Mineermotten

De mineermotten (Gracillariidae) houden in rusthouding de vleugels in de dakvorm in een steile hoek. Alle soorten zijn klein of zeer klein met een voorvleugel lengte van 2 – 8.5 mm. Ze hebben een goed gevormde zuigtong en lange antennes. De voorpoten zijn langer waardoor ze op verhoogde pootje staan. Het belangrijkste kenmerk van deze familie is dat ze twee gedaanteverwisselingen hebben. De larven die uit ei komen zijn pootloos en sterk afgeplat. In dit stadium mineren ze in de epidermis van de plant. Na een paar vervellingen krijgt de larve poten en een cylindrisch lijf. Na weer enkele vervellingen volgt de popstadium en vervolgens de overgang naar een mot.

Eikensteltmot – 2019 (NL)

Met zijn vaal roodbruine voorvleugel met paarse reflecties is de eikensteltmot (Caloptilia robustella) eenvoudig de herkennen. Soms wordt hij nog wel verward met de goudvleksteltmot (Caloptilia alchimiella). Halverwege de voorrand van de vleugel is een gele driehoekige vlek zichtbaar. Vliegperiode is in één generatie van mei tot in augustus. Waardplant: zomereik. Engelse benaming: New Oak Slender. Friese benaming: –