Orthosiini

De Orthosiini is een middelgrote stam binnen de onderfamilie Noctuinae van de uilen (Noctuidae). Traditioneel behoorde de stam tot de onderfamilie Hadeninae, maar fylogenetische onderzoeken hebben geleid tot stabielere taxonomische inzichten.  Hoewel er geen consensus onder wetenschappers is, wordt deze indeling, met de database van het National Center for Biotechnology Information (NCBI) als uitgangspunt,  op deze website gevolgd.

Orthosiini worden vaak aangeduid als echte winter- of vroege voorjaarsuilen. De volwassen nachtvlinders zijn namelijk vooral actief in het vroege voorjaar, in de herfst of zelfs in de winter. Het kleurpatroon en de tekening van de voorvleugels dienen als uitstekende camouflage wanneer ze op boomschors, op bladeren op de grond of op een sneeuwbedekte ondergrond zitten. De meeste soorten hebben maar één generatie per jaar en leven vooral in bosrijke ecosystemen. Omdat deze nachtvlinders actief zijn in periodes waarin weinig andere insecten vliegen, vormen ze een cruciale voedselbron voor insectenetende vogels in de schaarse wintermaanden.

De rupsen zijn polyfaag. Ze zijn vooral te vinden op verschillende loofbomen, struiken en kruidachtige planten. Ze worden gekenmerkt door speciale stekels op de voorkant van de tongachtige structuur in de monddelen.

 

Geslacht: Orthosia

Tweestreepvoorjaarsuil – 2018 (NL)
(NCBI-index: 875886)

Een van de voorjaarsuilsoorten, die onderling redelijk gemakkelijk te herkennen zijn, is de tweestreepvoorjaarsuil (Orthosia cerasi). De voorvleugelpunt is afgerond en deze uil heeft een opvallend licht omlijnde grote ringvlek en een brede niervlek. Opvallend is verder de lichte, aan de binnenzijde iets donkerder afgezette golflijn op de voorvleugel. De zeer variabele grondkleur loopt uiteen van licht zandkleurig bruin tot warmbruin en oranjeachtig  of grijsachtig bruin tot zwartachtig bruin. De vliegperiode is van februari tot juni in één generatie en de spanwijdte bedraagt 34-40 mm. Waardplant(en): eik, wilg, berk, meidoorn, fruitbomen. Engelse benaming: Common Quaker. Friese benaming:

Vliegperiode:

 

Geslacht: Orthosia

Kleine voorjaarsuil – 2018 (NL)
(NCBI-index: 988010)

De kleine voorjaarsuil (Orthosia cruda) is goed te onderscheiden van de andere voorjaarsuilen vanwege zijn geringe grootte. Daarnaast is hij vrij licht van kleur  en heeft hij een gelijkmatig uiterlijk. De voorvleugel heeft een ruw aandoend spikkelig uiterlijk door de over de vleugel verspreid liggende zwartachtige schubben. Van de tekening zijn vaak alleen de smalle niervlek en de lichte golflijn goed te zien. De dwarslijnen zie je als rijen zwartachtige stippen. Deze voorjaarsuil vliegt in één generatie van begin maart tot half mei en heeft een spanwijdte van 25-30 mm. Waardplant(en): eik, berk, hazelaar, wilg, iep, lijsterbes, Spaanse aak. Engelse benaming: Small Quaker. Friese benaming: foarjiersûltsje.

Vliegperiode:

 

Geslacht: Orthosia

Variabele voorjaarsuil – 2018 (NL)
(NCBI-index: 988011)

Een voorjaarsuil die meestal goed te herkennen is, is de variabele voorjaarsuil (Orthosia incerta). De voorvleugel heeft altijd een hoekige vleugelpunt en de tekening is meestal vrij ruw en vlekkerig. Aan de binnenzijde van de lichte, enigszins onregelmatige golflijn zijn vrijwel altijd enkele kleine donkere vlekken te zien, iets vóór het midden en bij de binnenrand van de vleugel. Bij donkere exemplaren, zoals ik ze heb gespot, zijn deze vlekken minder duidelijk. De kleur en tekening variëren sterk: er zijn zwartachtige of donkerroodachtig-bruine exemplaren met een onduidelijke tekening, sommige zijn lichtbruin, roodachtig grijs of lichtgrijs met donkerbruine of zwartachtige spikkels en vlekken. Bij veel exemplaren steekt het grijze borststuk af tegen de donkere vleugels. De vliegperiode is van maart tot begin juni in één generatie en de spanwijdte bedraagt 35-40 mm. Waardplant(en): eik, wilg, sleedoorn, fruitbomen, zuring. Engelse benaming: Clouded Drab. Friese benaming:

Vliegperiode:

 

Geslacht: Orthosia

Nunvlinder – 2021 (NL)
(NCBI-index: 43337)

Terwijl het nog redelijk koud was voor de tijd van het jaar en het buiten zetten van de nachtvlinderval niet veel opleverde, bleek de nunvlinder (Orthosia gothica) toch al redelijk actief rond te vliegen. De voorvleugels van deze uil zijn grijs tot grijsbruin, soms licht zandkleurig of roze- of purperbruinachtig, met een karakteristieke zwarte tot zwartbruine vlek. Deze vlek omsluit de halve ringvlek en wordt begrensd door de niervlek. De vorm van de vlek is redelijk variabel, maar heeft vaak de vorm van een zadel. Soms wordt de zwarte vlek door de ringvlek in tweeën gedeeld. De vliegperiode is van maart tot juni in één generatie en de spanwijdte bedraagt 30-40 mm. Waardplant(en): eik, berk, meidoorn, wilg, zuring, brandnetel. Engelse benaming: Hebrew Character. Friese benaming: Nunflinter.

Vliegperiode: