tot september. Waardplant: diverse grassen. Engelse benaming: Satin grass-veneer. Friese benaming: –

Bonte brandnetelmot – 2016 (NL)

De bonte brandnetelmot (Anania hortulata) is een heel opvallende verschijning en één van de grotere soorten binnen de groep grasmotten. De bovenkant van het borststuk is grotendeels geel en de rest van het lijf bestaat uit afwisselende gele en bruine banden. De grondkleur van de vleugels is wit met aan de uiteinden van beide vleugels een band van bruine vlekken. Bijna aan het uiteinde van de vleugels bevindt zich een tweede rij bruine vlekken.  Hij vliegt van juni tot augustus. Waardplant: grote brandnetel. Engelse benaming: Small magpie. Friese benaming: –

Waterleliemot – 2017 (NL)

De waterleliemot (Elophila nympheata) heeft witte vleugels met een tekening van bruine cirkels. De waterleliemot oogt veel bruiner dan zijn soortgenoot de egelskopmot. De waterleliemot kom je vooral tegen in grassoorten vlakbij meertjes, vijvers of sloten. Hij vliegt van juni tot september. Waardplant: fonteinkruid, kikkerbeet en egelskop. Engelse benaming: Brown China-mark. Friese benaming: –

Vroege grasmot – 2017 (NL)

De vroege grasmot (Crambus lathoniellus) is een bruingele mot met witte strepen op de voorvleugel. Deze witte strepen zijn dunner dan bij andere soortgenoten en de mannetjes zijn donkerder dan de vrouwtjes. De vroege grasmot is één van de eerste motten binnen zijn soortgenoten die al rondvliegt. De vliegtijd is van mei tot september. Waardplant: diverse grassen. Engelse benaming: Hook-streak grass-veneer. Friese benaming: –

Kroosvlinder – 2017 (NL)

De kroosvlinder (Cataclysma lemnata) is een kleine mot die veelal bij het water te vinden is. Ik heb hem zelf ook thuis op het witte laken gevangen doordat hij eenvoudig op licht af komt. Het mannetje heeft een witte voorvleugel en het vrouwtje is meer lichtbruin. Beide hebben een opvallende zwarte achterrand op de achtervleugel met daarin blauwachtige stippen. De vliegtijd is van juni tot september. Waardplant: eendenkroos. Engelse benaming: Small China-mark. Friese benaming: –

Vroege granietmot – 2017 (NL)

De vroege granietmot (Scoparia ambigualis) is een moeilijk te determineren soort. De granietmotten lijken veel op elkaar. De vroege granietmot heeft in rustvorm een donkere rij aaneengesloten stippen als dwarslijn dichtbij de vleugelwortel. Naast de verder grijze grondkleur is bij de vleugelrand halverwege de vleugel een soort zwart kruis te zien. De vliegtijd is van mei tot juli en ze zijn overdag voornamelijk op boomstammen of stenen te ontdekken. Waardplant: mossen. Engelse benaming: Common grey. Friese benaming: –

Gewone coronamot – 2017 (NL)

De gewone coronamot (Anania coronata) is een gemakkelijk te herkennen vlinder. De vleugels zijn donkerbruin met daarop een paar grote vaalwitte vlekken. Aan de buitenzijde van die vlekken bevinden zich een aantal kleinere witte vlekjes. De vliegtijd is van juni tot augustus en hij is ‘s nachts actief. Waardplant: es, liguster, sering en vlier. Engelse benaming: Spotted magpie. Friese benaming: –

Muntvlinder – 2017 (NL)

De muntvlinder (Pyrausta aurata) is een kleine opvallend paarse vlinder met een op de vleugel aan de buitenzijde duidelijke ronde goudgele stip. Sommige exemplaren hebben daarnaast enkele kleine goudgele vegen op de  vleugel. De muntvlinder lijkt sterk op de purpermot, maar die heeft geen duidelijke goudgele stip op de vleugel. De purpermot heeft meer geelwitte vlakken en op de achtervleugel is ook een witte band te zien. Die band is bij de muntvlinder geler. Hij vliegt in twee generaties van mei tot september en is overdag ook actief. Waardplant: watermunt, wilde marjolein, veldsalie, wild kattenkruid en steentijm. Engelse benaming: Small purple & gold. Friese benaming: –

