Tastermotten

In de familie van tastermotten of palpmotten (Gelechiidae) zijn vele geslachten die zeer moeilijk te determineren zijn doordat ze erg op elkaar lijken. De rusthouding van de volwassen motten is divers. In de meeste gevallen is de houding van de vleugels in horizontale stand tot licht hellend. De draadvormige antennes buigen naar achteren langs de vleugels of recht naar achteren in lijn met het lichaam. Kenmerkend voor deze familie zijn de smallere of wijdere achtervleugel ten opzichte van de voorvleugel en vaak eindigend in een punt of vingerachtige projectie.

 

Onderfamilie: Anacampsinae
Geslacht: Anacampsis

Populierenspikkelpalpmot – 2019 (NL)

Er zijn meerdere spikkelpalpmotten die soms moeilijk te determineren zijn zonder naar de genitaliën te kijken of goed te letten op de waardplanten. De populierenspikkelpalpmot (Anacampsis populella) is zo’n micro-vlinder die op sommige voorkomende vormen van de spikkelpalpmot (Anacampsis blattariella) lijkt. De populierenspikkelpalpmot gebruikt de populier als waardplant in tegenstelling tot zijn soortgenoot die de berk als waardplant gebruikt. Ik heb daarnaast vele literatuurbronnen gebruikt, maar blijf met enige onzekerheid bij de populierenspikkelpalpmot. De voorvleugel is variabel van tekening. Dit loopt van bijna zonder enige tekening vaalgrijs tot zwart en witgrijs. De vorm zonder enige tekening heeft zwart stippen bij de voorrand op ongeveer 1/5 en 1/3 van de vleugel, op 2/3 en verder langs de achterrand. De meer gemarkeerde vorm is zwartachtig tot 2/3 met langs de voorrand een lichtgrijze band. Beide vormen hebben een gehoekte witgrijze dwarsband aan het uiteinde van de vleugel. De vliegperiode is van eind juni tot in september en de spanwijdte bedraagt 14-19mm. Waardplant: populier. Engelse benaming: Poplar Sober. Friese benaming:

 

Onderfamilie: Anacampsinae
Geslacht: Syncopacma

Bandpalpmot – 2020 (NL)

Normaalgesproken is genitaliënonderzoek nodig om de bandpalpmot (Syncopacma larseniella) te identificeren, maar er is een klein detail in de voorvleugel die hem onderscheidt van de brede bandpalpmot (Syncopacma taeniolella). De witte of geelwitte dwarsband op de zwarte voorvleugel is bij de bandpalpmot geheel recht terwijl bij de brede palpmot deze dwarsband licht gekromd is. Aan de onderkant van de voorvleugel zit een kleine gele vlek bij de voorrand terwijl bij de brede bandpalpmot daar een smalle geelwitte dwarsband te zien is. De vliegperiode is in één generatie van juni tot juli en de spanwijdte bedraagt ongeveer 12mm. Waardplant: Moerasrolklaver. Engelse benaming: White-strap Sober. Friese benaming:

 

Onderfamilie: Anomologinae
Geslacht: Bryotropha

Geelwitte mospalpmot – 2019 (NL)

Een moeilijk te determineren palpmot is de geelwitte mospalpmot (Bryotropha affinis). In eerste instantie kwam ik uit op de grootvlekmospalpmot (Bryotropha basaltinella), maar volgens de literatuur heeft die geen zwarte vlek halverwege de voorvleugel. De voorvleugel is donkerbruin met geel gekleurde basis van de schubben waardoor de deze mot een gespikkeld uiterlijk krijgt. Er zitten vier zwartbruine stippen op de voorvleugel, één op een kwart, één dichtbij de buitenrand op 1/3, één op een half dichterbij de achterrand en één op 2/3. Aan het uiteinde van de voorvleugel zitten gele schubben waardoor een soort dwarsband zichtbaar wordt. De vliegperiode is van mei tot in augustus in één generatie en de spanwijdte bedraagt 9.5-12.5mm. Waardplant: mossen. Engelse benaming: Dark Neb. Friese benaming:

 

Onderfamilie: Anomologinae
Geslacht: Bryotropha

Oranje mospalpmot – 2020 (NL)

De voorvleugel van de oranje mospalpmot (Bryotropha terella) is licht, donker of grijsbruin. Normaalgesproken zit op 1/3 een zwarte stip, soms twee bijelkaar en op 2/3 nog één. Soms zijn de stippen duidelijk aanwezig, soms zijn ze vaag zichtbaar. Vlakbij de vleugelpunt is een donkerbruine spikkeling aanwezig. De vliegperiode is in één generatie van mei tot augustus en de spanwijdte bedraagt 14-16mm. Waardplant: Gewoon struisgras en mos. Engelse benaming: Cinerous Neb. Friese benaming:

 

Onderfamilie: Anomologinae
Geslacht: Metzneria

Klispalpmot – 2019 (NL)

De eerste tastermot in mijn collectie is de klispalpmot (Metzneria lapella). In mijn achtertuin kwam deze mot op licht af. De voorvleugel is meestal zandkleurig, soms wat donkerder bij de basis, met grijsbruine aders. Op 1/3 en halverwege zit een zwarte stip. Meestal komt deze soort dichter bij de kust voor, maar hij komt steeds vaker ook meer landinwaarts op licht. De vliegperiode is van mei tot in augustus en de spanwijdte bedraagt 16-20mm. Waardplant: klis. Engelse benaming: Seedhead Moth. Friese benaming:

 

Onderfamilie: Anamologinae
Geslacht: Monochroa

Geelbandboegsprietmot – 2020 (NL)

Een wat lastig te determineren micro-mot is de geelbandboegsprietmot (Monochroa lucidella). Deze bruine mot heeft op 2/3 een geelwitte vlek waarin aan het uiteinde een zwarte stip zit. Verder zijn bij de wortel van de voorvleugel wat vage lichtbruine vlekjes te zien. Opvallend zijn de relatief lange grijzige franjes met daarin geelwitte vlekjes langs de vleugelrand. De vliegperiode is één generattie van juni tot begin augustus en de spanwijdte bedraagt 12-14mm. Waardplant: Gewone waterbies en lisdodde. Engelse benaming: Buff-marked Neb. Friese benaming:

 

Onderfamilie: Apatetrinae
Geslacht: Platyedra

Kaasjeskruidmot – 2021 (NL)

Een vrij saaie gekleurde tastermot is de kaasjeskruidmot (Platyedra subcinerea). De voorvleugel is vaal grijsbruin met een wat donkere vlekjes over de lengte van de vleugel. Op 1/3 en 2/3 zijn die vlekje wat geconcentreerder waardoor het lijkt of daar een zwarte vlek zit. De vliegperiode is in één generatie van juni tot augustus en de spanwijdte bedraagt 16-18mm. Waardplant: kaasjeskruid. Engelse benaming: Mallow Groundling. Friese benaming: