Parelmoervlinders (middelgroot tot groot)

De middelgrote tot grote parelmoervlinders (Heliconiinae) variëren in grootte van 60 tot 100 mm en worden beschermd door bittere lichaamsvloeistoffen. Hierdoor zijn ze voor predatoren oneetbaar. De predatoren worden gewaarschuwd door de prachtige kleurpatronen die veelal combinaties zijn van zwart met rood, oranje, geel en blauw. Door de enorme variabiliteit die binnen een soort kan optreden, zijn deze vlinders soms moeilijk te determineren. De middelgrote tot grote parelmoervlinders behoren tot de aurelia’s (Nymphalidae).

Geslacht: Argynnini

Keizersmantel – 2013 (FR)

De keizersmantel (Argynnis paphia) is sinds 1980 als standvlinder uit Nederland verdwenen. Af en toe werd hij nog als zwerver aangetroffen vanuit Frankrijk waar ik deze parelmoervlinder aantrof. Vanaf 2005 werd de keizersmantel aangetroffen in Limburg en na 10 jaar mag deze vlinder weer als standvlinder benoemd worden. Het mannetje is het best te herkennen. Op de bovenkant van de oranje voorvleugel zijn drie duidelijke zwarte geurstrepen te zien. Verder is de bovenkant bezaaid met een zwart vlekkenpatroon. De onderkant van de voorvleugel is oranjegeel en de achtervleugel groenachtig met zilverkleurige strepen die bij het vrouwtje het breedst zijn. De spanwijdte bedraagt 72-76mm. De vliegperiode is van juni tot in september in één generatie. Waardplant: koninginnekruid, distels. Engelse benaming: Silver-washed Fritillary. Friese benaming: Keizersmantel

 

Zilveren maan – 2018 (NL)

De zilveren maan (Boloria selene) is zeldzaam in Nederland en een bedreigde vlindersoort. Hij komt in veengebieden in het Noorden nog voor. De volwassen exemplaren vliegen laag bij de grond om zo nu en dan te stoppen voor het nuttigen van nectar. De bovenzijde van de vleugels zijn oranje met een rij zwarte stippen nabij de vleugelrand en grotere vlekken verspreid over de rest van de vleugel. De achterrand van de vleugels heeft lichtere oranje tot witte vlekken met naar binnen toe een zwarte V-vorm. De onderzijde is bezet met lichte cellen waarvan enkele wit zijn. Een aantal cellen vormen met enige verbeeldingskracht een maansikkel. De zwarte stip in de oranje middencel op de onderkant van de achtervleugel is het kenmerk waar je de zilveren maan het beste aan herkent. De spanwijdte is 41-44 mm. De vliegperiode is van mei tot september in één of twee generaties. Waardplant: moerasviooltje. Engelse benaming: Small pearl-bordered Fritillary. Friese benaming: Sulveren moanne.