Zwartvlekgranietmot – 2017 (NL)

De zwartvlekgranietmot (Eudonia delunella) is een granietmot die moeilijk te onderscheiden is van de andere soorten. Determinatie vindt plaats op basis van de zwarte vlekken op de bovenkant van de voorvleugel. Meest kenmerkende is de zwarte vlek op de plaats waar bij de granietmotten de X te zien is. Ze vliegen vanaf de schemer en de vliegperiode is van juli tot september. Waardplant: mossen en algen op fruitbomen. Engelse benaming: Pied grey. Friese benaming: –

Bonte valkmot – 2017 (NL)

De bonte valkmot (Evergestis pallidata) is lastig te fotograferen. Overdag dwarrelt de vlinder rond dichte begroeiing om vervolgens aan de onderkant van een blad of tak te gaan zitten. De term ‘valk’ heeft de vlinder te danken aan het gestroomlijnde uiterlijk met de spitse kop. De bovenzijde van de vleugels zijn licht crème kleurig met daarop twee lichtbruine golvende dwarslijnen. Aan de buitenzijde van de vleugel bij de voorste dwarslijn zit een figuur van drie in elkaar passende ronde vormen. De soort vliegt in één generatie van juni tot september. Waardplant: koolzaad, mierikswortel, kool, barbarakruid en veldkers. Engelse benaming: Purple-backed cabbageworm. Friese benaming: –

Witlijngrasmot – 2017 (NL)

De witlijngrasmot (Agriphila latistria) valt in rusttoestand op door de witte streep over de lengte van zijn vleugels. De rest van de voorvleugels zijn bruingeel. De achtervleugels zijn wit van kleur. Ze zijn vooral in de nacht actief en komen goed op licht af. De vliegperiode is van juli tot september. Waardplant: dravik. Engelse benaming: White-streak grass-veneer. Friese benaming: –

Lisdoddesnuitmot – 2017 (NL)

De lisdoddesnuitmot (Calamotropha paludella) behoort ondanks zijn naam toch tot de grasmotten. Zowel het mannetje als het vrouwtje hebben een helderwitte achtervleugel. De mannetjes zijn iets kleiner en donkerder van kleur. De voorvleugel is vaal bruin met een stip in het midden. De lengte nerven van de vleugels zijn zichtbaar en donkerder dan de basiskleur van de vleugel. De vliegperiode is van juli tot september. Waardplant: Grote en kleine lisdodde. Engelse benaming: Bulrush veneer. Friese benaming: –

Scherpe granietmot – 2017 (NL)

De scherpe granietmot (Scoparia basistrigalis) heeft lange en brede voorvleugels met een stompe punt. Hij is grijswit vaak met een lichtgele tot bruine gloed en is redelijk donkergrijs tot zwart gespikkeld. Op een derde en twee derde van de vleugel zijn wittige dwarslijnen te zien. Tussen de eerste twee dwarslijnen is een zwarte vlek of wazige x te zien. Hij rust overdag op boomstammen en vliegt in de nacht en komt goed op licht. De scherpe granietmot vliegt in één generatie van juni tot september. Waardplant: mossen. Engelse benaming: Base-lined grey. Friese benaming: –

Rietsnuitmot – 2018 (NL)

Een grasmot waarbij het verschil tussen het mannetje en vrouwtje erg groot is zie je bij de rietsnuitmot (Schoenobius gigantella). Het vrouwtje is niet alleen groter, maar ook haar kleur en tekening is anders. De voorvleugel van het vrouwtje is bruin en relatief smal. Er zit halverwege de vleugel een zwarte stip en verder is een duidelijke donkere veeg te zien in de lengte richting van de vleugel. Het mannetje heeft een wat bredere voorvleugel is aanmerkelijk kleiner dan het vrouwtje. De voorvleugel is verder lichtbruin, soms een beetje roodachtig, en heeft zwarte spikkels. De vliegperiode is van mei tot juli in één generatie. Waardplant: riet en liesgras. Engelse benaming: – . Friese benaming: –

