Aurelia’s

De familie van de aurelia’s (Nymphalidae) is één van de grootste dagvlinderfamilies en omvat onder andere de schoenlappers (Nymphalinae), zwevers (Limenitidinae), zandogen (Satyrinae), monarchvlinders (Danainae) en de middelgrote tot grote parelmoervlinders (Heliconiinae). Het zijn in het algemeen vlinders met een spanwijdte van 25 tot 130 mm. Kenmerkend is de manier van vliegen waarbij ze na elke vleugelslag de vleugels recht uitgestrekt naast hun lichaam houden voor een korte glijvlucht. De voorste twee poten zijn kleiner dan de anderen en dienen als schoonmaakgerei voor hun lichaamsdelen.

Schoenlappers zijn middelgrote tot grote vlinders met een krachtige vlucht en gemakkelijk te determineren. De meeste vlinders van deze soort gebruiken de brandnetel om eitjes af te zetten.

Gehakkelde aurelia – 2006 (NL)

De gehakkelde aurelia (Polygonia c-album) is een dagvlinder die in één tot drie generaties rondvliegt van februari tot oktober. De vleugels zijn grof gegolfd waarbij de bovenkant oranje is met zwarte vlekken en de onderkant bruin. Wanneer de vleugels in rusthouding tegen elkaar worden gehouden, lijkt de gehakkelde aurelia net een blad aan de boom door de vorm van de vleugels. Een uitmuntende camouflage. Opvallend is de C-vormige witte vlek op de onderkant van de achtervleugel. Daar heeft deze vlinder zijn naam dan ook aan te danken. Waardplant: brandnetel, hop, iep, ribes, wilg en hazelaar. Engelse benaming: Comma butterfly. Friese benaming: C-flinter.

Distelvlinder – 2006 (NL)

De distelvlinder (Vanessa cardui) is een trekvlinder die in Nederland in meerdere generaties voorkomt van maart tot oktober. De onderkant van de achtervleugel heeft vier zwarte oogvlekken met geel omrand. De bovenkant is oranje met zwarte vlekken waarbij de punten van de voorvleugel zwart met witte vlekken heeft. Opvallend is de oranje beharing op het lichaam. Waardplant: akkerdistel, klit en brandnetel. Engelse benaming: Painted lady. Friese benaming: Stikelflinter.

Zuidelijke aurelia – 2008 (JO)

De zuidelijke aurelia (Polygonia egea) is een vlinder die niet in Nederland voorkomt. Het is een vlinder die vanaf de Franse Middellandse zeekust naar het Oosten voorkomt. De zuidelijke aurelia lijkt nagenoeg op zijn familielid die hier voorkomt, echter de zwarte vlekken op de bovenkant zijn kleiner en op de onderkant zit een kleine witte L-vormige vlek. Waardplant: groot glaskruid. Engelse benaming: Southern comma. Friese benaming: –

Kleine vos – 2008 (NL)

De kleine vos (Aglais urticae) vliegt van één tot drie generaties rond van februari tot oktober. De bovenkant is oranje met een zwarte gekartelde band in buitenste randzone waarbij de kartels zijn opgevuld met blauw. Langs de voorrand van de voorvleugel zitten drie grote zwarte vlekken. Bij deze vlinder is de beharing op het lichaam ook erg sterk aanwezig. Waardplant: grote brandnetel. Engelse benaming: Small tortoiseshell. Friese benaming: Lytse foks.

Atalanta – 2008 (NL)

De atalanta (Vanessa atalanta) is in Nederland een zeer algemene trekvlinder die in meerdere generaties rondvliegt van maart tot november. De bovenkant van de vleugel is zwart met een oranjerode band en witte vlekken dichtbij de vleugelpunt. Langs de achterrand van de achtervleugel loopt een oranjerode band met zwarte kleine stipjes. Waardplant: grote brandnetel. Engelse benaming: Red admiral. Friese benaming: Nûmerflinter.

Dagpauwoog – 2008 (FR)

De dagpauwoog (Inachis io) is een heel kleurrijke vlinder die tot drie generaties rondvliegt van februari tot oktober. Aan de bovenkant is deze vlinder roodachtig bruin met op elke vleugel een opvallende oogvlek. De oogvlekken op de achtervleugel zijn wit met een blauwe vlek erin terwijl de vlekken op de voorvleugel juist geel/blauw zijn met een roodachtig bruine vlek. De onderkant van de vleugels zijn daarentegen gitzwart. Waardplant: grote brandnetel. Engelse benaming: Peacock butterfly. Friese benaming: Deipau-each.

Landkaartje – 2010 (NL)

Het landkaartje (Araschnia levana) is een bijzondere vlinder aangezien de voorjaarsgeneratie er heel anders uitziet dan de zomergeneratie. Bij de voorjaarsvorm is de bovenkant oranje met zwarte vlekken en bij de zomervorm is de bovenkant zwart met een geel of witachtige band in het zoomveld. De onderkant is donker roodbruin met witte aders en dwarslijnen waarbij de achtervleugel met een witachtige band in het zoomveld. Het landkaartje vliegt in twee of drie generaties rond van april tot september. Waardplant: grote brandnetel. Engelse benaming: Map butterfly. Friese benaming: Lânkaartflinter.

Zuidelijke distelvlinder – 2017 (CO)

De zuidelijke distelvlinder (Vanessa virgiensis) kwam ik in Medellín (Colombia) tegen. De kleuren van dit exemplaar, voornamelijk de oranje kleur, zijn helderder dan die van de gewone distelvlinder. Op de bovenkant van de achtervleugel zijn twee zwarte grote vlekken met een witte vlek erin aanwezig in tegenstelling tot de Europese vorm waar 4 kleine blauwe vlekjes aanwezig zijn. Op de onderkant van achtervleugel zijn twee donkere vlekken te zien met daar omheen een zwarte dunne cirkel. Bij de Europese vorm zijn dit vier vlekken. Waardplant: moerasdroogbloem. Engelse benaming: American painted lady. Friese benaming: Súdlike stikelflinter

Zebravlinder – 2017 (CO)

De zebravlinder (Colobura dirce), op zijn Engels “The Mosaic”, is een vlinder die in Nederland alleen in vlindertuinen gezien wordt. Ik heb deze vlinder in Medellin (Colombia) gespot in de wilde natuur. De onderkant van de vleugels laat wel zien hoe hij aan zijn naam komt. Er is een patroon van afwisselend bruine en witte strepen te zien. De zebravlinder lijkt erg op zijn familielid de Colobura annulata die erg schaars voorkomt. De zebravlinder is net iets kleiner, maar het grootste verschil zit hem in de bruine strepen in de top van de vleugel. Bij de zebravlinder worden die naar de top toe van vrij breed naar duidelijk dunner en zijn ook lichter van kleur. Op de onderkant van de achtervleugel zijn verder twee kleine oranje en blauwe vlekjes te zien. De bovenkant van de vleugels zijn donkerbruin tot zwart met op de voorvleugels dezelfde brede witgele band die ook op de onderkant te zien is. De zebravlinder zit graag op bomen met het hoofd naar beneden gericht. Waardplant: brandnetel. Engelse benaming: The mosaic. Friese benaming: –

Scharlaken dagpauwoog – 2017 (CO)

De scharlaken dagpauwoog of bruine dagpauwoog (Anartia amathea) komt vooral voor rondom het Andes gebergte. Deze mooi gekleurde grote schoenlapper heb ik gespot in Medellín (Colombia). Verse exemplaren hebben op de bovenkant van zowel de voor- als achtervleugel aan de binnenkant een mooie heldere rode strook die overgaat in zwart naar de buitenkant toe. Op de achtervleugel gaan de witte maanvlekken over in rode terwijl op de voorvleugel alleen witte vlekken aanwezig zijn. Naarmate de vlinder ouder wordt gaat de rode kleur over in oranje. Daarbij blijven de twee smalle rode of oranje gekleurde smalle strookjes op de voorvleugel intens van kleur. De vrouwtjes hebben vaak ook een minder intense kleur dan de mannetjes. Waardplant: kruidachtige planten. Engelse benaming: Brown peacock. Friese benaming: –

Witte dagpauwoog – 2017 (CO)

De witte dagpauwoog (Anartia jatrophae) is een vlinder die vooral in Midden- en Zuid-Amerika voorkomt. Deze mooie grote schoenlapper is gespot in Medellín (Colombia). De bovenkant van de vleugels is wit met lichtbruine markeringen en een dubbele rij van lichtgekleurde maantjes. De voorvleugel heeft één zwarte en ronde vlek en de achtervleugel twee. Naarmate de vlinder ouder wordt vervagen de kleuren en lijkt hij nagenoeg wit. De witte pauw is een echte zon liefhebber. In de ochtend fladdert hij nog laag bij de grond, maar zodra de temperatuur stijgt gaat hij lekker op een blad zitten en met de vleugels gespreid genietend van de zon. Waardplant: waterhysop, phyla en wilde petunia. Engelse benaming: White peacock. Friese benaming: –

Oranje gevlekte parelmoervlinder – 2017 (CO)

De oranje gevlekt parelmoervlinder (Anthanassa drusilla drusilla) is een vlinder die veel in Zuid-Amerika voorkomt. Op de bruine achtervleugel zit een oranje band met aan de buitenkant twee rijen van halve maantjes. Op de bruine voorvleugel zitten veel kleine en enkele grotere oranje vlekken. Er is een variant van deze parelmoervlinder (Anthanassa drusilla alceta) waar die vlekjes op de voorvleugel als een grote oranje band te zien is. Waardplant: -. Engelse benaming: Orange-spotted crescent. Friese benaming: –

 

De zwevers zijn vlinders die veel in bosachtig gebied voorkomen. In Europa komen slechts een 5-tal soorten voor. De bovenkant van de vleugels is donkerbruin of zwart met een witte band en een paar witte vlekken.

Lathyruszwever – 2010 (JP)

De lathyruszwever (Neptis Sappho) is een vlinder die zeer lokaal in Zuidoost-Europa rondvliegt in twee generaties van mei tot augustus. De voorvleugel is langgerekt en er zijn zowel op de onder- als bovenkant een rij witte zoomvlekken aanwezig op voor- en achtervleugel. Waardplant: blauwe regen, kudzu en robinia. Engelse benaming: Common glider. Friese benaming: –

Kleine ijsvogelvlinder – 2019 (NL)

Het voordeel van het bezoeken van andere regio’s is dat je ook andere soorten dagvlinders tegenkomt die ik in het Noorden van Nederland niet tegenkom. In Gelderland was ik dan ook zeer blij de kleine ijsvogelvlinder (Limenitis camilla) tegen te komen. Een vlinder met een groot contrast in kleuren wanneer je naar de boven- en onderkant van de vleugels kijkt. De bovenkant is donkerbruin bij het vrouwtje en zwart bij het mannetje met een rij aaneengeschakelde witte langwerpige vlekken. De onderkant is oranjebruin met een dubbele rij zwarte zoom- en maanvlekken. Ook op de onderkant is een rij aaneengeschakelde rij van witte langwerpige vlekken te zien. De vliegperiode is in één, soms twee, generaties van juni tot in september. Waardplant: wilde kamperfoelie. Engelse benaming: White admiral. Friese benaming: Lytse iisfûgelflinter.

 

De zandogen zijn in de regel onopvallend en bruin van kleur. Aan de onderkant van de vleugels hebben ze cirkelvormige oogvlekken waaraan ze hun familienaam te danken hebben. De waardplant is meestal een soort die tot de grassen behoort. Het is niet altijd even simpel om de zandoogjes te determineren.

Bont zandoogje – 2008 (NL)

Het bonte zandoogje (Pararge aegeria) is een heel gemakkelijk te determineren vlinder. De bovenkant van de vleugels zijn donkerbruin met veel gele vlekken die bij het vrouwtje groter zijn dan bij het mannetje. In de gele vlekken bij de achterrand van de vleugels zitten zwarte vlekken met een kleine witte kern evenals op beide vleugelpunten van de voorvleugels. Dit zandoogje vliegt in meerdere generaties rond van februari tot november. Waardplant: kweek, kropaar, witbol, boskortsteel en reuzenzwenkgras. Engelse benaming: Speckled wood. Friese benaming: Bûnt sâneachje.

