Spinneruilen

De spinneruilen (Erebidae) is een familie van vlinders waar de taxanomie niet algeheel geaccepteerd is. Vanwege specifieke kenmerken zijn een aantal vlinders uit de familie van de beervlinders (Arctiinae), donsvlinders (Lymantriinae) en uilen (Noctuidae) overgebracht naar deze nieuwe familie.

De beervlinders hebben een harig lichaam, heldere kleuren en soms zwarte vlekken. De voorvleugels hebben vaak een cryptisch patroon waar de achtervleugels een groot contrast hebben met felle kleuren. Spanwijdte varieert van 20 tot 70 mm. De meeste soorten vliegen ‘s nachts en komen goed op licht af. Sommige soorten vliegen in de vroege ochtend of overdag.

Heravlinder – 2006 (NL)

De heravlinder of ook wel Spaanse vlag (Euplagia quadripunctaria) is een gemakkelijk te herkennen vlinder door de groenzwarte voorvleugel met crèmekleurige strepen en rode, oranje of gele achtervleugel. Deze vlinder is zowel op warme dagen overdag actief als ‘s nachts. Hij vliegt in één generatie van juli tot eind augustus. Waardplant: brandnetel, koninginnenkruid, dovenetel, smeerwortel, weegbree en hondsdraf. Engelse benaming: Jersey tiger. Friese benaming: –

Grote beer – 2010 (NL)

De grote beer (Arctia caja) is te herkennen aan het wit met donkerbruine patroon op de voorvleugel en de oranjerode achtervleugel met blauwzwarte vlekken. Hoewel deze vlinder ‘s nachts actief is heb ik deze soort alleen nog maar overdag gezien. De grote beer vliegt van juni tot in september in één en soms twee generaties. Waardplant: brandnetel, zuring en kruipwilg. Engelse benaming: Garden tiger. Friese benaming: Grutte bearflinter.

Roodbandbeer – 2017 (NL)

De roodbandbeer (Diacrisia sannio) ben ik overdag tegengekomen terwijl hij uit het lange gras opspatte. Een aangename verrassing door de opvallende kleuren. Het mannetje heeft een gele voorvleugel met in het midden een rode vlek en langs de binnenrand een rode streep. Het vrouwtje heeft een oranje voorvleugel met rode aders. De roodbandbeer vliegt in één generatie van mei tot augustus. Waardplant: struikhei, dophei, zuring, weegbree en havikskruid. Engelse benaming: Clouded buff. Friese benaming: Readbânbear.

Gele tijger – 2017 (NL)

De gele tijger (Spilosoma lutea) is een nachtvlieger die ik met licht heb gelokt. Het mannetje heeft een gelige grondkleur en het vrouwtje een witte. Beide hebben langwerpige vlekjes die vanuit de vleugelpunt over de vleugel naar de binnenrand gaan. Van bovenaf ziet dit er als een ‘klok’-vorm uit. Het verschil met de witte tijger is de hoeveelheid zwarte vlekjes die bij de gele tijger veel minder in aantal zijn. De gele tijger vliegt in één generatie van april tot september. Waardplant: brandnetel, kamperfoelie, hop, zuurbes, pruim en berk. Engelse benaming: Buff ermine. Friese benaming: –

Glad beertje – 2017 (NL)

Het glad beertje (Eilema griseola) is een relatief smalle langwerpige vlinder die zijn vleugels in rusthouding over elkaar geslagen heeft. De vleugels zijn gelig of grijs. De grijze exemplaren hebben langs de voorrand een smalle gele streep en opvallend zijn de zwarte pootjes. Het zijn nachtvliegers, maar kunnen overdag rustend op bladeren van loofbomen gespot worden. Dat is waar ik ze tot nu toe ook heb gezien. Het glad beertje vliegt in één en soms twee generaties van juni tot oktober. Waardplant: mossen en algen op bomen. Engelse benaming: Dingy footman. Friese benaming: Glêd bearke.

Kleine beer – 2017 (NL)

De kleine beer (Phragmatobia fuliginosa) is een stuk kleiner dan de grote beer. De bovenkant van de voorvleugels is roodbruin en men kan twee kleine donkere stippen op elke vleugel onderscheiden. De achtervleugel is helderrood, evenals het bovenste stuk van de twee achterpootjes, en bevat enkele donkere vlekken. De kleine beer is een nachtvlieger en komt goed op licht af. Hij vliegt in twee generaties van april tot september. Waardplant: weegbree, kruiskruid, struikhei, kardinaalsmuts en brem. Engelse benaming: Ruby tiger. Friese benaming: Lytse bearflinter.

