Tortricinae

De Tortricinae is een onderfamilie van de bladrollers (Tortricidae) en waarvan wereldwijd zo’n 4200 soorten zijn beschreven. Het is een monofyletische groep, een groep organismen waarvan aangenomen wordt dat ze alle dezelfde gezamenlijke voorouder hebben die zelf ook tot het taxon wordt gerekend en waarvan alle afstammelingen in dezelfde groep worden geplaatst. De Tortricinae is een zuster-groep van de Olethreutinae. De voornamelijke voedselbron is van 2 of meer plantenfamilies waarmee ze polyfaag zijn. De eitjes worden individueel, in kleine groepjes of in grote massa’s gelegd. De uitgekomen larven zijn voornamelijk bladrollers.

 

Stam: Archipini
Geslacht: Archips

Grote appelbladroller – 2017 (NL)

De grote appelbladroller (Archips podana) is een vrij eenvoudig te herkennen bladroller vanwege de “bel”-vorm welke te zien is in rusthouding. Het mannetje en vrouwtje zijn wel verschillend qua kleur. Het vrouwtje is bruin met alleen een donkere langwerpige vlek langs de voorrand van de vleugel. Het mannetje heeft een donkere middenband halverwege de vleugel en een donkere vlek bij de vleugelwortel. Verder heeft het mannetje een witte zone op de vleugel. Deze bladroller vliegt in twee generaties van mei tot september en de spanwijdte bedraagt 18-26mm. De larven voeden zich met bladeren, bloemen en fruit van een veel gecultiveerde bomen. Waardplant: hazelaar, beuk, appel, peer, roos en bosbes. Engelse benaming: Large Fruit-tree Tortrix. Friese benaming:

 

Stam: Archipini
Geslacht: Archips

Gevlamde bladroller – 2018 (NL)

Een bladroller die zeker niet moeders mooiste is en welke me wat meer tijd kostte om te determineren is de gevlamde bladroller (Archips xylosteana). Met name het hele donkere, bijna zwarte, exemplaar maakt determinatie erg moeilijk. Normaal is de voorvleugel vaal geelbruin, soms donker en overwegend grijsbruin met roodbruine markeringen. Het wortelveld vormt een schuine slanke vlek met een afgeronde top. De middenband is zeer schuin vooral bij het mannetje. De onderste helft is sterk verbreed, de voorrand iets concaaf en de achterrand overal duidelijk met een krom tandje boven en een stompe hoek onder het midden. De voorrandsvlek is breder en rechthoekig. Vliegperiode is van eind mei tot half augustus in één generatie en de spanwijdte bedraagt 15-23mm. De larven voeden zich in opgerolde bladeren. Waardplant: esdoorn, meidoorn, populier, berk, kamperfoelie en fruitbomen. Engelse benaming: Variegated Golden Tortrix. Friese benaming:

 

Stam: Archipini
Geslacht: Archips

Fraaie dennenbladroller – 2018 (NL)

Zoals bij meerdere bladrollers van de ‘Archips‘-familie is ook het mannetje van de fraaie dennenbladroller (Archips oporana) kleiner en meer uitgesproken getekend dan het vrouwtje. De voorvleugels van he mannetje zijn paarsachtig bruin met roodbruine markeringen die omgeven zijn met een dunne witte lijn. De vrouwtjes zijn vaal paarsbruin met roodbruine markeringen en een netachtig patroon over de gehele vleugel. De achtervleugel is bij het mannetje grijsbruin met een koperachtige gloed terwijl dit bij het vrouwtje meer oranje is. De vliegperiode is van juni tot juli in één generatie en de spanwijdte bedraagt 19-28mm. De larven voeden zich tussen de naalden. Waardplant: naaldbomen, gewone zilverspar. Engelse benaming: Pine Tortrix. Friese benaming:

 

Stam: Archipini
Geslacht: Caoecimorpha

Anjerbladroller – 2018 (NL)

Het mannetje van de anjerbladroller (Caoecimorpha pronuba) is duidelijk te onderscheiden van het vrouwtje. Het mannetje is met zijn 7-9 mm kleiner dan het vrouwtje die 8-12 mm is. De voorvleugel van het mannetje is donker geelbruin met een zwak donkerbruin netachtig patroon aan de buitenkant. Verder een donkerbruin tot paarsachtige vlek. De vleugels van het vrouwtje zijn langer en bij de vleugelpunt is een piekvorm te zien. De bovenkant van de vleugel is lichter van kleur en het networmig patroon is duidelijk te zien. De achtervleugel is oranjeachtig. De vliegperiode is gedurende een groot deel van het jaar in twee generaties. De larven voeden zich in spinsel. Waardplant: roos, wolfsmelk, kardinaalsmuts. Engelse benaming: Carnation Tortrix. Friese benaming:

 

Stam: Archipini
Geslacht: Clepsis

Koolbladroller – 2018 (NL)

Een algemeen voorkomende bladroller is de koolbladroller (Clepsis spectrana). De voorvleugel is vaal geelbruin, soms een beetje roodachtig, met een variatie aan spikkels. De donkerbruine dwarsband halverwege de vleugel en de eveneens donkerbruine vlek nabij de vleugelpunt zijn zeer opvallend. De vliegperiode is in twee generaties van mei tot in september en de spanwijdte bedraagt 16-22mm. De larven voeden zich in gesponnen bloemen of bladeren. Waardplant:  wilg, hop, zee-aster, lavendel. Engelse benaming: Cyclamen Tortrix. Friese benaming:

 

Stam: Archipini
Geslacht: Clepsis

Tuinbladroller – 2018 (NL)

Het mannetje en het vrouwtje van de tuinbladroller (Clepsis consimilana) zijn, zoals je wel vaker ziet bij de bladrollers, verschillend getekend. De voorvleugel van het mannetje is geelbruin met lichte markeringen en een schuine dwarsband. Het vrouwtje is donkerder en heeft een roodbruine spikkeling op de voorvleugel. Verder heeft het vrouwtje geen dwarsband of andere markeringen behalve een paar zwarte vlekjes langs de buitenrand van de vleugel. De vliegperiode is in één generatie van juni tot in september en de spanwijdte bedraagt 13-19mm. De larven voeden zich in een slordig en dicht spinsel tussen dode of verdorde bladeren. Waardplant: liguster, sering, kamperfoelie, meidoorn, appel en haagbeuk. Engelse benaming: Privet Tortrix. Friese benaming:

 

Stam: Archipini
Geslacht: Lozotaeniodes

Stipjesbladroller – 2020 (NL)

De voorvleugel van de stipjesbladroller (Lozotaeniodes formosana) is vaal geelbruin met daarop vele lichtere aaneengesloten vlekken die aan de rand donker roodbruin zijn. De vliegperiode is in één generatie van mei tot augustus en soms een tweede generatie in oktober. De spanwijdte bedraagt 20-26mm en de larven voeden zich in een spinsel langs twijgen. Waardplant: Grove den. Engelse benaming: Orange Pine Tortrix. Friese benaming:

 

Stam: Archipini
Geslacht: Pandemis

Kersenbladroller – 2017 (NL)

De kersenbladroller (Pandemis cerasana) is een kleine bladroller die net als vele familieleden in rusttoestand zijn vleugels in een platte ‘bel’-vorm houdt. De bovenkant van de vleugels zijn bruin en van bovenaf is een duidelijke bruine V-vormige band te zien. Meer naar de vleugelpunt is langs de buitenste rand nog een donkerbruine vlek te zien. De vliegtijd is in één generatie van juni tot september en de spanwijdte bedraagt 16-25mm. De larven kunnen in opgerolde of gevouwen bladeren worden gevonden. Waardplant: fruitbomen. Engelse benaming: Barred Fruit-tree Tortrix. Friese benaming:

 

Stam: Archipini
Geslacht: Ptycholoma

Geelbuikbladroller – 2020 (NL)

De voorvleugel van de geelbuikbladroller (Ptycholoma lecheana) is overwegend geelbruin met in de buitenste helft veel donker tot vaal ruidbruine vlekjes. Langs de voorrand is halverwege een donkerbuine vlek te zien. Verder valt de loodgrijze dunne dwarsband halverwege de vleugel vanaf de voorrand op en een tweede loodgrijze dwarsband meer richting vleugelpunt. De vliegperiode is in één generatie van mei tot midden augustus en de spanwijdte bedraagt 16-20mm. De larven voeden zich in een bijelkaar gesponnen blad. Waardplant: Appel, populier, eik, wilg en lork. Engelse benaming: Brindled Tortrix. Friese benaming:

 

Stam: Archipini
Geslacht: Syndemis

Struikbladroller – 2020 (NL)

De voorvleugel van de struikbladroller (Syndemis musculana) is grijswit, zilvergrijs tot grijsbruin en spaarzaam gespikkeld. Vanaf het midden van de binnenrand loopt een donkere bruine soms zwarte brede band die taps toeloopt richting de voorrand. Langs de voorrand dichtbij de vleugelpunt is nog een donkere kleine vlek te zien. De intensiteit van de markeringen variëert sterk. De vliegperiode is in één generatie van eind april tot midden juli en de spanwijdte bedraagt 15-22mm. De larven voeden zich in een opgerold of opgevouwen blad. Waardplant: Wilde gagel, braam, eik en berk. Engelse benaming: Dark-barred Tortrix. Friese benaming:

 

Stam: Cochylini
Geslacht: Aethes

Donker c-smaluiltje – 2020 (NL)

Het donker c-smaluiltje (Aethes rubigana) lijkt heel erg op het c-smaluiltje (Aethes cnicana). Het grote verschil zit in de donkere dwarsband op de crèmewitte voorvleugel die bij het donkere c-smaluiltje breder is dan bij het c-smaluiltje. Op de voorvleugel zijn verder lichtbruine vlakken te zien waarbij de twee vlekken dichtbij de voorrand iets donkerder gekleurd zijn. De vliegperiode is in één generatie van begin juni tot in augustus en de spanwijdte bedraagt 15-19mm. De larven voeden zich in zaden. Waardplant: Grote klit. Engelse benaming: Burdock Conch. Friese benaming:

 

Stam: Cochylini
Geslacht: Aethes

Kommabladroller – 2020 (NL)

De kommabladroller (Aethes smeathmanniana) heeft een vaalgele, met enkele geelbruine vlekken, voorvleugel. Verder zijn twee oranjebruine of roodbruine dwarsbanden te zien die vanaf de binnenrand naar het midden lopen. De dwarsband op 1/3 loopt door tot het midden, de dwarsband op 2/3 is vrij kort. De vliegperiode is in één generatie van begin mei tot midden juni en de spanwijdte bedraagt 12-19mm. De laven voeden zich in de zaden zoals het duizendblad die ik als waardplant in mijn tuin heb staan. Waardplant: Duizendblad, zwart knoopkruid en valse kamille. Engelse benaming: Yarrow Conch. Friese benaming:

 

Stam: Cochylini
Geslacht: Agapeta

Distelbladroller – 2017 (NL)

De distelbladroller (Agapeta hamana) of klaverbladroller heeft een heldere lichtgele voorvleugel. Op de voorvleugel komen, verschillend in aantal, oranje of bruine markeringen voor die in intensiteit verschillen. In ieder geval is er altijd een duidelijke brede lijn van het midden naar de binnenhoek van de vleugels. Vliegt in de avond en komt gemakkelijk op licht. De vliegperiode is van april tot september in mogelijk één generatie en de spanwijdte bedraagt 15-24mm. De larven voeden zich in de wortels. Waardplant: klaver, akkerdistel. Engelse benaming: Common Yellow Conch. Friese benaming:

 

Stam: Cochylini
Geslacht: Eulia

Papegaaibladroller – 2019 (NL)

Een bladroller die zijn naam aan de kakelbonte kleurstelling ontleedt is de papegaaibladroller (Eulia ministrana). De voorvleugel is vaal geel met oranjebruine tot roodbruine vlekken in het midden en richting de achterrand. Op 3/4 zit een witte stip of vlek. De vliegperiode is van april tot in juli in één generatie en de spanwijdte bedraagt 18-25mm. De larven voeden zich in het spinsel tussen twee bladeren. Waardplant: berk, eik en wilg. Engelse benaming: Brassy Tortrix. Friese benaming:

 

Stam: Cochylini
Geslacht: Gynnidomorpha

Ratelaarbladroller – 2019 (NL)

Bladrollers zijn soms zeer moeilijk te determineren. Zeker wanneer soorten van een onder-familie erg op elkaar lijken. Voor nu houd ik het op een ratelbladroller (Gynnidomorpha permixtana), maar deze bladroller kan ook verward worden met de wat grotere kartelbladroller (Gynnidomorpha minimana). De ratelbladroller heeft een crème oranjebruine voorvleugel met hier en daar donkerbruine of grijze vlekjes. Vooral langs de voorrand. Er zit een schuine donkere dwarsband vanaf een 1/3 van de achterrand tot vlakbij de voorrand waar hij afbuigt tot halverwege de voorrand. De vliegperiode is in twee generaties van mei tot in juni en van eind juli tot in augustus en de spanwijdte bedraagt 10-12mm. De larven voeden zich in de bloemen en zaden. Waardplant: koninginnekruid, grote waterweegbree, echte guldenroede. Engelse benaming: Coast Conch. Friese benaming:

 

Stam: Cochylini
Geslacht: Phalonidia

Wederikbladroller – 2019 (NL)

De wederikbladroller (Phalonidia udana) is lastig te determineren. Deze bladroller wordt vaak verward met de muntbladroller (Phalonidia manniana). Eigenlijk is genitaliënonderzoek nodig om zekerheid te geven. Op basis van de kleuren van de soort die ik gespot heb, denk ik toch met de wederikbladroller te maken te hebben. Op de overwegend licht bruinwitte voorvleugel begint halverwege een lichtbruine dwarsband vanaf de voorrand die na 1/3 een knik vertoond en overgaat in een donkerbruine band. Nabij de vleugelpunt zit een lichtbruine dwarsband die schuin loopt richting de achterrand. De muntbladroller geeft vaak een meer donkere en bontere indruk. De vliegperiode is van april tot augustus. Waardplant: wederik. Engelse benaming: Loosestrife Conch. Friese benaming:

 

Stam: Cochylini
Geslacht: Pseudargyrotoza

Zilvervlekbladroller – 2017 (NL)

De zilvervlekbladroller (Pseudargyrotoza conwagana) is een kleine geelbruine bladroller met een opvallende lichtgele vlek die goed te zien is rusthouding. Verder vallen de kleine zilvergrijze kleine vlekjes op die de dwarslijnen vormen. De vliegtijd is van mei tot juli en kan voornamelijk overdag bewonderd worden. De spanwijdte bedraagt 11-15mm. Larven voeden zich met zaden en bessen. Waardplant: liguster, sering en es. Engelse benaming: Yellow-spot Twist. Friese benaming:

 

Stam: Ramapesiini
Geslacht: Ditula

Zomerbladroller – 2018 (NL)

De zomerbladroller (Ditula angustiorana) is een relatief kleine bladroller. De vrouwtjes zijn vaak net iets groter en de markeringen verschillen lichtelijk. De voorvleugel van het mannetje is bruin met een vaal geelbruine ronde vlek halverwege de vleugel langs de binnenrand. Verder is halverwege de vleugel een smalle roodbruine dwarsband te zien en een roodbruine markering langs de voorrand vlakbij de vleugelpunt. De vleugel van het vrouwtje is meer oranjebruin met halverwege een kleine geelbruine vlek langs de voorrand. Vliegperiode is van mei tot augustus in één generatie en de spanwijdte bedraagt 12-18mm. Larven voeden zich in spinsel tussen bladeren of in fruitknoppen. Waardplant: appel, peer, hulst, klimop, jeneverbes en buxus. Engelse benaming: Red-barred Tortrix. Friese benaming:

 

Stam: Tortricini
Geslacht: Acleris

Witschouderbladroller – 2017 (NL)

De witschouderbladroller (Acleris variegana) is een gemakkelijk te herkennen bladroller. In rusthouding is een duidelijke witte vlek te zien met in het midden een donkere ronde vlek. Vandaar de naam “witschouder”. De rest van de vleugel is donkerbruin of grijs. De vliegtijd is van juli tot september en de spanwijdte bedraagt 14-18mm. De larven voeden zich in een opgevouwen blad of in bijelkaat gesponnen bladeren. Waardplant: meidoorn, sleedoorn, peer, roos, hazelaar en iep. Engelse benaming: Garden Rose Tortrix. Friese benaming:

 

Stam: Tortricini
Geslacht: Acleris

Lichte boogbladroller – 2018 (FR)

De lichte boogbladroller (Acleris ferrugana) is bijna niet te onderscheiden van de oranje boogbladroller (Acleris notana). Het beste zou dit te doen zijn via genitaliënonderzoek. Ik ben dan ook niet geheel zeker of ik de juiste keus heb gemaakt. De voorvleugel is geelbruin tot donker roodachtig bruin met variabele zwarte vlekjes. Bij de voorrand zit een driehoek vormige vaalbruine band waarbij de punt tot halverwege de vleugel uitsteekt. Bij de oranje boogbladroller is deze donkere band geheel glad terwijl bij de lichte boogbladroller aan beide zijden van de driehoek een inkeping zit. Vlakbij de punt zitten zwarte met enkele zilvergrijze vlekjes. Op 1/3 vanuit de wortelbasis is een duidelijke zwarte punt te zien. De vliegperiode is in twee generaties, één van juli tot half augustus en één van september tot mei waarbij de volwassen exemplaren overwinteren. De spanwijdte bedraagt 14-18mm en de larven voeden zich in het spinsel tussen bladeren. Waardplant: eik, haagbeuk, berk en wilg. Engelse benaming: Rusty Oak Button. Friese benaming:

 

Stam: Tortricini
Geslacht: Acleris

Rode driehoekbladroller – 2020 (NL)

Eén van de Acleris-soorten die vrij gemakkelijk te herkennen is, is de rode driehoekbladroller (Acleris holmiana). De voorvleugel is geelbruin waarbij de wortel en de vleugelpunt lichter van kleur zijn. Vooral de witte driehoekige vlek halverwege de voorrand maken het uniek om deze soort te herkennen. De vliegperiode is in één periode van juni tot begin september en de spanwijdte bedraagt 10-15mm. De larven voeden zich tussen twee bij elkaar gesponnen bladeren. Waardplant: Meidoorn, appel, peer en roos. Engelse benaming: Golden Leafroller Moth. Friese benaming:

 

Stam: Tortricini
Geslacht: Aleimma

Zonnesproetbladroller – 2019 (NL)

Op een zomeravond kwam ik de zonnesproetbladroller (Aleimma loeflingiana) tegen langs een voetpad op wat onkruid. Deze bladroller doet zijn naam wel eer aan. Genietend van de laatste zonnestralen die vallen op zijn geelbruine voorvleugel waar vele kleine donkerbruine vlekje te zien zijn, als het ware zonnesproeten. De variatie in tekening is zeer groot. Meestal zit bij de voorrand op 1/3 en halverwege wel een donkere markering en hebben de franjes een brede bruine basislijn. De vliegperiode is in één generatie van juni tot in augustus en de spanwijdte bedraagt 14-19mm. De larven kun je aantreffen in een opgerold blad. Waardplant: eik, esdoorn. Engelse benaming: Yellow Oak Button. Friese benaming:

 

Stam: Tortricini
Geslacht: Tortrix

Groene eikenbladroller – 2018 (NL)

De groene eikenbladroller (Tortrix viridana) wordt soms verward met de kleine groenuil. Er is wel een duidelijk verschil. Deze bladroller heeft zijn vleugels in ruststand vlak terwijl de kleine groenuil ze in een dakvorm heeft in rusthouding. De voorvleugel is lichtgroen met een licht wit vlekkerig uiterlijk. De voorrand laat een hele dunnen gele lijn zien. De mannetjes zijn net iets kleiner dan de vrouwtjes. De vliegperiode is van mei tot in juli in één generatie en de spanwijdte bedraagt 18-23mm. De larven kunnen in opgerolde of gevouwen bladeren gevonden worden. Waardplant: eik. Engelse benaming: Green Oak Tortrix. Friese benaming: