Plusiinae

De Plusiinae zijn een onder-familie van de uilen (Noctuidae). Veel exemplaren uit deze onder-familie hebben een metaalkleurige of opvallend witte tekening op de voorvleugel en een uitstekend kuifje bij de kop.

 

Geslacht: Abrostola

Donker brandnetelkapje – 2018 (NL)

Tijdens het nachtvlinderen zie je soms niet direct wat je op het doek hebt of dichtbij op de muur of schutting. Wanneer je de foto’s op een later moment goed bekijkt zie je opeens dat je een nieuwe soort hebt gespot. Zo ook bij het donker brandnetelkapje (Abrostola triplasia) waarbij ik de foto bekijkend pas de unieke tekening zag. De voorvleugel is overwegend donkerbruin met een strogeel wortelveld. Bij het gewone brandnetelkapje (Abrostola tripartita) is het wortelveld zilvergrijs. De uilvlekken bevinden zich in een donkergrijze zone die roodbruin omlijnd is en zijn net iets lichter gekleurd dan het vlak waarin ze zich bevinden. Wanneer je deze uil van voren bekijkt lijkt het net of hij een bruin brilletje op heeft (vandaar ook zijn Engelse naam). De vliegperiode is in twee en soms drie generaties van april tot in oktober en de spanwijdte bedraagt 28-32mm. Waardplant: brandnetel en hop. Engelse benaming: Dark Spectacle. Friese benaming:

 

Geslacht: Autographa

Gamma-uil – 2006 (NL)

De gamma-uil (Autographa gamma) heeft als meest opvallende kenmerk een ononderbroken witgele Y-vormige vlek in het midden van de voorvleugel. De voorvleugel is verder bruin en grijs gemarmerd en bevat aan de buitenzijde van de buitenste dwarslijn een lichtgekleurde vlek. Deze uil houdt zijn vleugels dakvormig boven zijn achterlijf en op de bovenkant van  het borststuk zit een kuif met iets verder naar achteren twee kleinere kuiven. De gamma-uil vliegt in meerdere generaties van april tot in oktober en de spanwijdte bedraagt 30-45mm. Waardplant: braam, walstro, klaver, brandnetel, aarbei, tomaat, erwt, kool en boon. Engelse benaming: Silver Y. Friese benaming: Pistoaltsje.

 

Geslacht: Diachrysia

Koperuil – 2008 (NL)

De koperuil (Diachrysia chrysitis) heeft grijsbruine voorvleugel met een paarse tint en worden, in rusthouding, als een dak boven het achterlijf gedragen. Opvallend zijn de brede metaalgroene banden in het wortelveld en het zoomveld. Deze banden hebben een mooie glans. Op de bovenzijde van het borststuk zit een oranje kuif met daarachter een tweede kuifje. De koperuil vliegt in twee, en soms drie, generaties van mei tot oktober en de spanwijdte bedraagt 32-38mm. Waardplant: brandnetel, dovenetel, wilde marjolein en distels. Engelse benaming: Burnished Brass. Friese benaming: Koperûltsje.

 

Geslacht: Macdunnoughia

Getekende gamma-uil – 2020 (NL)

Net als zijn verwante soorten houdt de getekende gamma-uil (Macdunnoughia confusa) in rust de vleugels dakvormig omhoog. Op de bovenaknt van het borststuk bevindt zich een opvallende kuif en verder naar achteren is een klein kuiltje te zien. De ingesnoerde, nooit in tweeën gedeelde, witte vlek op de voorvleugel is verbonden met een dunne rechte witte lijn die deel uitmaakt van de binnenste dwarslijn en vormt zo een kenmerkende witte tekening die doorloopt tot aan de binnenrand. Het middenveld heeft aan de binnenzijde van deze witte vlek een warme bronskleurige of oranjebruine kleur. De rest van de vleugel is redelijk gelijkmatig grijsbruin of grijs, soms met een paarse tint. De vliegperiode is in drie generaties van april tot oktober en de spanwijdte bedraagt 30-38mm. Waardplant: Brandnetel, dovenetel en kamille. Engelse benaming: Dewick’s Plusia. Friese benaming:

 

Geslacht: Plusia

Goudvenstertje – 2019 (NL)

Een hele mooie verschijning in de lichtval was het goudvenstertje (Plusia festucae). Deze goudkleurige uil met een opvallend opstaande kuif lijkt erg veel op het moerasgoudvenstertje (Plusia putnami), maar is toch gemakkelijk te onderscheiden. Nabij de vleugelpunt zit een witte vlek die door bruine aders als het ware in vier stukken wordt opgedeeld. Het is de binnenste witte vlek die nodig is om het verschil tussen beide aan te geven. Bij het goudvenstertje loopt deze witte vlek schuin, met een punt weg richting het middenveld. Bij het moerasgoudvenstertje eindigt de witte vlek nagenoeg recht. Meest opvallend zijn de twee zilverkleurige vlekken in het midden van de voorvleugel. Deze vlekken zijn variabel van vorm. Het vlekje dat het dichtst bij de achterrand zit is altijd kleiner en ellips- of duppelvormig. Vliegperiode is van mei tot in oktober in twee generaties en de spanwijdte bedraagt 34-46mm. Waardplant: diverse zeggen, gele lis, grote egelskop. Engelse benaming: Gold Spot. Friese benaming: Goudfinsterke.