Dikkopjes

De dikkopjes (Hesperiidae) zijn kleine vlinders, met zoals de naam zegt, een dikke kop. Ze bezitten nog verscheidenen andere kenmerken waardoor ze worden beschouwd als een meer primitieve groep vlinders, die verwant is aan enkele nachtvlinderfamilies. Eén van die kenmerken is de wijze waarop ze in rust vaak met de vleugels vlak uitgespreid zitten. Bij sommige soorten rusten de volwassen vlinders met hun voor- en achtervleugel in verschillende vlakken ten op zichte van elkaar. Dit zie je niet bij andere families. Er zijn drie onderfamilies, de Hesperiinae (grasdikkopjes), de Heteropterinae en de Pyrginae (spikkeldikkopjes). Dikkopjes bezitten stevige sprieten met verdikte uiteinden en opvallend is dat de uiteinden geknikt op de steel staan. Verder zijn ze uitgerust met een opvallend lange roltong. Enkele soorten zijn in het bezit van ‘staarten’ aan de achtervleugels.

Onderfamilie: Hesperiinae (grasdikkopjes)

Geelsprietdikkopje – 2008 (NL)

Het geelsprietdikkopje (Thymelicus sylvestris) is een dagvlinder die van mei tot augustus in één generatie rondvliegt. De vlinder is erg moeilijk te determineren en wordt vaak verward met het zwartsprietdikkopje. De onderkant van de antennepunt is oranje, dit kun je het best vanaf de voorkant zien, en de zwarte rand op de vleugels is scherp afgetekend. De spanwijdte bedraagt 30mm. Waardplant: geknikte vossestaart, timoteegras en pijpenstrootje. Engelse benaming: Small Skipper. Friese benaming: Gielteistergroukopke.

 

Zwartsprietdikkopje – 2009 (NL)

Het zwartsprietdikkopje (Thymelicus lineola) is een dagvlinder die van eind juni tot eind augustus in één generatie rondvliegt. De vlinder is redelijk eenvoudig te determineren, maar er moet wel op gelijksoortige dikkopjes gelet worden. De onderkant van de antennepunt is zwart en de zwarte rand op de vleugels zie je langs de aders doorgaan. De oranjebruine vleugels worden zo gehouden dat de voorvleugel scheef boven de achtervleugel staat. De mannetjes hebben een dunne zwarte lijn midden over de voorvleugel, maar deze is korter dan bij het geelsprietdikkopje en buigt niet af naar de voorrand van de vleugel. Waardplant: kropaar, timoteegras en kweek. Engelse benaming: Essex Skipper. Friese benaming: Swartteistergroukopke.

 

Groot dikkopje – 2016 (NL)

Het groot dikkopje (Ochlodes sylvanus) is een dagvlinder die van begin juni tot september in één generatie rondvliegt. De mannetjes zijn vaak te vinden op een zonnige plek waar ze wachten op de vrouwtjes. De vlinder is goed te determineren waarbij de haakjes aan de antennepunten goed opvallen en bij de geelspriet- en zwartsprietdikkopje niet aanwezig zijn. De mannetjes hebben een dikke zwarte geurstreep door het midden van de voorvleugel. Op beide kanten van de vleugels is een geblokt patroon te zien wat bij het geelsprietdikkopje en zwartsprietdikkopje niet voorkomt. De spanwijdte is 33-35mm. Waardplant: zwenk- en beemdgrassen, kweek en pijpenstrootje. Engelse benaming: Large Skipper. Friese benaming: Foars groukopke.

 

Onderfamilie: Hesperiinae – Geslacht: Lerema

Gevlekt dikkopje – 2017 (CO)

Een dikkopje die ook witte vlekjes op de vleugels heeft zoals het langstaartdikkopje (Urbanus proteus) is het gevlekt dikkopje (Lerema accasius). Echter de lange staart ontbreekt. Het gevlekte dikkopje, gespot in Medellin (Colombia), heeft donkerbruine vleugels waarbij het mannetje een donker zwarte streep op de bovenkant van de voorvleugel heeft en het vrouwtje transparante witte vlekken. De onderkant van de achtervleugel heeft donkere en lichte vlekken en een blauwgroene gloed. De vliegperiode is het gehele jaar door. Waardplant: naaldenkervel, gewone brunel, ijzerhard. Engelse benaming: Clouded Skipper. Friese benaming: –

 

Onderfamilie: Pyrginae (spikkeldikkopjes)

Gewone langstaart – 2017 (CO)

De gewone langstaart (Urbanus simplicius) behoort tot een onderfamilie van de Pyrginae, de Eudamini (langstaarten). Ze komen voor in (sub)tropische gebieden en dan vaak langs wegen in bos op hoogtes van zeeniveau tot 1500 meter. Deze gewone langstaart heb ik dan ook gespot in Bogotá (Colombia) op een bergpad, gebruikt als bedevaart weg, naar de kerk op Montserrate. De vlinder heeft in rusttoestand zijn vleugels gespreid, is geheel bruin en heeft een opvallende “geveerde” staart. Bij de voorrand zit soms een kleine dunne crème kleurige streep. Waardplant: kruiden en grassen van de vlinderbloemfamilie. Engelse benaming: Plain Longtail. Friese benaming: Gewoane langsturt.

 

Langstaartdikkopje – 2017 (CO)

Het langstaartdikkopje (Urbanus proteus) is een dikkopje die en direct familielid is van de gewone langstaart. Dit dikkopje komt voor in het subtropisch gebied van Amerika. Ik heb deze vlinder gespot in Medellin (Colombia).  Het langstaartdikkopje heeft zowel op de boven als onderkant van de vleugels crème kleurige vlekjes. Het meest opvallend is de blauwgroene kleur op de bovenkant van het lijf. Het verschil met de Urbanus dorantes, die de blauwgroene kleur niet heeft maar verder op het langstaartdikkopje lijkt, is de zwarte ononderbroken band op de onderkant van de achtervleugel. De antennes van het langstaartdikkopje heeft niet echt een knop aan het uiteinde. Je kunt heel mooi de iets verdikte gekromde haak zien. Waardplant: kruiden van de vlinderbloemfamilie, erwt, bonen, soja. Engelse benaming: Longtail Skipper. Friese benaming: Langsturtgroukopke.