Olethreutinae

De Olethreutinae is een onderfamilie van de bladrollers (Tortricidae) en waarvan wereldwijd zo’n 4400 soorten zijn beschreven. Het is een monofyletische groep, een groep organismen waarvan aangenomen wordt dat ze alle dezelfde gezamenlijke voorouder hebben die zelf ook tot het taxon wordt gerekend en waarvan alle afstammelingen in dezelfde groep worden geplaatst. De Olethreutinae is een zuster-groep van de Tortricinae. De voornamelijke voedselbron is van 1 plantenfamilie waarmee ze oligofaag zijn. De eitjes worden individueel of in kleine groepjes gelegd. De uitgekomen larven boren zich voornamelijk in fruit, wortels, stengels en scheuten van planten.

 

Stam: Bactrini
Geslacht: Bactra

Gewone biesbladroller – 2020 (NL)

De gewone biesbladroller (Bactra lancealana) komt veelal voor in vochtige omgeving zoals moerassen, natte heide en bossen. De voorvleugel is grijs tot lichtbruin waarbij de net-achtige structuur van heel licht tot bijna donkerbruin kan zijn. Overduidelijk is vaak wel de  donkere halve maan op 2/3 van de vleugel in het midden te zien. Vlakbij de vleugelpunt is een korte bruine veeg te zien die soms tot aan de halve maan doorloopt. De vliegperiode is in twee generaties van mei tot oktober en de spanwijdte bedraagt 11-20mm. De larven voeden zich in stengels. Waardplant: Biezenknoppen. Engelse benaming: Rush Marble. Friese benaming:

 

Stam: Bactrini
Geslacht: Bactra

Getekende biesbladroller – 2020 (NL)

Een soort met langwerpige vleugels is de getekende biesbladroller (Bactra furfurana). De voorvleugel is geelbruin of oranjebruin met kleine donkere vlekjes over de vleugel verspreid. Op 1/3 is een gebogen dwarsband te zien die verbonden is met een gebogen lijn die over het midden van de vleugel loopt richting een donkere vlek op 2/3 vlakbij de voorrand. De vliegperiode is in één generatie van juni tot midden augustus en de spanwijdte bedraagt 13-19mm. De larven voeden zich in stengels. Waardplant: Biezenknoppen. Engelse benaming: Mottled Marble. Friese benaming:

 

Stam: Enarmoniini
Geslacht: Ancylis

Dwarsstreephaakbladroller – 2018 (NL)

Een in Europa veel voorkomende bladroller en voor o.a. appelbomen een kleine plaag is de dwarsstreephaakbladroller (Ancylis achatana). De voorvleugel is roodbruin tot donkerbruin met twee grijswitte tot zilvergrijze dwarsbanden. Deze twee banden zijn via een dunne lijn met elkaar verbonden. Aan de binnenrand van de voorvleugel is een grote donkerbruine driehoekige vlek te zien. De vliegperiode is van eind mei tot september in één generatie en de spanwijdte bedraagt 14-18mm. De larven rollen bladeren op door te spinnen en voeden zich daarin of vlakbij. Waardplant: meidoorn, sleedoorn, appel, braam. Engelse benaming: Triangle-marked Tortrix. Friese benaming:

 

Stam: Enarmoniini
Geslacht: Ancylis

Purperrode haakbladroller – 2019 (NL)

De voorvleugel van de purperrode haakbladroller (Ancylis unculana) loopt vlakbij de vleugelpunt uit in een kleine kwab. Het lijkt of de vleugelpunt gekromd is. Vandaar de naam haakbladroller. De vleugel is donkerbruin en iets meer oranje vlakbij de vleugelpunt. Verder is een brede vaalwitte of grijswitte dwarsband te zien die vanaf de basis bij de voorrand langs de rand loopt, halverwege de vleugel afbuigt over de vleugel en dan verder naar achteren loopt langs de binnenrand. De vliegperiode is van mei tot in augustus in één generatie en de spanwijdte bedraagt 12-16mm. De larven spinnen een blad bijelkaar via de randen en voeden zich daarbinnen. Waardplant: wilg en populier. Engelse benaming: Buckthorn Roller. Friese benaming:

 

Stam: Enarmoniini
Geslacht: Ancylis

Fijngestreepte haakbladroller – 2019 (NL)