Bruin zandoogje – 2008 (FR)

Het bruine zandoogje (Maniola jurtina) wordt vaak aangezien voor een hooibeestje indien de vlinder met dichtgeslagen vleugels in de natuur zit. Belangrijk hierbij is dat het bruine zandoogje geen kleine witte stipjes heeft op de onderkant van de achtervleugel. Zodra het bruin zandoogje de vleugels open spreidt is het verschil goed te zien. Bij het mannetje is de bovenkant van de voorvleugel bruin met een zwarte oogvlek zonder witte kern, bij het vrouwtje daarentegen is een oranje veld en een zwarte oogvlek met een witte kern te zien. Soms is dat een dubbele witte kern zoals bij het oranje zandoogje. De bovenkant van de achtervleugel is bij beide bruin. Waardplant: grote vossenstaart, gewoon reukgras, kropaar, ruwe smele, kweek, rood zwenkgras en Engels raaigras. Engelse benaming: Meadow brown. Friese benaming: Brún sâneachje.

Oranje zandoogje – 2008 (FR)

Het oranje zandoogje (Pyronia tithonus) is van het bruine zandoogje te onderscheiden door de oranjebovenkant met brede bruine rand op zowel voor- als achtervleugel. In de vleugelpunt van de voorvleugel is een zwart oog zichtbaar met een dubbele witte kern. Dit is geen kenmerk dat uitsluitsel geeft, want het vrouwtje van het bruine zandoogje heeft soms ook een dubbele witte kern. Het oranje zandoogje vliegt in één generatie rond van juli tot september. Waardplant: kropaar, rood zwenkgras, gewoon struisgras, grote vossenstaart en kweek. Engelse benaming: Gatekeeper. Friese benaming: Oranje sâneachje.

Hooibeestje – 2015 (NL)

Het hooibeestje (Coenonympha pamphilus) is algemene standvlinder die twee of drie generaties rondvliegt van maart tot oktober. De onderkant van de achtervleugel heeft meestal kleine bruin omrande witte puntjes. De bovenkant is licht oranjebruin. Waardplant: reukgras, zwenk- en beemdgrassen. Engelse benaming: Small heath. Friese benaming: Heaflinter.

Argusvlinder – 2015 (NL)

De argusvlinder (Lasiommata megera) is een standvlinder die in heel Nederland wel voorkomt van maart tot oktober in meerdere generaties. Zowel de voor- als achtervleugel zijn aan de bovenkant oranje met bruine aders en zoomstrepen. Op beide vleugelpunten van de voorvleugel zit een zwarte stip met een witte kern. Het mannetje onderscheidt zich van het vrouwtje door de harige geurstreep op de bovenkant van de voorvleugel. Waardplant: kropaar, ruwe smele, rood zwenkgras, kweek en beemdgras. Engelse benaming: Wall brown. Friese benaming: Argusflinter.

Koevinkje – 2016 (NL)

Het koevinkje (Aphantopus hyperantus) heeft een zeer donkerbruine bovenkant voor beide vleugels. De onderkant is lichtbruin en heeft kenmerkende geel omrande zwarte oogvlekken met een witte kern. Deze algemene standvlinder vliegt in één generatie van juni tot augustus. Waardplant: kropaar, kweek, timotee, grote vossenstaart en ruige zegge. Engelse benaming: Ringlet. Friese benaming: Donker sâneachje.