Witte tijger – 2018 (NL)

Een nachtvlinder die tot de beervlinders behoort is de witte tijger (Spilosoma lubricipeda). Voorheen werd deze vlinder ook wel de tienuursvlinder genoemd, omdat hij pas na 10 uur ‘s avonds werd gezien. Op de witte voorvleugel zit een patroon van kleine zwarte vlekjes waarbij tenminste één centrale zwarte vlek is te zien. De hoeveelheid zwarte vlekjes kan sterk verschillen en soms vormen ze min of meer rijen op de aders. De kop is zeer harig en het achterlijf is aan de bovenzijde fel geel met aan weerszijden zwarte vlekken. De vliegperiode is van mei tot augustus in één generatie. Soms is er nog een tweede generatie in september tot oktober. Waardplant: zuring, brandnetel, vlier. Engelse benaming: White ermine. Friese benaming: Tsienoereflinter

Plat beertje – 2018 (NL)

Het platte beertje (Eilema lurideola) is nou niet direct een nachtvlinder die ik had verwacht in mijn achtertuin. Het is meer een vlinder die in bosrijke omgeving voorkomt. De voorvleugel is loodgrijs en langs de rand is een duidelijke gele streep te zien. In de richting van de vleugelpunt wordt deze steeds dunner. De achterpoten zijn grotendeels geel wat hem onderscheidt van het naaldboombeertje. De achtervleugel is lichtgeel en worden in rusthouding onder de voorvleugels gevouwen. De vliegperiode is van juni tot in september in één generatie. Waardplant: korstmossen en algen op bomen, stenen en paaltjes, soms bladeren van meidoorn, sleedoorn en braam. Engelse benaming: Common foodman. Friese benaming: –

 

Donsvlinders hebben juist meer schutkleuren als grijs en bruin, maar zijn ook harige types. Het zijn middelgrote tot grote nachtvlinders waarvan de mannetjes geveerde antennen hebben en de vrouwtjes draadvormige.

Bastaardsatijnvlinder – 2017 (NL)

De bastaardsatijnvlinder (Euproctis chrysorrhoea) heeft een zuiver witte en enigszins glanzende bovenkant van de vleugels. De bovenkant van het achterlijf van het mannetje is van voren wit maar aan het uiteinde bruin (vandaar de Engelse benaming). Bij de kop en de bovenste helft van de poten is deze vlinder enorm wit behaard. De bastaardsatijnvlinder is van de satijnvlinder te onderscheiden door de afwezigheid van zwart/wit geringde poten. De vliegtijd is van juni tot september in één generatie. Waardplant: diverse loofbomen en struiken. Engelse benaming: Brown-tail. Friese benaming: Bastertsatynflinter.

Satijnvlinder – 2018 (NL)

Een welkome en aangename verrassing was de spot van de satijnvlinder (Leucoma salicis). Bij het delen van foto’s op social media werd erg positief gereageerd. De vlinder is goed herkenbaar aan de sterke zijdeachtige glans, de zwart met wit geringde poten en het volledig wit behaarde achterlijf. Bij het spreiden van de vleugels lijkt het net of je door de vleugels heen kunt kijken. Het mannetje heeft sterk geveerde antennen. Het vrouwtje is groter en heeft ongeveerde antennen. De vliegperiode is van mei tot in augustus in één generatie. Waardplant: populier en wilg. Engelse benaming: White satin moth. Friese benaming: –

Donsvlinder – 2018 (NL)

Een nachtvlinder die moeilijk te onderscheiden is van de bastaardsatijnvlinder (Euproctis chrysorrhoea) is de donsvlinder (Euproctis similis). Het belangrijkste onderscheid zit hem in het achterlijf, maar die is vaak niet zichtbaar. Je komt deze nachtvlinder meestal in rusthouding tegen. Het achterlijf is grotendeels wit met een goudgeel of oranjebruin uiteinde. Bij verstoring wordt het achterlijf tussen de vleugels door omhoog gestoken. Verder is de voorrand van de voorvleugel iets meer afgerond dan bij de bastaardsatijnvlinder. Het mannetje heeft een opvallende, met witte aders doorsneden donkergrijze of zwartachtige vlek in de binnenrandhoek van de voorvleugel. Het vrouwtje is groter en heeft hooguit enkele vage vlekjes in de binnenrandhoek. De vliegperiode is van begin juni tot eind september in één generatie. Waardplant: sleedoorn, meidoorn en berk. Engelse benaming: Yellow-tail. Friese benaming: Dûnsflinter.

Bij de uilen zijn kenmerkend de twee “uilvlekken”, de nier- en ringvlek. De vlinders die eerder tot de familie Noctuidae behoorden, maar eigenlijk daar al een vreemde eend in de bijt waren, hebben die zogenaamde “uilvlekken” juist niet.

Stro-uiltje – 2008 (NL)

Het stro-uiltje (Rivula sericealis) ziet er in rusthouding uit als een driehoek. De voorvleugel is stro kleurig met een bruine achterrand en franje. Op de vleugel is duidelijk een paarse middenvlek te zien met daarin twee kleine zwarte stipjes. Het stro-uiltje vliegt in drie generaties van mei tot in oktober. Waardplant: boskortsteel en pijpenstrootje. Engelse benaming: Straw dot. Friese benaming: Strieûltsje.