Zilverstreepgrasmot – 2018 (NL)

De zilverstreepgrasmot (Crambus pascuella) heeft een brede witte streep op een verder bruine vleugel die vanaf de basis tot 4/5 in de richting van de vleugelpunt loopt. Net voorbij die grote witte vlek zit een kleinere tweede witte vlek. Op de vleugelpunt zit een witte driehoek en verder is een duidelijke gehoekte witte dwarslijn te zien omgeven met een iets donkere bruine lijn. De vliegperiode is van mei tot in augustus in één generatie. Waardplant: grassoorten. Engelse benaming: Inlaid grass-veneer. Friese benaming: –

Witvlekkruidenmot – 2018 (NL)

Een gemakkelijk te herkennen grasmot is de witvlekkruidenmot (Udea olivalis). De voorvleugels zijn grijsbruin met een duidelijke witte vierkant centraal gelegen vlek en enkele kleine witte vlekken op de rest van de vleugel (vooral richting de vleugelpunt). Op de vleugelrand zijn afwisselend zwarte en witte vlekjes te zien. De vliegperiode is in één generatie van mei tot in augustus. Waardplant: brandnetel, hop en zuring. Engelse benaming: Olive pearl. Friese benaming: –

Grijze kruidenmot – 2018 (NL)

De eerst spot van de grijze kruidenmot (Udea prunalis) was even puzzelen. Doordat het exemplaar redelijk afgevlogen was moest extra goed gelet worden op specifieke kenmerken om hem te onderscheiden van de witvlekkruidenmot. De voorvleugel is grijsbruin en bij de buitenrand en achterrand donkerder. Vlakbij de vleugelpunt op de rand wisselen donkere en lichte vlekjes zich af. Op 2/3 van de vleugel kun je een onduidelijke dwarslijn zien die iets donkerder is dan de grondkleur van de vleugel. Daar waar bij de witvlekkruidenmot in de franjelijn witte vlekjes zijn te zien ontbreken die bij de grijze kruidenmot. Verder ontbreekt de grote witte vierkante vlek. De vliegperiode is van mei tot in augustus in één generatie. Waardplant: dovenetel, brandnetel, kamperfoelie, vlier. Engelse benaming: Dusky pearl. Friese benaming: –

Streepjesgrasmot – 2018 (NL)

Een veel voorkomende en vrij algemene grasmot is de streepjesgrasmot (Crambus pratella). De voorvleugel is licht roodbruin. Over de vleugel is een witte streep te zien die vanaf de basis breder wordt. Op 2/3 wordt deze witte streep onderbroken door een schuine lijn van waaruit een kleine witte vlek schuin afbuigt gevolgd door twee dunne schuine witte strepen. Nabij de vleugelpunt lopen twee witte strepen schuin naar elkaar toe. De waaiers aan de vleugelrand zijn wit metaalachtig. De vliegperiode is in één generatie van juni tot vroeg in september. Waardplant: grassoorten. Engelse benaming: Scarce grass-veneer. Friese benaming: –

Liesgrassnuitmot – 2018 (NL)

Van het eerste exemplaar dat ik zag van de liesgrassnuitmot (Donacaula forficella) dacht ik dat het de rietsnuitmot was. Bij goed bestuderen bleken de zwarte stipjes langs de vleugelrand uitkomst te bieden. Het vrouwtje is groter dan het mannetje. Het mannetje heeft een strogele voorvleugel met een zwarte stip op ongeveer 2/3 van de vleugel. Verder valt de zwarte veeg in de lengterichting op met een opvallende zwarte streep richting de vleugelpunt. Het vrouwtje is meer licht geelbruin maar de markeringen zijn identiek aan het mannetje. De intensiteit van de markeringen kunnen variëren. De vliegperiode is van mei tot in juli in één generatie soms tot in augustus of september. Waardplant: riet, zegge en liesgras. Engelse benaming: Pale water-veneer. Friese benaming: –

Gelijnde vlakjesmot – 2018 (NL)