Veenhooibeestje – 2018 (NL)

Een ernstig bedreigde en zeldzame vlinder is het veenhooibeestje (Coenonympha tullia). Met name in het Fochtelooerveen komt deze soort langzaam weer terug door genomen herstelmaatregelen. De bovenkant van de vleugels is bruin met een kleine zwarte oogvlek in de vleugelpunt van de voorvleugel. De onderkant van de voorvleugel is vanaf de vleugelwortel oranje wat na een witte strook overgaat in lichtbruin. De onderkant van de achtervleugel is bruin. Op beide vleugels zit aan de onderkant een rij zwarte oogvlekken met een witte kern en een gele rand eromheen. Kenmerkend is de witte strook op de onderkant van de achtervleugel die tot aan de vleugelrand loopt. De vliegperiode is van juni tot in augustus in één generatie. Waardplant: éénarig wollegras. Engelse benaming: Large heath. Friese benaming: Feanheaflinter.

De monarchvlinders zijn grote en fraai gekleurde, tropische vlinders. In Zuid-Europa zijn er maar twee soorten. De bovenkant van deze vlinders zijn oranje met een zwarte achterrand en talrijke witte vlekjes. In de tropen komen meer varianten voor zelfs met doorzichtige vleugels.

Glasvleugelvlinder – 2017 (CO)

De glasvleugelvlinder (Episcada salvinia) is een vlinder die niet in Europa voorkomt. Deze vlinder heb ik dan ook gespot in Medellin (Colombia). Zowel de voor- als achtervleugel zijn doorzichtig waarbij de zwarte aders goed te zien zijn. De randen van de vleugels oranjebruin waarbij op de punten witte vlekjes te zien zijn. Op de voorvleugel zijn halverwege vanuit de voorrand een korte oranje en een witte band te zien. Het grijsbruine achterlijf begint net achter het voorlijf, dat zwart wit gestreept is, erg dun en wordt dikker verder naar achteren. Op het achterhoofd zit een klein oranje vlekje. Waardplant: tomatenplantensoort. Engelse benaming: Salvin’s clearwing. Friese benaming: –

 

De middelgrote tot grote parelmoervlinders variëren in grootte van 60 tot 100 mm en worden beschermd door bittere lichaamsvloeistoffen. Hierdoor zijn ze voor predatoren oneetbaar. De predatoren worden gewaarschuwd door de prachtige kleurpatronen die veelal combinaties zijn van zwart met rood, oranje, geel en blauw. Door de enorme variabiliteit die binnen een soort kan optreden, zijn deze vlinders soms moeilijk te determineren.

Keizersmantel – 2013 (FR)

De keizersmantel (Argynnis paphia) is sinds 1980 als standvlinder uit Nederland verdwenen. Af en toe werd hij nog als zwerver aangetroffen vanuit Frankrijk waar ik deze parelmoervlinder aantrof. Vanaf 2005 werd de keizersmantel aangetroffen in Limburg en na 10 jaar mag deze vlinder weer als standvlinder benoemd worden. Het mannetje is het best te herkennen. Op de bovenkant van de oranje voorvleugel zijn drie duidelijke zwarte geurstrepen te zien. Verder is de bovenkant bezaaid met een zwart vlekkenpatroon. De onderkant van de voorvleugel is oranjegeel en de achtervleugel groenachtig met zilverkleurige strepen die bij het vrouwtje het breedst zijn. De vliegperiode is van juni tot in september in één generatie. Waardplant: koninginnekruid, distels. Engelse benaming: Silver-washed fritillary. Friese benaming: Keizersmantel

Zilveren maan – 2018 (NL)

De zilveren maan (Boloria selene) is zeldzaam in Nederland en een bedreigde vlindersoort. Hij komt in veengebieden in het Noorden nog voor. De bovenzijde van de vleugels zijn oranje met een rij zwarte stippen nabij de vleugelrand en grotere vlekken verspreid over de rest van de vleugel. De achterrand van de vleugels heeft lichtere oranje tot witte vlekken met naar binnen toe een zwarte V-vorm. De onderzijde is bezet met lichte cellen waarvan enkele wit zijn. Een aantal cellen vormen met enige verbeeldingskracht een maansikkel. De zwarte stip in de oranje middencel op de onderkant van de achtervleugel is het kenmerk waar je de zilveren maan het beste aan herkent. De vliegperiode is van mei tot september in één of twee generaties. Waardplant: moerasviooltje. Engelse benaming: Small pearl-bordered fritillary. Friese benaming: Sulveren moanne.