Blauwtjes

Mijn ervaring is dat de determinatie van de blauwtjes (Polyommatinae), een subfamilie van de Lycanenidae, erg moeilijk is wanneer je niet weet waar je op moet letten. Een belangrijk aspect is dat de onderkant van de voorvleugel wit, grijs of lichtbruin (nooit oranje) is met zwarte stippen of donkere strepen. Een tweede belangrijke aspect is de aan- of afwezigheid van een wortelvlek aan de onderkant van de voorvleugel. Daarnaast spelen de aanwezigheid van een middenvlek op de bovenkant van de vleugels, wel of geen voortzetting van oranje maanvlekken op de onderkant en de witte of geblokte franjes een extra rol om tot de juiste soort te komen. Voor de veel voorkomende icarusblauwtje, bruin blauwtje en heideblauwtje is het onderscheid goed te halen uit de onderkant van de achtervleugel. Het heideblauwtje heeft vaak een witte band onder de maanvlekken en het icarusblauwtje en bruin blauwtje een witte keg (blauw aangegeven). Bij het icarusblauwtje liggen de voorste drie stippen op een rij en bij het bruin blauwtje als een ‘hockeystick’ (rood aangegeven).

Geslacht: Polyommatini

Adonisblauwtje – 2007 (FR)

Het adonisblauwtje (Lysandra bellargus) is een dagvlinder die voornamelijk voorkomt in Zuid- en Midden-Europa en in twee generaties rondvliegt van eind april tot oktober. De bovenkant van het mannetje is glanzend hemelsblauw met een zeer smalle zwarte rand. Het vrouwtje heeft oranje maanvlekken aan de bovenkant van de vleugels welke verder vaak donkerbruin zijn met een blauwe bestuiving. Waardplant: paardenhoefklaver en bont kroonkruid. Engelse benaming: Adonis Blue. Friese benaming: –

 

Tijgerblauwtje – 2007 (FR)

Het tijgerblauwtje (Lampides boeticus) is een dagvlinder die voornamelijk in Zuid-Europa voorkomt in meerdere generaties van maart tot september. De onderkant van de achtervleugel heeft een duidelijke witte band in het zoomveld en verder talrijke smalle witte lijntjes. Op de bovenkant bij de basis zit een prominente zwarte vlek en één daarnaast bij de binnenrandhoek. Mannetjes zijn meer paarsblauw en vrouwtjes bruin met een blauwe bestuiving. Waardplant: blazenstruik. Engelse benaming: Long-tailed Blue. Friese benaming: Tigerblaujurkje.

 

Boomblauwtje – 2009 (NL)

Het boomblauwtje (Celastrina argiolus) is een dagvlinder die in twee tot drie generaties rondvliegt van maart tot september. Deze soort is redelijk eenvoudig te herkennen. De bovenkant van het mannetje en vrouwtje zijn violetblauw waarbij de mannetjes een smalle zwarte rand langs de vleugels hebben en de vrouwtjes een brede zwarte rand. De onderkant is wit tot zilverblauw met kleine zwarte stipjes. Waardplant: sporkehout, wegedoorn, klimop, grote kattenstaart, struikhei, hulst en vlinderstruik. Engelse benaming: Holly Blue. Friese benaming: Sprakelbeamblaujurkje.

 

Klein tijgerblauwtje – 2010 (FR)

Een variant op het gewone tijgerblauwtje is het kleine tijgerblauwtje (Leptotes pirithous). Deze dagvlinder vliegt in meerdere generaties rond van maart tot oktober en eigenlijk alleen in Zuid-Europa. De onderkant van de achtervleugel is bruingrijs met onregelmatige witte lijnen en zonder de duidelijke witte band zoals het gewone tijgerblauwtje wel heeft. De bovenkant van het mannetje is paarsblauw terwijl het vrouwtje blauw is met brede bruine randen en donkerbruine vlekken. Waardplant: mannentrouw, indigostruik en bonen. Engelse benaming: Lang’s Short-tailed Blue. Friese benaming: Lyts tigerblaujurkje.