De fijngestreepte haakbladroller (Ancylis apicella) dankt zijn naam aan de kromming aan het uiteinde van de vleugel. De voorvleugel is vaal geelbruin langs de voorrand en donkerbruin of gemengd donkerbruin/vaal geelbruin of grijsbruin langs de achterrand. Er loopt een crèmekleurige met vaal bruine lengtestreep vanaf de basis tot 3/4 van de vleugel en dan met een smalle hoek richting de voorrand. In het lichte deel is tenminste één donkere vlek te zien. De vliegperiode is in twee generaties van mei tot september en de spanwijdte bedraagt 12-17mm. De larven vouwen en spinnen bladeren bij elkaar. Waardplant: vuilboom. Engelse benaming: Hook-tipped Roller. Friese benaming:

 

Stam: Endotheniini
Geslacht: Endothenia

Kaardebolbladroller – 2017 (NL)

De kaardebolbladroller (Endothenia gentianaeana) is een bladroller die erg moeilijk te onderscheiden is van de andere Endothenia spp. De vleugels zijn blauwgrijs met daarop twee donkere dwarsbanden. De buitenste zone is meer wit gekleurd. De vliegtijd is in één generatie van juni tot augustus en de spanwijdte bedraagt 15-19mm. The larven voeden zich altijd solo in de bloemknop van de kaardebol. Waardplant: grote kaardebol en ruige weegbree. Engelse benaming: Teasel Marble. Friese benaming:

 

Stam: Eucosmini
Geslacht: Epiblema

Distelzadelmot – 2017 (NL)

De distelzadelmot (Epiblema scutulana) is een mot die erg lastig te onderscheiden is van de Zuidelijke distelzadelmot en de variabele zadelmot. Het is een vrij donkere mot met een opvallende witte vlek in het midden van de vleugels. Dit is het best te zien wanneer de mot in de rusthouding zit. Het lijkt dan net een zadel waar hij zijn naam ook aan te danken heeft. Bij sommige exemplaren zie je dat de witte vlek meer een witte band is. De vliegtijd is in één generatie van mei tot en met juni en de spanwijdte bedraagt 18-23mm. De larven leven in de stengels en wortels. Waardplant: knikkende distel, speerdistel, klis en knoopkruid. Engelse benaming: Thistle Bell. Friese benaming:

 

Stam: Eucosmini
Genus: Epiblema

Hoefijzermot – 2020 (NL)

Het meest opvallende aan de hoefijzermot (Epiblema foenella) is de witte, soms grijze, gekromde vlek dichtbij de achterrand. Van bovenaf lijkt het net een wit hoefijzer op de verder paarsbruine to roodbruine vleugel. Vlakbij de binnenrandhoek zit een vale ronde vlek met daarin vaak drie of vier zwarte of bruine stippen. Soms ontbreekt de witte markering ook wel. De vliegperiode is van eind juni tot september in één generatie en de spanwijdte bedraagt 17-26mm. Larven voeden zich in de wortels en stengels van de waardplant. Waardplant: Bijvoet. Engelse benaming: White-foot Bell. Friese benaming:

 

Stam: Eucosmini
Geslacht: Epinotia

Witte oogbladroller – 2020 (NL)

De witte oogbladroller (Epinotia bilunana) is bijna geheel créme wit tot grijswit en verder spaarzaam zwart gespikkeld. Bij de binnenrand zit op 1/3 een zwarte vlek die aan het uiteinde donker en scherp getekend is. Vlak voor de binnenrandhoek zit nog een zwarte opvallende vlak. De vliegperiode is van juli tot oktober in één generatie en de spanwijdte bedraagt 13-17mm. De larven voeden zich in de katjes van een berk. Waardplant: Berk. Engelse benaming: Crescent Bell. Friese benaming:

 

Stam: Eucosmini
Geslacht: Epinotia

Fraaie oogbladroller – 2020 (NL)

De oranjebruine of roodbruine kleur op de voorvleugel van de fraaie oogbladroller (Epinotia cruciana) maakt het dat deze soort goed te herkennen is. Halverwege de voorvleugel zit een lichte dwarsband die wel opvalt vergeleken met de lichtbruine basis. Bij de voorrand dicht bij de vleugelpunt zit een witte vlek die in grootte kan variëren. De vliegperiode is van mei tot begin augustus in één generatie en de spanwijdte bedraagt 12-15mm. De larven voeden zich in bij elkaar gesponnen blad. Waardpant: Wilg. Engelse benaming: Willow Tortrix. Friese benaming:

 

Stam: Eucosmini
Geslacht: Eucosma

Distelknoopvlekje – 2020 (NL)

Het distelknoopvlekje (Eucosma cana) heeft een grijsbruine tot donkerbruine voorvleugel overgoten met witbruine of geelbruine vlekken. Langs de voorrand is vanaf de basis een bruine streek tot halverwege de vleugel te zien. Naar de vleugelpunt toe zijn dan nog drie kleine bruine vlekje te zien. Vanaf de voorrand loopt halverwege een bruine band over de vleugel richting de binnenrand. De vliegperiode is van mei tot augustus in één generatie en de spanwijdte bedraagt 16-23mm. De larven voeden zich in de bloemknoppen en zaden van de waardplant. Waardplant: Distel en zwart knoopkruid. Engelse benaming: Hoary Bell. Friese benaming:

 

Stam: Eucosmini
Geslacht: Gypsonoma

Loofboombladroller – 2019 (NL)

Een variabele van kleur zijnde bladroller is de loofboombladroller (Gypsonoma dealbana) die op een zomeravond gewoon bij mij op de bladeren van de vlinderstruik neerstreek. De kop van deze bladroller is bruin, soms gemengd met wat grijswit. De voorvleugel is wit met een donkergrijze basis met zwarte vlekjes. Op 2/3 zit een duidelijk zwart streepje op het midden van de vleugel. Bij de vleugelpunt zitten oranjebruine vlekken. De vliegperiode is van mei tot in augustus in één generatie en de spanwijdte bedraagt 11-14mm. De larven voeden zich met de knoppen, jonge scheuten en spinnen dan bladeren bij elkaar. Waardplant: eik, berk, populier, meidoorn. Engelse benaming: Common Cloaked Shoot. Friese benaming:

 

Stam: Eucosmini
Geslacht: Notocelia

Hermelijnbladroller – 2018 (NL)

Het meest opvallende aan de hermelijnbladroller (Notocelia cynosbatella) zijn de palpen welke een gele tot oranjeachtige kleur hebben. Een derde van de voorvleugel is zwart tot bruinachtig en de rest van de vleugel is roomachtig wit met hier en daar een lichtgrijze of bruine vlek. Aan het uiteinde van de vleugels zit een smalle strook die grijsbruin is. De vliegperiode is in één generatie van mei tot en met juli en de spanwijdte bedraagt 16-22mm. De larven voeden zich in de bleomknoppen, jonge scheuten of tussen de bladeren. Waardplant: rozen, appelboom, perenboom, meidoorn, haagbeuk en eik. Engelse benaming: Yellow-faced Bell. Friese benaming:

 

Stam: Eucosmini
Geslacht: Notocelia

Bramenbladroller – 2020 (NL)

De bramenbladroller (Notocelia uddmanniana) is eenvoudig te herkennen aan de donkerbruine boogvormige vlek aan de binnenrand van de verder grijze voorvleugel. Deze donkerbruine vlek is wit omlijnd. Op 1/3 bevindt zich een donkergrijze band die uitstrekt richting de voorrand. Langs de voorrand is een donkergrijze band te zien die langzaam richtinf de bruine vlek afbuigt. Langs de achterrand van de vleugel is een lichtbruine zone te zien. De vliegperiode is van half mei tot in oktober en de spanwijdte bedraagt 15-20mm. De larven voeden zich in een spinsel. Waardplant: Braam en framboos. Engelse benaming: Bramble Shoot Moth. Friese benaming:

 

Stam: Eucosmini
Geslacht: Rhopobota

Topspinnertje – 2015 (NL)

Het topspinnertje (Rhopobota naevana) heeft een lichtgrijze of lichtbruine grondkleur met op de bovenkant twee bredere dwarsbanden die donkerder gekleurd zijn. De vliegtijd is in één generatie van juli tot september en de spanwijdte bedraagt 12-16mm. Waardplant: sleedoorn, meidoorn, peer, lijsterbes, sering, haagbeuk, blauwe bosbes en rode bosbes. Engelse benaming: Holly Tortrix. Friese benaming:

 

Stam: Eucosmini
Geslacht: Rhyacionia

Gewone dennenlotboorder – 2019 (NL)