De eerste keer dat ik de gelijnde vlakjesmot (Catoptria margaritella) zag was ook de laatste keer voor dit exemplaar. Hij werd het ontbijt voor een ander insect. De voorvleugel van deze grasmot is lichtbruin tot roodbruin. Over de lengterichting van de vleugel loopt een brede witte strook die op 4/5 afbuigt naar de vleugelpunt en eindigt vlak voor de achterrand. De achtervleugel is grijs met een witte vleugelrand. De vliegperiode is van eind juni tot in september in één generatie. Waardplant: mossen. Engelse benaming: Pearl-band grass veneer. Friese benaming: –

Variabele granietmot – 2018 (NL)

Voor het determineren van granietmotten is genitaliënonderzoek vaak nodig om het definitieve besluit te nemen welke soort je voor je hebt. Bij de variabele granietmot (Eudonia mercurella) is determineren op basis van de markeringen vaak wel afdoende. De voorvleugel is witachtig en variabel donker gespikkeld. Op 1/3 en 2/3 zit een witte dwarslijn en er is een witte bredere booglijn te zien bij de vleugelrand die een kruis vormt met de dwarslijn op 2/3 van de vleugel. Op 2/3 is verder een zwarte ‘X’ te zien. De vliegperiode is van juni tot september in één generatie. Waardplant: mossen. Engelse benaming: Small grey. Friese benaming: –

Drietandvlakjesmot – 2018 (NL)

De redelijk herkenbare drietandvlakjesmot (Catoptria falsella) heeft een vale strogele voorvleugel. De vleugel is heeft duidelijke aders waar tussen een intense spikkeling aanwezig is. In de lengterichting is een brede witte strook aanwezig die op 2/3 via een dwarslijn smaller wordt. Daarna gaat de strook over in drie aparte “tanden” richting de achterrand. De vliegperiode is van juni tot september in één generatie. Waardplant: muursterretje en smaragdsteeltje. Engelse benaming: Chequered grass-veneer. Friese benaming: –

Schaars gestreepte  grasmot – 2018 (FR)

Een bijzondere grasmot, voornamelijk door zijn grootte, is de schaars gestreepte grasmot (Ancylolomia tentaculella). Deze grasmot is een uit de kluiten gewassen grasmot ten opzichte van de grasmotten die je in Nederland tegenkomt. De vleugelwijdte is wel zo’n 3 cm. In Nederland kom je deze soort niet tegen, maar wel in Zuid- en Centraal Europese landen. Ik heb de naam maar vertaald vanuit de Engelse benaming die, in tegenstelling tot de Nederlandse, wel op het web te vinden is. Op de voorvleugel is vanuit de vleugelbasis een witte of crèmekleurige lengtestreep te zien die dichtbij de achterrand iets afbuigt. Aan de witte streep grenst een zwarte streep die richting de achterrand minder intens wordt. Nabij de achterrand is een licht golvende bruine dunne dwarsband te zien met daar vlak naast een grijskleurige golflijn. Tussen deze twee golflijnen en de achterrand, waarop een dunne donkere lijn te zien is, bevindt zich een rij donkere stipjes. De vliegperiode is van juni tot in augustus. Waardplant: diverse grotere grassoorten. Engelse benaming: Scarce striped grass-veneer. Friese benaming: –

Luipaardlichtmot – 2018 (NL)

Een gemakkelijk te herkennen grasmot is de luipaardlichtmot (Nomophila noctuella). In rusthouding ziet deze grasmot er lang en smal uit. De voorvleugel is grijsbruin met donkere markeringen tot bruin of roodbruin met iets donkere en meer obscure vlekken. Bij sommige soorten zie je een 8-vormige markering halverwege de vleugel en een niervormige vlek op 2/3. Hierdoor lijkt de grasmot op een luipaard. Op de voorrand van de voorvleugel nabij de vleugelpunt zijn een aantal donkere vlekje te zien. De vliegperiode is van mei tot september. Waardplant: klaver en gewone brunel. Engelse benaming: Rush veneer. Friese benaming: –

Weegbreemot – 2019 (NL)

Het duurde even voordat de weegbreemot (Pyrausta despicata) stil ging zitten en ik hem op de foto kon zetten. Deze grasmot is gevlekt grijsbruin, bruin of zandkleurig. Er zitten twee donkere stippen in het midden van de vleugel, maar bij donkere exemplaren zie je die bijna niet. Langs de achterrand van de vleugel zit een lichtere zone en er vlak voor een lichtere vlek. De vliegperiode is in twee generaties van april tot in september. Waardplant: salie en weegbree. Engelse benaming: Straw-barred pearl. Friese benaming: –

Lichte granietmot – 2019 (NL)

Granietmotten zijn moeilijk te herkennen, maar wanneer je op specifieke kenmerken let kun je er redelijk goed uit komen. De lichte granietmot (Eudonia lacustrata) is zo’n mot waarvan ik denk dat ik een goede determinatie heb kunnen doen. De voorvleugel heeft een witte tot geelbruine basiskleur en is donker gespikkeld. Op 1/3 zitten zwarte dwarslijnen met net daaraan voorbij twee zwarte vlekjes. Op 2/3 is een zwarte X te zien met aan de binnenkant daarvan een opvallend witte vlek. Het middelste deel van de voorvleugel is meestal vaal van kleur, geelbruin of soms witachtig. De vliegperiode is in één generatie van mei tot in augustus. Waardplant: mossen. Engelse benaming: Little grey. Friese benaming: –

Zwartbruine vlakjesmot – 2019 (NL)

Meer en meer ben ik alert op micro-vlinders en constateer dat ik steeds vaker nieuwe soorten zie. Het is vaak wel lastig ze goed op foto te krijgen. Zo’n nieuwe soort is onder andere de zwartbruine vlakjesmot (Catoptria verellus). Deze wordt soms verward met de drietandvlakjesmot (Catoptria falsella), maar is toch vrij gemakkelijk te onderscheiden. Beide hebben een meerdere bruine, zwarte en witte langwerpige vlakken, maar de zwartbruine vlakjesmot heeft niet een groot wit vlak vanaf de basis van de vleugel tot ongeveer 2/3 van de vleugel. De franjes zijn zwart en wit geblokt. De vliegperiode is van mei tot in september in één generatie. Waardplant: mossen. Engelse benaming: Marbled grass-veneer. Friese benaming: –

Parelmoermot – 2019 (NL)

Veelal zijn de grasmotten niet heel erg groot. Een uitzondering is de parelmoermot (Pleuroptya ruralis). Deze nachtvlinder die goed op licht afkomt is zo’n 15 – 17 mm en wordt dan soms ook verward met een spanner. De voorvleugel is vaal geelbruin, heeft een grijze spikkeling en een parelmoer glans. Door de grijze spikkeling lijkt het net of de vleugels doorzichtig zijn wanneer hij op, zoals bij mij, op een grijze houten schutting gaat zitten. Op 1/3 en 2/3 van de voorvleugel zitten donkere dwarslijnen waarbij die op 2/3 om een soms onduidelijke markering heen kronkelt. De vliegperiode is in één generatie van juni tot oktober. Waardplant: brandnetel. Engelse benaming: Mother of pearl. Friese benaming: –

Duikermot – 2019 (NL)

Een grasmot waarvan niet zoveel bekend is en die je, gezien de gewoontes van de vrouwtjes, niet direct in mijn achtertuin zou verwachten, is de duikermot (Acentria ephemerella). Er zijn twee vormen van het vrouwtje, één met vleugels en met slecht ontwikkelde of bijna geen vleugels. De wijfjes met vleugel vliegen vlak boven het wateroppervlak en de wijfjes zonder vleugel zwemmen op het wateroppervlak waar in beide gevallen het mannetje voor de bevruchting kan zorgen. De vrouwtjes duiken dan onder water om hun eitjes af te zetten op de waardplant. De vleugels, met een ronde punt en aflopende achterrand, zijn witgeel tot grijsachtig en er zijn donkere aders te zien. De franjes zijn redelijk lang en wit. De vliegperiode is van mei tot in oktober. Waardplant: waterpest, fonteinkruid. Engelse benaming: Water veneer. Friese benaming: –