 

Vale grasblauwtje – 2010 (JP)

Het vale grasblauwtje (Zizeeria maha) is een kleine vlinder die ik Japan gespot heb en ook niet in Europa voorkomt. Er is erg weinig bekend over deze vlinder die familie is van het donkere grasblauwtje en het Afrikaans grasblauwtje. Waardplant: klaverzuring. Engelse benaming: Pale Grass Blue. Friese benaming: –

 

Icarusblauwtje – 2011 (NL)

Een soort die vaak wordt aangezien voor andere is het icarusblauwtje (Polyommatus icarus). Dit meest algemene blauwtje vliegt in één to meerdere generaties in de periode van april tot oktober rond. De bovenkant is bij het mannetje blauw en bij het vrouwtje bruin vaak met een violetblauwe waas. Op de onderkant van de voorvleugel bevinden zich twee wortelvlekken waarmee deze vlinder goed te onderscheiden is van andere soorten. Waardplant: rolklaver en hopklaver. Engelse benaming: Common Blue. Friese benaming: Ikarusblaujurkje.

 

Eikenpage – 2017 (NL)

De eikenpage (Favonius quercus) is een dagvlinder die van begin juli tot eind augustus in één generatie rondvliegt. Deze page is daar te vinden waar eiken staan. De volwassen vlinders zijn vaak in de toppen van de bomen vinden, daar waar ze hun voedsel, honingdauw, kunnen vinden. De vlinder is redelijk eenvoudig te determineren waarbij vooral de blauwpaarse glans op zowel voor- als achtervleugel bij het mannetje opvalt. Bij het vrouwtje is alleen op de voorvleugel een blauwpaarse vlek te zien. De onderkant van de vleugel is blauwgrijs met een dubbele, zwart-wit, dwarsband dicht bij de achterrand van de vleugel. De achtervleugel heeft een klein staartje en twee oranje vlekken waarvan in één een zwarte stip aanwezig is. De spanwijdte is 37-39mm. Waardplant: zomereik. Engelse benaming: Purple Hairstreak. Friese benaming: Ikepaazje.

 

Heideblauwtje – 2017 (NL)

Het heideblauwtje (Plebejus argus) is een erg klein blauwtje welke veelal in ” één generatie rondvliegt van mei tot augustus. Deze dagvlinder is redelijk lastig te herkennen waarbij de zwarte zoomvlekken op de onderkant van de voorvleugel meestal als een soort vraagteken zijn getekend. Het mannetje is aan de bovenkant violetblauw met meestal brede donkere randen. Op de onderkant van de voorvleugel zijn geen wortelvlekken aanwezig. Waardplant: struikhei. Engelse benaming: Silver-studded Blue. Friese benaming: Heideblaujurkje.

 

Geraniumblauwtje – 2019 (MN)

Een blauwtje dat oorspronkelijk uit Zuid-Afrika komt, zich wat meer over Europa heeft uitgespreid, maar in Nederland zelden wordt gespot, is het geraniumblauwtje (Cacyreus marshalli). Ik heb dit blauwtje dan ook niet in Nederland gespot, maar in Montenegro waar ik op vakantie was. De onderkant van de vleugels is het meest kenmerkend. Die zijn bruinwit gemarmerd. De achtervleugel heeft een klein staartje in de binnenrandhoek en daar bevinden zich ook opvallende vlekken. De bovenkant van beide vleugels is bruin en de franje is krachtig wit met donkerbruine bandjes. De vliegperiode voor Nederland is juli en augustus. Waardplant: geranium, ooievaarsbek, reigersbek. Engelse benaming: Geranium Bronze. Friese benaming: Geraniumblaujurkje.

 

Geslacht: –

Vals tijgerblauwtje – 2017 (CO)

Het vals tijgerblauwtje (Leptotes cassius) komt in subtropische gebieden voor. Ik heb deze dan ook gespot in Medellin (Colombia). Aangezien voor deze vlinder geen Nederlandse benaming gevonden kon worden, heb ik hem tot vals tijgerblauwtje gedoopt. Hij lijkt erg op zijn familielid het klein tijgerblauwtje (Leptotes pirithous) die in het Middellandse zeegebied voorkomt. De Latijnse naam ‘cassius’ betekent ‘vals’. Het vals tijgerblauwtje heeft geen kleine staartjes aan de achtervleugel en heeft op deze vleugel aan de onderkant twee zwarte achterrandvlekken waar het kleine tijgerblauwtje daar nog oranje omheen heeft. Verder is een duidelijke witte zoom net voor de maanvlekken te zien waar bij zijn familielid daar nog bruine vlekken te zien zijn. Het mannetje is aan de bovenkant paarsblauw en het vrouwtje wit met zwartbruine randen en vlekken. De bovenkant van de achtervleugel is voornamelijk wit. Waardplant: mannentrouw, erwt en boon. Engelse benaming: Cassius Blue. Friese benaming: –