In de familie van tastermotten of palpmotten (Gelechiidae) zijn er veel geslachten die zeer moeilijk te determineren zijn, omdat ze erg op elkaar lijken. De rusthouding van volwassen motten is divers. In de meeste gevallen is de houding van de vleugels van horizontaal tot licht hellend. De draadvormige antennes buigen naar achteren langs de vleugels of recht naar achteren in lijn met het lichaam. Kenmerkend voor deze familie is de smallere of wijdere achtervleugel ten opzichte van de voorvleugel, vaak eindigend in een punt of in een vingerachtige uitsteeksel.
Onderfamilie: Anacampsinae
Geslacht: Anacampsis
Populierenspikkelpalpmot – 2019 (NL)
(NCBI-index: 753152)
Er zijn meerdere spikkelpalpmotten die soms moeilijk te determineren zijn zonder naar de genitaliën te kijken of goed te letten op de waardplanten. De populierenspikkelpalpmot (Anacampsis populella) is zo’n micro-vlinder die op sommige voorkomende vormen van de spikkelpalpmot (Anacampsis blattariella) lijkt. De populierenspikkelpalpmot gebruikt de populier als waardplant, in tegenstelling tot zijn soortgenoot, die de berk als waardplant gebruikt. Ik heb daarnaast veel literatuurbronnen gebruikt, maar blijf met enige onzekerheid bij de populierenspikkelpalpmot. De voorvleugel is tekeningstechnisch variabel. Dit loopt van bijna zonder enige tekening vaalgrijs tot zwart en witgrijs. De vorm zonder enige tekening heeft zwarte stippen bij de voorrand op ongeveer 1/5 en 1/3 van de vleugel, en op 2/3 en verder langs de achterrand. De meer gemarkeerde vorm is zwartachtig tot 2/3 met langs de voorrand een lichtgrijze band. Beide vormen hebben een gehoekte witgrijze dwarsband aan het uiteinde van de vleugel. De vliegperiode is van eind juni tot in september en de spanwijdte bedraagt 14-19 mm. Waardplant(en): populier. Engelse benaming: Poplar Sober. Friese benaming: –
Vliegperiode:

Onderfamilie: Anacampsinae
Geslacht: Syncopacma
Bandpalpmot – 2020 (NL)
(NCBI-index: 2.566305)
Normaal gesproken is genitaliënonderzoek nodig om de bandpalpmot (Syncopacma larseniella) te identificeren, maar er is een klein detail in de voorvleugel dat hem onderscheidt van de brede bandpalpmot (Syncopacma taeniolella). De witte of geelwitte dwarsband op de zwarte voorvleugel is bij de bandpalpmot geheel recht, terwijl deze bij de brede palpmot licht gekromd is. Aan de onderkant van de voorvleugel zit een kleine gele vlek bij de voorrand, terwijl bij de brede bandpalpmot een smalle geelwitte dwarsband te zien is. De vliegperiode is in één generatie, van juni tot juli, en de spanwijdte bedraagt ongeveer 12 mm. Waardplant(en): moerasrolklaver. Engelse benaming: White-strap Sober. Friese benaming: –
Vliegperiode:

Onderfamilie: Anomologinae
Geslacht: Bryotropha
Geelwitte mospalpmot – 2019 (NL)
(NCBI-index: 1.857973)
Een moeilijk te determineren palpmot is de geelwitte mospalpmot (Bryotropha affinis). In eerste instantie kwam ik uit op de grootvlekmospalpmot (Bryotropha basaltinella), maar volgens de literatuur heeft die geen zwarte vlek halverwege de voorvleugel. De voorvleugel is donkerbruin met geel gekleurde basis van de schubben waardoor de deze mot een gespikkeld uiterlijk krijgt. Er zitten vier zwartbruine stippen op de voorvleugel, één op een kwart, één dicht bij de buitenrand op 1/3, één op een half dichter bij de achterrand en één op 2/3. Aan het uiteinde van de voorvleugel zitten gele schubben waardoor een soort dwarsband zichtbaar wordt. De vliegperiode is van mei tot augustus in één generatie en de spanwijdte bedraagt 9,5-12,5 mm. Waardplant(en): mossen. Engelse benaming: Dark Neb. Friese benaming: –
Vliegperiode:

Onderfamilie: Anomologinae
Geslacht: Bryotropha
Oranje mospalpmot – 2020 (NL)
(NCBI-index: 1.280429)
De voorvleugel van de oranje mospalpmot (Bryotropha terella) is licht, donker of grijsbruin. Normaal gesproken zit er op 1/3 een zwarte stip, soms twee bij elkaar, en op 2/3 nog één. Soms zijn de stippen duidelijk aanwezig, soms zijn ze vaag zichtbaar. Vlak bij de vleugelpunt is een donkerbruine spikkeling aanwezig. De vliegperiode is in één generatie van mei tot augustus en de spanwijdte bedraagt 14-16 mm. Waardplant(en): gewoon struisgras, mos. Engelse benaming: Cinerous Neb. Friese benaming: –
Vliegperiode:

Onderfamilie: Anomologinae
Geslacht: Bryotropha
Grootvlekmospalpmot – 2021 (NL)
(NCBI-index: 2.561026)
Een mospalpmot die lastig te onderscheiden is van de geelwitte mospalpmot (Bryotropha affinis) en beter met genitaliënonderzoek bevestigd kan worden, is de grootvlekmospalpmot (Bryotropha basaltinella). De voorvleugel is donkerbruin met geel gekleurde basis van de schubben waardoor de deze mot een gespikkeld uiterlijk krijgt. Er zitten drie zwartbruine stippen op de voorvleugel, één op een kwart, één dicht bij de buitenrand op 1/3 en één op 2/3. Het ontbreken van de zwarte stip halverwege de vleugel onderscheidt deze mot van de geelwitte mospalpmot. Daarnaast zijn de zwarte stippen veel groter. Aan het uiteinde van de voorvleugel zitten gele schubben waardoor een soort dwarsband zichtbaar wordt. De spanwijdte bedraagt 11-12 mm en de vliegperiode is in één generatie van mei tot september. Waardplant(en): mossen. Engelse benaming: Thatch Neb. Friese benaming: –
Vliegperiode:

Onderfamilie: Anomologinae
Geslacht: Metzneria
Klispalpmot – 2019 (NL)
(NCBI-index: 687107)
De eerste tastermot in mijn collectie is de klispalpmot (Metzneria lapella). In mijn achtertuin kwam deze mot op het licht af. De voorvleugel is meestal zandkleurig, soms wat donkerder bij de basis, met grijsbruine aders. Op 1/3 en halverwege zit een zwarte stip. Meestal komt deze soort dichter bij de kust voor, maar hij komt steeds vaker ook meer landinwaarts voor op licht. De vliegperiode is van mei tot augustus en de spanwijdte bedraagt 16-20 mm. Waardplant(en): klis. Engelse benaming: Seedhead Moth. Friese benaming: –
Vliegperiode:

Onderfamilie: Anamologinae
Geslacht: Monochroa
Geelbandboegsprietmot – 2020 (NL)
(NCBI-index: 1.870094)
Een wat lastig te determineren micromot is de geelbandboegsprietmot (Monochroa lucidella). Deze bruine mot heeft op 2/3 een geelwitte vlek waarin aan het uiteinde een zwarte stip zit. Verder zijn bij de wortel van de voorvleugel wat vage lichtbruine vlekjes te zien. Opvallend zijn de relatief lange grijzige franjes met daarin geelwitte vlekjes langs de vleugelrand. De vliegperiode is één generatie, van juni tot begin augustus, en de spanwijdte bedraagt 12-14 mm. Waardplant(en): gewone waterbies en lisdodde. Engelse benaming: Buff-marked Neb. Friese benaming: –
Vliegperiode:

Onderfamilie: Apatetrinae
Geslacht: Platyedra
Kaasjeskruidmot – 2021 (NL)
(NCBI-index: 1.660718)
Een vrij saai gekleurde tastermot is de kaasjeskruidmot (Platyedra subcinerea). De voorvleugel is vaal grijsbruin met wat donkere vlekjes over de lengte van de vleugel. Op 1/3 en 2/3 zijn die vlekjes wat geconcentreerder, waardoor het lijkt alsof er een zwarte vlek zit. De vliegperiode is in één generatie, van juni tot augustus, en de spanwijdte bedraagt 16-18 mm. Waardplant(en): kaasjeskruid. Engelse benaming: Mallow Groundling. Friese benaming: –
Vliegperiode:

Onderfamilie: Dichomeridinae
Geslacht: Dichomeris
Jeneverbesmot – 2021 (NL)
(NCBI-index: 1.869906)
Een eenvoudig te herkennen mot is de jeneverbesmot (Dichomeris marginella) met zijn roodbruine voorvleugels en de witte strook langs de voorrand vanaf de vleugelwortel tot de vleugelpunt en de witte strook langs de binnenrand tot aan de achterrand. De tasters zijn duidelijk herkenbaar aan de lange witte met bruine beharing. In rusthouding staat de jeneverbesmot hoog op zijn voorpootjes. De spanwijdte bedraagt 13-17 mm en de vliegperiode is in één generatie van april tot juli. Waardplant(en): jeneverbes. Engelse benaming: Juniper Webber. Friese benaming: –
Vliegperiode:

Onderfamilie: Gelechiinae
Geslacht: Carpatolechia
Smalpalpmot – 2026 (NL)
(NCBI-index: 687318)
De kop en het borststuk van de smalpalpmot (Carpatolechia proximella) zijn grijs met een witachtige bestuiving. De palpen zijn aan de basis zwart, terwijl de rest duidelijk zwart en lichtgrijs geringd is. De voorvleugels zijn doorgaans zeer bleek lichtgrijs tot beige van kleur. Over de vleugels zijn kleine, wit omrande zwarte vlekjes verspreid aanwezig. De binnenste vlekken zijn duidelijk aanwezig en vormen vaak een denkbeeldige V. Kenmerkend is bovendien de licht zwart geblokte franjerand langs de buitenrand van de voorvleugels. De vliegperiode is een generatie van half april tot begin juli en de spanwijdte bedraagt 15-17 mm. Waardplant(en): berk, els. Engelse benaming: Spotted Birch Grey. Friese benaming: –
Vliegperiode:

Onderfamilie: Gelechiinae
Geslacht: Gelechia
Zwarte haakpalpmot – 2025 (NL)
(NCBI-index: 1.869944)
De voorvleugel van de zwarte haakpalpmot (Gelechia senticetella) is grijsachtig met een geel- tot roodbruine tint en vrij intens zwart gespikkeld. De aderen zijn opvallend variabel zwart en er zijn donkere vlekken en vegen in het midden van de vleugel aanwezig. Deze vlekken en vegen zijn soms aaneengesloten, waardoor een langwerpige streep ontstaat. De vliegperiode is één generatie, van juli tot augustus, en de spanwijdte bedraagt ongeveer 12 mm. Waardplant(en): jeneverbes, cipres. Engelse benaming: Cypress Gelechia. Friese benaming: –
Vliegperiode:










































































































































