Spilomelinae

De Spilomelinae zijn een onderfamilie van de grasmotten (Crambidae) die eerder onder de Pyraustinae vielen. Wereldwijd zijn er iets meer dan 4100 soorten geregisteerd. In rusthouding wordt een driehoekige vorm aangenomen waarbij het achterlijf wordt afgedekt met de vleugels en de voorvleugel over de achtervleugel ligt. De ogen, antennes en monddelen zijn zeer goed ontwikkeld.

 

Geslacht: Nomophila

Luipaardlichtmot – 2018 (NL)

Een gemakkelijk te herkennen grasmot is de luipaardlichtmot (Nomophila noctuella). In rusthouding ziet deze grasmot er lang en smal uit. De voorvleugel is grijsbruin met donkere markeringen tot bruin of roodbruin met iets donkere en meer obscure vlekken. Bij sommige soorten zie je een 8-vormige markering halverwege de vleugel en een niervormige vlek op 2/3. Hierdoor lijkt de grasmot op een luipaard. Op de voorrand van de voorvleugel nabij de vleugelpunt zijn een aantal donkere vlekje te zien. De vliegperiode is van mei tot september en de spanwijdte bedraagt 26-32mm. De larven voeden zich in een zijden buisje. Waardplant: klaver en gewone brunel. Engelse benaming: Rush Veneer. Friese benaming:

 

Geslacht: Pleuroptya

Parelmoermot – 2019 (NL)

Veelal zijn de grasmotten niet heel erg groot. Een uitzondering is de parelmoermot (Pleuroptya ruralis). Deze nachtvlinder die goed op licht afkomt is zo’n 26-40mm en wordt dan soms ook verward met een spanner. De voorvleugel is vaal geelbruin, heeft een grijze spikkeling en een parelmoer glans. Door de grijze spikkeling lijkt het net of de vleugels doorzichtig zijn wanneer hij op, zoals bij mij, op een grijze houten schutting gaat zitten. Op 1/3 en 2/3 van de voorvleugel zitten donkere dwarslijnen waarbij die op 2/3 om een soms onduidelijke markering heen kronkelt. De vliegperiode is in één generatie van juni tot oktober. De larven voeden zich in een opgerold blad van de waardplant. Waardplant: brandnetel. Engelse benaming: Mother of Pearl. Friese benaming:

 

Geslacht: Udea

Witvlekkruidenmot – 2018 (NL)

Een gemakkelijk te herkennen grasmot is de witvlekkruidenmot (Udea olivalis). De voorvleugels zijn grijsbruin met een duidelijke witte vierkant centraal gelegen vlek en enkele kleine witte vlekken op de rest van de vleugel (vooral richting de vleugelpunt). Op de vleugelrand zijn afwisselend zwarte en witte vlekjes te zien. De vliegperiode is in één generatie van mei tot in augustus en de spanwijdte bedraagt 24-28mm. De larven zijn te vinden in een gesponnen of omgedraaid blad. Waardplant: brandnetel, hop en zuring. Engelse benaming: Olive Pearl. Friese benaming:

 

Geslacht: Udea

Grijze kruidenmot – 2018 (NL)

De eerst spot van de grijze kruidenmot (Udea prunalis) was even puzzelen. Doordat het exemplaar redelijk afgevlogen was moest extra goed gelet worden op specifieke kenmerken om hem te onderscheiden van de witvlekkruidenmot. De voorvleugel is grijsbruin en bij de buitenrand en achterrand donkerder. Vlakbij de vleugelpunt op de rand wisselen donkere en lichte vlekjes zich af. Op 2/3 van de vleugel kun je een onduidelijke dwarslijn zien die iets donkerder is dan de grondkleur van de vleugel. Daar waar bij de witvlekkruidenmot in de franjelijn witte vlekjes zijn te zien ontbreken die bij de grijze kruidenmot. Verder ontbreekt de grote witte vierkante vlek. De vliegperiode is van mei tot in augustus in één generatie en de spanwijdte bedraagt 20-24mm. De larven zijn te vinden in gesponnen bladeren van de waardplant. Waardplant: dovenetel, brandnetel, kamperfoelie, vlier. Engelse benaming: Dusky Pearl. Friese benaming: