Witjes

De Pieridae oftewel de witjes doen hun naam geen eer aan. Deze vlinderfamilie bestaat juist uit vlinders met een grote verscheidenheid aan kleuren en sommige soorten hebben een opvallende vleugeltekening. Alhoewel voornamelijk geel, wit en oranje voorkomen zie je ook wel rood en zwart. De spanwijdte is meestal rond de 50 mm en alle pootjes hebben gevorkte klauwtjes. Mannetjes en vrouwtjes zijn veelal verschillend van uiterlijk. Qua bescherming tegen bepaalde vijanden hebben de witjes een speciale techniek. Ondanks dat vogels ze wel zien zitten, passen ze wel op om ze op te eten. De witjes hebben namelijk gifstoffen opgenomen uit de waardplant toen de rups daarvan at. Bij de koolwitjes zijn dat mosterdoliën uit de kruisbloemigen. De vogels kijken dus wel uit om ze op te eten en mocht dat wel een keer gebeuren dan worden ze snel weer uitgespuugd. De citroenvlinder, die deze gifstoffen niet heeft, geniet van het feit dat hij wel wat weg heeft van een witje en wordt daardoor met rust gelaten tijdens de vliegperiode die overeenkomt met die van de witjes.

Onderfamilie: Pierinae – Geslacht: Anthocharini

Oranjetipje – 2008 (NL)

Het oranjetipje (Anthocharis cardamines) is een standvlinder die in Nederland van eind maart tot begin juni rondvliegt in één generatie. De spanwijdte bedraagt 45-50mm. In het Noorden kom ik ze niet vaak tegen. De onderkant van de achtervleugel is geelachtig groen. Het mannetje valt op door de oranje vleugelpunten op de bovenkant van de voorvleugels waar het vrouwtje alleen zwarte vleugelpunten heeft. Beide hebben ze een zwarte punt op de bovenkant van de voorvleugel. Waardplant: pinksterbloem en look-zonder-look. Engelse benaming: Orange Tip. Friese benaming: Oranjetipke.

 

Onderfamilie: Coliadinae – Geslacht: Coliadini

Oranje luzernevlinder – 2020 (NL)

Tijdens een wandeling in een gebied waar ik wel vaker rondloop was ik blij verrast de oranje luzernevlinder (Colias crocea) tegen te komen. Dit is een trekvlinder die niet veel wordt waargenomen behalve dan in het zuiden van Nederland en in kustgebieden. De bovenkant van de vleugels is oranjegeel en langs de achterrand van zowel de voor- als achtervleugel is een brede bruinzwarte band te zien. Bij het mannetje zijn lichte aders in deze donkere band te zien en bij het vrouwtje oranjegele vlekken. De onderkant van beide vleugels zijn geel met enkele lichtbruine vlekjes waarbij de achtervleugel een soort groenige spikkeling heeft. Op de onderkant van de achtervleugel is daarnaast een centrale witte vlek te zien omgeven met een lichtbruine zone. Op de onderkant van de voorvleugel zit daarentegen een zwarte stip. De spanwijdte bedraagt 57-62mm en de vliegperiode is in meerdere generaties van mei tot oktober. Waardplant: Rode klaver, rolklaver, wikke en luzerne. Engelse benaming: Clouded Yellow. Friese benaming: Oranje luzerneflinter.

 

Onderfamilie: Coliadinae – Geslacht: Euremiini

Gewone grasgeeltje – 2010 (JP)

Het gewone grasgeeltje (Eurema hecabe) is een dagvlinder die niet in Europa voorkomt, maar in Azië of Afrika. Ik heb deze vlinder dan ook in Japan tijdens een werkbezoek gespot. De vleugels zijn citroengeel met op de onderkant bruine spikkels en enkele kleinere bruine vlekjes. De spanwijdte bedraagt 35-45mm. Waardplant: acacia en gouden regen. Engelse benaming: Common Grass Yellow. Friese benaming: –

 

Onderfamilie: Coliadinae – Geslacht: Gonepterygini

Citroenvlinder – 2014 (NL)

De citroenvlinder (Gonepteryx rhamni) is een standvlinder die rondvliegt in één generatie van februari tot oktober en de spanwijdte bedraagt 60mm. De grondkleur van beide vleugels is gelijk. Bij het mannetje is dit meer citroengeel en bij het vrouwtje licht groenwit. Zowel de voor- als achtervleugel zijn in de vorm van een boomblad waarbij de scherpe punt van de achtervleugel goed opvalt. Waardplant: sporkehout en wegedoorn. Engelse benaming: Brimstone. Friese benaming: Sitroenflinter.

 

Onderfamilie: Pierinae – Geslacht: Pierini

Resedawitje – 2008 (JO)

Het resedawitje (Pontia daplidice) is een trekvlinder die in Nederland niet veel voorkomt. Deze vlinder zijn rond de Middellandse Zee veel algemener waar ik hem dan ook heb gespot tijdens een werkbezoek aan Jordanië. De onderkant van de achtervleugel is groengeel gemarmerd en op de onderkant van de voorvleugel zit een zwarte vlek. De spanwijdte bedraagt 48-52mm. Waardplant: raket en zandkool. Engelse benaming: Bath White. Friese benaming: Resedaflinter.

 

Klein geaderd witje – 2009 (NL)

Het klein geaderd witje (Pieris napi) wordt vaak verward met het kleine koolwitje. De aders op de onderkant van de achtervleugel zijn duidelijk zichtbaar en direct naast de aders is een grijsgroene bestuiving aanwezig. Op de bovenkant van de voorvleugel zit één zwarte vlek (mannetje) of twee zwarte vlekken (vrouwtje). De zwarte vlek in de vleugelpunt loopt geleidelijk naar beneden. Het klein geaderd witje vliegt in meerdere generaties rond van maart tot oktober en de spanwijdte bedraagt 50mm. Waardplant: pinksterbloem en look-zonder-look. Engelse benaming: Green-veined White. Friese benaming: Lytse swartstreek wytflinter.

 

Groot koolwitje – 2013 (NL)

Het groot koolwitje (Pieris brassicae) is een trekvlinder die zeer algemeen in Nederland voorkomt. Ze vliegen in meerdere generaties rond van maart tot november en de spanwijdte bedraagt 63-70mm. Dit witje heeft een grote donkere zwarte vleugelpunt die zich uitbreidt langs de voor- en achterrand. Hiermee is het groot koolwitje ook te onderscheiden van het klein koolwitje. De aders aan de onderkant zijn niet grijsgroen bestoven. De onderkant van de vleugels zijn crème wit en er zijn twee zwarte stippen te zien. Waardplant: look-zonder-look, zandraket, zeekool en damastbloem. Engelse benaming: Large White. Friese benaming: Grutte wite koalflinter.

 

Klein koolwitje – 2015 (NL)

Het klein koolwitje (Pieris rapae) wordt gemakkelijk verward met het klein geaderd witje. Het klein koolwitje heeft echter geen groengele bestuiving langs de aders aan de onderkant. Daarnaast is de zwarte vlek op de voorvleugel in de punt recht afgesneden en vloeit niet naar beneden. Op de bovenkant zijn 1 of 2 zwarte stippen te zien. Het klein koolwitje vliegt in meerdere generaties rond van maart tot november en de spanwijdte bedraagt 48mm. Waardplant: reseda. Engelse benaming: Small White. Friese benaming: Lytse wite koalflinter.