Tandvlinders

Tandvlinders (Notodontidae) hebben een dik lichaam en een behaard uiterlijk. De meeste hebben lange en smal toelopende voorvleugels die in de rusthouding verticaal tegen het lichaam aan worden gehouden. Bij sommige soorten kun je aan de binnenrand van de voorvleugel een tandvormig uitsteeksel zien wanneer ze in de rusthouding zitten. Overdag kom je deze vlinders nauwelijks tegen. De soorten die ik tot nu gespot heb zijn dan ook gelokt met een speciale lamp.

Onderfamilie: Heterocampinae

Draak – 2018 (NL)

De soorten binnen de groep tandvlinders hebben soms namen die je niet bij vlinders zou verwachten. Zo ook de draak (Harpyia milhauseri). Deze vlinder is goed te herkennen met een donkergrijze tot zwarte aders op de lichtgrijze voorvleugel. Langs de binnenrand van de voorvleugels lopen twee zwarte evenwijdige brede lijnen. Vlak voor het uiteinde van vleugel loopt een brede geelbruine band. Op de witte achtervleugel zit in de binnenrandhoek een opvallende zwarte vlek. De antennes zijn voor driekwart geveerd. De vliegperiode is in één generatie van april tot juli. Waardplant: eik, soms beuk en berk. Engelse benaming: Tawny Prominent. Friese benaming: Draakflinter.

 

Eekhoorn – 2020 (NL)

Een goed herkenbare soort is de eekhoorn (Stauropus fagi). Beide vleugels hebben een grijsbruine grondkleur met, vooral bij de vleugelwortel, een grijze geelachtige bestuiving. Langs de binnenrand van de voorvleugel is een roodbruine zone te zien. De getande buitenste dwarslijn is witgeel en de gloflijn langs de vleugelzoom bestaat uit een rij zwarte stippen. In de rusthouding steekt de achtervleugel onder de voorrand van de voorvleugel uit. De spanwijdte bedraagt 45-60mm en de vliegperiode is van mei tot half augustus in één generatie. Waardplant: Beuk, hazelaar, eik en berk. Engelse benaming: Lobster Moth. Friese benaming: Iikhoarnflinter.

 

Onderfamilie: Notodontinae – Geslacht: Dicranurini

Kleine hermelijnvlinder – 2017 (NL)

De kleine hermelijnvlinder (Furcula furcula) lijkt veel op de berkenhermelijnvlinder en de wilgenhermelijnvlinder. De kleine hermelijnvlinder is grijswit met op de voorvleugel een fijne zwarte bestuiving (heeft de berkenhermelijnvlinder niet) en een brede grijze soms gelige middenband. Deze middenband is aan de binnenzijde begrenst met een rechte donkere rand en aan de buitenzijde met een onregelmatige zwarte rand. Bij de berkenhermelijnvlinder zijn deze donkere lijnen veel beter zichtbaar en daarnaast is de kleine hermelijnvlinder kleiner dan de berkenhermelijnvlinder. De bovenzijde van het bovenlijf heeft een dezelfde kleurschakering als de middenband. De vliegtijd is van april tot september in twee generaties. Waardplant: wilg en populier. Engelse benaming: Sallow Kitten. Friese benaming: Lytse harmelingflinter.

 

Onderfamilie: Notodontinae – Geslacht: Notodontini

Kameeltje – 2017 (NL)

Het kameeltje (Notodonta ziczac) was voor mij een opvallende verschijning door de houtstructuur van de vlinder. De voorvleugels zijn bruingeel met in het middenvlak langs de voorrand een witte vlek met daarbuiten een zwartbruine vlek bestaande uit allemaal langwerpige vlakken. De poten zijn zwaar behaard. Het kameeltje vliegt in twee generaties van april tot in september. Waardplant: wilg en populier. Engelse benaming: Pebble Prominent. Friese benaming: Kamielflinter.

 

Dromedaris – 2017 (NL)

De Dromedaris (Notodonta dromedarius) heeft kenmerkende roodbruine of roestbruine vegen bij de vleugelwortel en bij de achterrand. Vlakbij de achterrand is een roodbruine dwarsband waar soms wat geel in te zien is. Deze tandvlinder is verder donkergrijs. De kleuren en tekening kunnen variëren. Er komen met regelmaat donkere exemplaren voor met weinig roodbruin. De bovenkant van de achtervleugels zijn lichtgrijs. De vliegperiode is in twee generaties van half april tot eind augustus. Waardplant: berk, els, hazelaar en eik. Engelse benaming: Iron Prominent. Friese benaming: Drommedaris.

 

Snuitvlinder – 2018 (NL)

Een rare combinatie van naam en soort geldt voor de snuitvlinder (Pterostoma palpina). Deze tandvlinder heeft in rusthouding een kenmerkend uiterlijk waarbij hij op een stukje hout lijkt. Het meest opvallend zijn de lange vooruitstekende, enigszins omhoog gerichte tasters (palpen). Bij de mannetjes vallen verder de twee haarbosjes aan het einde van het achterlijf op. De smalle voorvleugel is grijsachtig geel met donkere aders en stippen. In rusthouding is op de rugzijde een opvallende rechthoekige, donker gerande kam zichtbaar. De franjes van de vleugels zijn soms geschulpt en de antennes zijn bij het mannetje zeer sterk geveerd en bij het vrouwtje slechts licht geveerd. De vliegperiode is in twee generaties van april tot in september. Waardplant: wilg en populier. Engelse benaming: Pale Prominent. Friese benaming: Snúttoskflinter.

 

Brandvlerkvlinder – 2019 (NL)

Het blijven prachtige nachtvlinders de soorten van de tandvlinders. De brandvlerkvlinder (Pheosia tremula) hoort daar zeker bij. Een prachtig exemplaar kwam op het licht af en landde op mijn witte laken. De brandvlerkvlinder lijkt op de berkenbrandvlerkvlinder (Pheosia gnoma), maar onderscheidt zich door de weinig opvallende witte wigvormige vlekken langs de achterrand van de vleugel. Bij de berkenbrandvlerkvlinder is juist een hele duidelijke wigvormige witte vlek te zien. Verder loopt er langs de achterrand van de vleugel een zwart met bruin afgezette band. In deze band zijn duidelijk witte lijnen te zien. Over het midden van de vleugel loopt een witte band in de lengterichting, met een zwartbruine schuine vlek, die vanuit de vleugelpunt wegloopt. De vliegperiode is van half april tot in september in twee generaties. Waardplant: populier, wilg en berk. Engelse benaming: Swallow Prominent. Friese benaming: Brânflerkflinter.

 

Onderfamilie: Phalerinae

Wapendrager – 2019 (NL)

Dit jaar was wel het jaar van de mooie spots in de lichtval. Daar hoorde ook een mooie tandvlinder bij, de wapendrager (Phalera bucephala). Deze nachtvlinder heeft grijswit gekleurde vleugels met een opvallende grote gele vlek nabij de vleugelpunt en een afgeplatte gele, bruin omrande kop. In de rusthouding worden de vleugels om het lichaam gevouwen waardoor de vlinder eruitziet als een afgebroken berkentakje. Halverwege de vleugels zit nog een dubbele dwarslijn waarvan de binnenste lichtbruin is en de buitenste donkerbruin tot zwart. Deze combinatie bevindt zich ook als afscheiding voor de grote gele vlek. Van de wapendrager heb ik ook de rups gespot die geeloranje is met een opvallend zwart vlekkenpatroon. De kop is zwart met een omgekeerde gele Y erop. De eitjes, wit bolletjes met een zwarte stip, kun je aan de onderkant van de bladen van loofbomen vinden. Waardplant: wilg, berk, eik, linde, hazelaar. Engelse benaming: Buff-tip. Friese benaming: Wapendrager.

 

Onderfamilie: Thaumetopoeinae

Eikenprocessierups – 2018 (NL)

Een voor mij onverwachte gast in het Noorden is de eikenprocessierups (Thaumetopoea processionea). Deze komt vaak negatief in het nieuws wanneer er in het midden en zuiden van het land veel overlast is van de rups van deze tandvlinder. Op de voorvleugel zijn enkele zwarte, naar binnen toe versmallende, dwarslijnen te zien en een onduidelijke middenstip in de vorm van een komma. De voorvleugel is bruinachtig tot geelgrijs en de vleugelwortel is altijd opvallend lichter gekleurd. De vliegperiode is één generatie van juli tot in september. Waardplant: eik. Engelse benaming: Oak Procession Moth. Friese benaming: Ikeprosesjerûp.