Snuitmotten

De snuitmotten (Pyralidae) worden ook wel  lichtmotten genoemd. Ze kunnen brede of smalle voorvleugels hebben en brede en afgeronde achtervleugels. De tasters van sommige soorten zijn uitgegroeid tot een lange snuit. De meeste soorten zijn vrij onopvallend van kleur en de spanwijdte varieert van 10 tot 46 mm. De sprieten worden, wanneer ze in rust zijn, op de vleugels gelegd en niet eronder zoals bij andere nachtvlinders soms gebeurt.

Grote meelmot – 2012 (NL)

De grote meelmot (Pyralis farinalis) is een heel herkenbare vlinder met zijn donkere bruien vleugels met een hele brede lichtbruine band. De scheiding tussen de donkerbruine en lichtbruine banden wordt gekenmerkt door een dunne witte lijn. In rusthouding worden de achtervleugels vaak onder de voorvleugels gevouwen en krult het achterlijf omhoog. De vliegtijd is van juni tot in augustus. Waardplant: graan. Engelse benaming: Meal moth. Friese benaming: –

Tweelijnmot – 2017 (NL)

De tweelijnmot (Hypsopygia glaucinalis) heeft zowel een midbruine voor- als achtervleugel. Over de vleugel lopen twee gelige dwarslijnen. De vliegtijd is van juli tot september. Waardplant: hooi. Engelse benaming: Double-striped tabby. Friese benaming: –

Strooiselmot – 2017 (NL)

De strooiselmot (Endotrichia flammealis) is een vlinder die ook een specifieke rusthouding heeft. Het voorste deel van het lijf staat dan omhoog zodat de voorpoten gestrekt zijn. De vleugels worden daarbij onder een hoek gehouden dusdanig dat de randen het lijf raken. De grondkleur van de vleugels is bruingeel met een brede middenband die of lichter gekleurd is of juist donkerder (roodbruin). De vliegtijd is van juli tot september waarbij de vlinder overdag in loofbomen rust tussen de bladeren. Waardplant: gewone agrimonie en blauwe bosbes. Engelse benaming: Rosy tabby. Friese benaming: –

Triangelmot – 2017 (NL)

De triangelmot (Hypsopygia costalis) is een opvallende vlinder met purperachtige vleugels. Op die vleugels zitten langs de voorrand van de voorvleugel twee lichtgele vlekken. De franjelijn is geel. In rusthouding worden de viervleugels gespreid en komt het achterlijf omhoog of de vleugels zijn opgevouwen waardoor de vlinder op een driehoek lijkt. De vliegtijd is van juli tot september. Waardplant: hooi en rieten dak. Engelse benaming: Gold triangle. Friese benaming: –

Hommelnestmot – 2017 (NL)

Het mannetje en het vrouwtje van de hommelnestmot (Aphomia sociella) zien er verschillend uit. Het vrouwtje is iets groter, bruinig en heeft over de voorvleugels drie duidelijke banden, van elkaar gescheiden door scherpe, grofgetande zigzaglijnen. In de middelst band, die iets donkerder is dan de andere twee, zit een zwarte stip. De achtervleugel is vrijwel egaal lichtbruin. Het mannetje is meer contrastrijk gekleurd. Het voorste deel van de vleugels is bijna wit, daarna volgt een donkerder gedeelte. Naar de vleugeltoppen toe wordt de basiskleur iets lichter. De zigzagbanden zijn nog maar gedeeltelijk aanwezig en de vleugels zijn daardoor minder duidelijk in drie vlakken verdeeld. De ondervleugel is wittig bruin, bij de randen wat donkerder wordend. De vliegperiode is van mei tot oktober in één generatie. Waardplant: in nesten van hommels en wespen. Engelse benaming: Bee moth. Friese benaming: –

Distelhermelijntje – 2018 (NL)

Deze snuitmot deed me eerst denken aan een stippelmot, maar hij is veel groter en de rusthouding is ook anders. Het distelhermelijntje (Myelois circumvoluta) heeft een glanzend witte zilverachtige voorvleugel met spaarzaam een paar zwarte vlekjes. De vlekjes dichter bij de binnenrand zijn vaak groter en langs de achterrand zit een rij kleine zwarte puntjes. De vliegperiode is in één generatie van mei tot in september. Waardplant: speerdistel, wollige distel, wegdistel en klis. Engelse benaming: Thistle ermine. Friese benaming: –

Bandlichtmot – 2018 (NL)

Een qua kleurcontrast opvallende microvlinder is de bandlichtmot (Sciota adelphella). De voorvleugel is dicht bij de wortel lichtbruin tot oranje. Verder is de vleugel grijs met witte spikkels. Langs de onderste vleugelrand is nog een oranjebruin vlak te zien. Opvallend is het korte witte hoekige dwarsbandje op 1/3 van de voorvleugel. De vliegperiode is in één generatie van mei tot in augustus. Waardplant: wilg. Engelse benaming: Willow knot-horn. Friese benaming: –

Vetmot – 2018 (NL)

De vetmot of pinguinlichtmot (Aglossa pinguinalis) ontleedt zijn naam aan putvet, het vet of olieachtige materiaal dat in de vetafscheider wordt afgescheiden. Deze snuitmot kwam vaak voor in putvetrijke schuren. Nu zie je hem vaak in huis, kelder of schuur. De voorvleugel is saai geelbruinachtig met een zwartbruine gloed. Op de vleugel zit een geelbruine gezaagde dwarslijn op 2/3 die om een zwarte punt heen kromt. De vliegperiode is in één generatie van juni tot september. Waardplant: graanafval, zaden, hooi, schapestront. Engelse benaming: Large tabby. Friese benaming: –

Tweekleurige lichtmot – 2018 (NL)

De tweekleurige lichtmot (Euzophera pinguis) heeft een geelbruine voorvleugel soms met een roze tint. De vleugel is vanuit de basis zwart met een onduidelijke geelbruine vlek. Op 1/3 is een zigzaggende lichtgele dwarslijn te zien. Het middendeel van de vleugel is lichtgeel gekleurd gevolgd door een zwarte zigzaggende dwarslijn. De vliegperiode is van juni tot september in één generatie. Waardplant: es. Engelse benaming: Tabby knot-horn. Friese benaming: –

Pinokkiomot – 2018 (NL)

De Engelse naam van de pinokkiomot (Synaphe punctualis) past niet echt bij deze mot zoals wij pinokkio kennen. De voorvleugel van de pinokkiomot is bruinachtig. Het mannetje, dat ook veel groter is dan het vrouwtje, heeft donkere tinten op de vleugel met daartussen een oranjebruin deel omgeven door een dwarslijn. De eerste dwarslijn is bruin en de tweede lichtbruin. In het oranjebruine deel zie je een donkere stip. Het vrouwtje is vaal geelbruin, kleiner en heeft smallere vleugels. De vliegperiode is van juni tot oktober in één en mogelijk twee generaties. Waardplant: met mos begroeide stenen. Engelse benaming: Long-legged tabby. Friese benaming: –

Oranje eikenlichtmot – 2018 (FR)

Een opvallende snuitmot vanwege zijn helder oranje kleur is de oranje eikenlichtmot (Acrobasis repandana). De voorvleugel is vanuit de basis voor de helft oranje en de rest van de vleugel is lichtgrijs. Op 1/3 zit, in het oranje deel, een witte en zwarte dwarslijn. De vliegperiode is in één generatie van juni tot in september. Waardplant: eik. Engelse benaming: Warted knot-horn. Friese benaming: –

Mutsjeslichtmot – 2018 (FR)

De mutsjeslichtmot (Acrobasis advenella) heeft een zilvergrijze voorvleugel met roodbruine of zwartbruine schakeringen. De vleugelbasis is meestal donkerder dan de rest van de vleugel. Op 1/3 zit een duidelijk zwarte dwarsband gevolgd door een roodbruine band en een crèmekleurige lijn. Deze lichtmot lijkt heel erg op de roodstreepmutsjeslichtmot (Acrobasis suavella). De mutsjeslichtmot is echter iets kleiner en heeft niet een duidelijke zwarte vlek dichtbij de vleugelpunt. Verder zijn de twee zwarte stipjes uitgelijnd richting de achterrand waar ze bij de roodstreepmutsjeslichtmot net de andere kant op uitgelijnd zijn. De vliegperiode is in één generatie van mei tot in september. Waardplant: meidoorn, wilde lijsterbes. Engelse benaming: Grey knot-horn. Friese benaming: –

Weidemot – 2019 (NL)

Het is omdat ik groene eierdozen gebruik in mijn lichtval anders was de weidemot (Phycitodes binaevella) me bijna niet opgevallen. Deze kleine mot is grijswit met enkele lichtere streken in de lengte van de vleugel. Op 1/3 zit een lichtere dwarsband met drie langwerpige zwarte stippen in een rechte lijn. Verder zijn twee opvallende zwarte stippen te zien op ongeveer 2/3 van de vleugel. De weidemot is iets groter dan gelijkende soorten. De vliegperiode is van mei tot in september in één generatie. Waardplant: speerdistel. Engelse benaming: Ermine knot-horn. Friese benaming: –

Eikentopspinselmot – 2019 (NL)

Een dagje in Gelderland in een natuurgebied rondzwalken leverde de nieuwe snuitmot eikentopspinselmot (Acrobasis consociella) op. Deze kleine mot, een kleine centimeter, heeft een grijswitte voorvleugel met een koperachtige glans na de dunne zwarte dwarslijn die op 1/3 zit. Vlak voor die dwarslijn zit een witte zone. Aan het eind van de vleugel zit een donkerbruine golvende dwarslijn. Vlak daarvoor zijn twee zwarte stippen zichtbaar. De eikentopspinselmot lijkt op de stoffige eikenlichtmot (Acrobasis sodalella) die echter veel sterker en duidelijk getekend is. De vliegperiode is in één generatie van eind mei tot in augustus. Waardplant: eik. Engelse benaming: Broad-barred knot-horn. Friese benaming: –