Lijnsnuituil – 2017 (NL)

De lijnsnuituil (Herminia tarsipennalis) is een vlinder die in rusthouding driehoekig is. De voorvleugel is bruin en heeft drie donkere dwarslijnen. De binnenste dwarslijn is licht gebogen en maakt bij de voorrand een scherpe buiging richting de vleugelwortel. De middelste dwarslijn is gegolfd waarbij vlakbij de grote uitstulping een middenvlek zichtbaar is. Net als bij andere snuituilen valt de snuit op door de lange palpen. De lijnsnuituil vliegt in twee generaties van mei tot in oktober. Waardplant: afgevallen blad van beuk, eik en braam. Engelse benaming: Fan-foot. Friese benaming: –

Bruine snuituil – 2017 (NL)

De bruine snuituil (Hypena proboscidalis) heeft net als andere snuituilen een opvallende snuit vanwege de palpen. Bij de bruine snuituil is deze langer dan bij andere soorten. De grondkleur van de bovenkant van de vleugels varieert van bruin tot dof grijsachtig bruin of zelfs donker purperachtig bruin. Over de vleugels lopen twee donkerbruine dwarslijnen. De achtervleugel is heel licht grijs. Deze snuituil vliegt in twee generaties van mei tot in oktober. Waardplant: brandnetel. Engelse benaming: Snout. Friese benaming: Brún snútûltsje.

Vaal kokerbeertje – 2018 (NL)

Een spinneruil die in rusthouding met de vleugels in een kokertje om zijn lichaam houdt is het vaal kokerbeertje (Eilema caniola). Deze nachtvlinder houdt van warmte en heeft warme jaren nodig om zich te ontwikkelen. Dat is in Noord-Europa nu steeds meer aan de orde en dat zou een reden kunnen zijn dat hij vaker wordt gespot in Nederland. De voorvleugels zijn smal en heel lichtgrijs. Langs de voorrand is een bleke gele rand te zien. De achtervleugels is wit in tegenstelling tot het streepkokerbeertje dat gemakkelijk met deze spinneruil verward kan worden. De vliegperiode is van eind mei tot in september in twee generaties. Waardplant: mossen, algen en rolklaver. Engelse benaming: Hoary footman. Friese benaming: –

Stippelsnuituil – 2019 (NL)

In juni had ik vele mooie nieuwe spots in de lichtval. Zo ook de stippelsnuituil (Macrochilo cribrumalis). Dit is een witgrijze tot licht bruingrijze snuituil waarbij de vleugels tussen de aders fijn zwart bespikkel zijn zodat de vleugels wit gestreept lijken. Dwars over de voorvleugels kun je twee rijen zwarte stippen zien buiten de opvallende zwarte middenstip. De palpen zijn opvallend lang en steken in een boog omhoog. De vliegperiode is van eind mei tot in augustus in één generatie. Waardplant: diverse grasachtigen zoals boszegge en gewone veldbies. Engelse benaming: Dotted fan-foot. Friese benaming: Stippelsnútûltsje.

Moeras-micro-uil – 2019 (NL)

Wat je niet direct verwacht van de moeras-micro-uil (Hypenodes humidalis) is dat deze uil tot de spinneruilen en dus tot de macro-vlinders wordt gerekend. Je zou eerder verwachten dat het een micro-vlinder betreft. Kenmerkend zijn de schuine dwarslijnen over de vleugel. De dwarslijn die halverwege de vleugel te zien is, lijkt halverwege door een vlek heen te snijden. In principe gaat de dwarslijn er omheen. De dwarslijnen lijken in de rusthouding omgekeerde V’s. De vlek op het midden van de vleugel is opvallend zwart met aan één kant een witte afzetting. De vliegperiode is in twee generaties van mei tot in oktober. Waardplant: struikhei, tijm, wilde marjolein. Engelse benaming: Marsh obliqued-barred. Friese benaming: –

Grasbeertje – 2019 (NL)

Het is altijd mooi weer een nieuwe soort te spotten bij de nachtvlindersessies in mijn achtertuin. Wat dat betreft was 2019 een goed jaar. Veel nieuwe soorten waaronder het grasbeertje (Coscinia cribraria). In de rusthouding vouwt deze nachtvlinder zijn vleugels dusdanig om zijn lichaam dat de vleugelpunten spitsvormig lijken. De grijsachtig witte voorvleugel heeft een aantal donkere dwarsbanden die bestaan uit rijen zwartachtige vlekjes die soms samengesmolten zijn. De zwartachtige vegen op de voorvleugel kunnen in aantal en grootte variëren. Bij vlinders in het binnenland zijn de vegen veel duidelijker aanwezig dan bij de vlinders uit de kuststreek. De achtervleugel is bruinachtig grijs met witachtige franjes. De vliegperiode is van juni tot in september in één generatie. Waardplant: buntgras, dophei, struikhei, bosbes. Engelse benaming: Speckled footman. Friese benaming: –