Een goed te determineren en opvallende verschijning is de gewone dennenlotboorder (Rhyacionia buoliana). Deze bladroller lijkt erg op de rode dennenlotboorder (Rhyacionia pinicolana), maar wanneer je goed naar het onregelmatige witte lijnen patroon kijkt zie je bij de rode dennenlotboorder een boogvormige tekening bij het uiteinde van de achterrand die niet doorloopt naar het midden. Bij de gewone dennenlotboorder loopt die witte lijn door naar de vleugelpunt. De voorvleugel is verder helder oranje van kleur, soms een beetje doordrenkt met geelbruin of roodbruin. De vliegperiode is van juni tot in augustus in één generatie en de spanwijdte bedraagt 16-24mm. De larven boren zich in de scheuten. Waardplant: grove den. Engelse benaming: Pine Shoot Moth. Friese benaming:

 

Stam: Eucosmini
Geslacht: Spilonota

Rode knopbladroller – 2018 (NL)

De rode knopbladroller (Spilonota ocellana) is een bladroller die moeilijk te onderscheiden is van de lariksbladroller (Spilonota laricana). Eigenlijk is een genitaliën onderzoek nodig, maar het is eventueel te herkennen doordat de lariksbladroller smallere voorvleugels heeft, grijzer is en meer zwarte vlekken. De voorvleugel van de rode knopbladroller is wit, soms vaal geelbruin met een grijze diffuse kleur. Vanuit de wortelbasis is de voorvleugel tot een derde zwartbruin en voor de rest wit. Meestal zit er een zwarte driehoekige markering vlakbij de vleugelpunt. Vanuit de vleugelpunt naar de binnenrand zijn loodgrijze vlekken te zien. In rusthouding kun je vanaf boven, na die grijze markeringen, een donkere vlek zien. De vliegperiode is in één generatie van mei tot in september en de spanwijdte bedraagt 12-17mm. De larven voeden zich in de verse knoppen die in het voorjaar tot ontwikkeling komen. Waardplant: eik, berk, lijsterbes. Engelse benaming: Bud Moth. Friese benaming:

 

Stam: Eucosmini
Geslacht: Zeiraphera

Grootkopbladroller – 2021 (NL)

De grootkopblaroller (Zeiraphera isertana) lijkt heel erg op de grijze lariksbladroller (Zeiraphera griseana). Het verschil zit in de lichte vlek halverwege de vleugel aan de binnenrand die zich uitbreidt richting de voorrand. Bij de grootkopbladroller loopt die vlek nooit voorbij het midden waarbij de vlek bij de lariksbladroller daar aan voorbij gaat. Daarnaast is de grootkopbladroller wat kleiner en heeft kortere vleugels. De voorvleugel is verder zwart of zwartbruin met witte of grijze markeringen. De vliegperiode is in één generatie van mei tot september en de spanwijdte bedraagt ongeveer 17 mm. Waardplant: eik. Engelse benaming: Cock’s-head Bell. Friese benaming:

 

Stam: Grapholitini
Geslacht: Cydia

Fruitmot – 2017 (NL)

De fruitmot (Cydia pomonella), ook wel appelbladroller, heeft een grijze voorvleugel met dunne bruinachtige dwarslijnen. Aan de buitenzijde heeft deze bladroller een koperachtig of goudkleurig oog met een driehoekige zwarte streep in het midden. De fruitmot is verantwoordelijk voor de wormstekigheid in appels en peren. Vandaar dat de appels aan de fruitboom in mijn tuin vaak ook deze rare plekken in zich hebben. De vliegtijd is in één soms twee generaties van mei tot oktober en de spanwijdte bedraagt 14-22mm. De rupsen voeden zich in het fruit. Waardplant: appel en peer. Engelse benaming: Codling Moth. Friese benaming:

 

Stam: Grapholitini
Geslacht: Cydia

Erwtenbladroller – 2020 (NL)

Een soort waar je op moet letten om hem niet te verwarren met een soort uit een ander geslacht is de erwtenbladroller (Cydia nigricana). Hij lijkt heel erg op de zwarte rozenbladroller (Grapholita tenebrosana). Beide hebben een uniforme voorvleugel die grijsbruin tot donkerbruin is en soms geelgrijs. Vlakbij de voorrand, dichtbij de vleugelpunt, zie je een paar korte witte strepen afgewisseld met zwarte vlakken. De achtervleugel van de erwtenbladroller is donkerbruin met contrasterende witte franjes. De zwarte rozenbladroller heeft een vaal grijsbruine achtervleugel en de witte strepen bij de voorrand zijn minder sterk aanwezig. De palpen van de erwtenbladroller zijn aan de bovenkant gevlekt vaalbruin of donkergrijs en aan de onderkant wit. Bij de zwarte rozenbladroller zijn ze geheel wit. De vliegperiode is van mei tot augustus in één generatie en de spanwijdte bedraagt 12-16mm. De larven voeden zich in de peulen. Waardplant: Erwt. Engelse benaming: Pea Moth. Friese benaming:

 

Stam: Grapholitini
Geslacht: Cydia

Oranje eikenbladroller – 2020 (NL)

De voorvleugel van de oranje eikenbladroller (Cydia amplana) is oranjebruin, bij de vleugelpunt aan de binnenrand donkerbruin en een crème kleurige vlek halverwege dichtbij de binnenrand. Langs de voorrand zijn afwisselend lichte en donkere korte strepen te zien. De vliegperiode is van juli tot vroeg in oktober in één generatie en de spanwijdte bedraagt 16-20mm. De larven voeden zich in noten. Waardplant: Eik, walnoot, beuk en hazelaar. Engelse benaming: Rusty Oak Moth. Friese benaming:

 

Stam: Grapholitini
Geslacht: Dichrorampha

Margrietwortelmot – 2019 (NL)

Een bladroller die op het eerste gezicht een beetje een grijs uiterlijk heeft, maar bij nader inzien toch een variatie aan strepen en kleuren heeft. De margrietwortelmot (Dichrorampha acuminatana) heeft een voorvleugel die donker bruin is, soms met een licht paarse of roze gloed. Verder is de vleugel gespikkeld met een vaag geelbruine en brede bruinwitte bijna driehoekige vlek. Er zitten drie tot zes zwarte stippen op de buitenrand van de vleugel en de franjes zijn glanzend donker grijs met een centrale witte band. De rups voedt zich van de wortel van zijn waardplant en daarom geen bladroller in de naamgeving. De vliegperiode is in twee generaties van april tot in september en de spanwijdte bedraagt 10-15mm. Waardplant: margriet. Engelse benaming: Sharp-winged Drill. Friese benaming:

 

Stam: Grapholitini
Geslacht: Pammene

Gewone dwergbladroller – 2017 (NL)

De gewone dwergbladroller (Pammene fasciana) heeft een witte grondkleur met aan de binnenzijde van de vleugel een dwarsband van zilvergrijze kleine streepjes en aan de buitenzijde een bruine kleur. De vliegtijd is van juni tot augustus en de spanwijdte bedraagt 13-17mm. De larven voeden zich door in de vrucht van de boom te boren. Waardplant: eik en tamme kastanje. Engelse benaming: Acorn Piercer. Friese benaming:

 

Stam: Grapholitini
Geslacht: Pammene

Morgenroodbladroller – 2020 (NL)

Zomers loop ik regelmatig langs de beplanting in mijn tuin om eventuele micro-vlinders te spotten. Soms heb je geluk en zie je plotseling een nieuwe soort zitten. Zo ook bij de morgenroodbladroller (Pammene aurita). Deze bladroller is overwegend bruin tot oranjebruin met een grote vaalgele vlek bij de binnenrand halverwege de voorvleugel. De binnenrandhoek is donkerder gekleurd en langs de voorrand zijn korte witte vlekjes te zien. De vliegperiode is één generatie van juli tot september en de spanwijdte bedraagt 14-15mm. De larven voeden zich in spinsel in de zaden. Waardplant: Plataan. Engelse benaming: Sycamore Piercer. Friese benaming:

 

Stam: Olethreutini
Geslacht: Apotomis

Berkenmarmerbladroller – 2018 (NL)

De berkenmarmerbladroller (Apotomis betuletana) lijkt heel erg op de wilgenmarmerbladroller (Apotomis capreana). De voorvleugel is vanuit de vleugelwortel voor 2/3 zwartbruin gemengd met loodkleurig en zwarte vlekjes. Het andere deel van de voorvleugel is wit met een geelbruine vlekje. Het verschil met de wilgenmarmerbladroller is het beste te zien via het bovenaanzicht. Bij de berkenmarmerbladroller zie je in het donkere gedeelte een lichtgrijze dunne lijn in de vorm van een vishaak. Verder zijn de twee zwarte vlekjes op de grens van het donkere en witte deel bij de berkenmarmerbladroller veel donkerder dan bij de wilgenmarmerbladroller. De vliegperiode is van juni tot september in één generatie en de spanwijdte bedraagt 16-20mm. De larven spinnen en rollen bladeren bijelkaar. Waardplant: berk. Engelse benaming: Birch Marble. Friese benaming:

 

Stam: Olethreutini
Geslacht: Celypha

Paardenbloembladroller – 2015 (NL)

De paardenbloembladroller (Celypha striana) heeft een licht grijsbruine grondkleur en met zijn donkere middenband onderscheidt hij zich van de andere Celypha spp. Verder bevindt zich dichtbij de vleugelpunt een tweede gehoekte donkere band. Deze bladroller vliegt vanaf schemer in de periode van juni tot en met augustus en de spanwijdte bedraagt 16-22mm. In eerste instantie bevinden de larven zich onder een zijden web op het oppervlak van de penwortel. Later boren ze zich in de wortel zelf. Waardplant: paardenbloem en smalle weegbree. Engelse benaming: Barred Marble. Friese benaming:

 

Stam: Olethreutini
Geslacht: Celypha

Brandnetelbladroller – 2017 (NL)

De brandnetelbladroller (Celypha lacunana) is erg variabel in kleurschakering maar kan vaak goed herkend worden aan de inkeping of vervaging van de donkere dwarsband. Deze bladroller vliegt ’s nacht en komt goed op licht af. De vliegtijd is in twee generaties van mei tot en met augustus en de spanwijdte bedraagt 16-18mm. De larven voeden zich bij elkaar gesponnen bladeren, jonge scheuten en bloemen. Waardplant: beuk, berk, wilg, munt en brandnetel. Engelse benaming: Common Marble. Friese benaming:

 

Stam: Olethreutini
Geslacht: Hedya

Grote witvlakbladroller – 2018 (NL)

Het is soms erg lastig bepaalde soorten bladrollers te onderscheiden. In eerste instantie was ik er van overtuigd dat de gespotte bladroller tot de Apotomis familie behoorde, maar na goed bestuderen en met behulp van literatuur kwam ik tot de Hedya soort grote witvlakbladroller (Hedya ochroleucana). Deze bladroller heeft een opvallende crème kleurig buitenzijde van de voorvleugel met daarop langs de rand een paar lichtbruine vlekken en in het vlak zelf een paar kleine zwarte stipjes. Die lichtbruine vlekken worden in de tijd steeds valer van kleur, maar deze bladroller is dan nog wel te herkennen aan de twee donkere streepjes in de buitenste twee vlekken. De voorvleugel is voor twee derde donkerbruin gemengd met blauwgrijze en zwarte vlakken. De vliegperiode is in één generatie van juni tot september en de spanwijdte bedraagt 16-21mm. De larven spinnen bladeren bijelkaar. Waardplant: roos, appelboom. Engelse benaming: Off-white Hedya. Friese benaming:

 

Stam: Olethreutini
Geslacht: Hedya

Gewone witvlakbladroller – 2018 (NL)

Een bladroller die tot de witvlakbladrollers behoort is de gewone witvlakbladroller (Hedya nubiferana). De voorvleugel is vanuit de basis voor ongeveer 2/3 donkerbruin of donker geelbruin gemengd met blauwgrijs en zwarte vlekken. Het andere 1/3 deel richting de vleugelpunt is wit met vaalgrijze of grijsbruine vegen. De vliegperiode is in één generatie van mei tot augustus en de spanwijdte bedraagt 15-21mm, De larven voeden zich in gesponnen bladeren, bloemen en jonge scheuten. Waardplant: eik. Engelse benaming: Marbled Orchard Tortrix. Friese benaming:

 

Stam: Olethreutini
Geslacht: Olethreutes

Geisha – 2018 (NL)

Een zeer opvallende verschijning, en zeker wanneer je de foto’s later vergroot op je laptop, is de geisha (Olethreutes arcuella). Met name de oranje basiskleur van de vleugels met de zilverblauwe dwarslijnen vallen erg op wanneer je deze bladroller tegenkomt in het veld rustend op een groen blad. Vlak na de voorste dwarsband zit een lichtgele vlek met zwarte schakering en daarin enkele zilverblauwe vlekjes. De oranjekleur kun je zien als de kleur van de jurk van een Japanse geisha en de zilverblauwe strepen als de spaken van de parasol die ze ronddraait. De geisha vliegt van mei tot augustus in één generatie en de spanwijdte bedraagt 14-18mm. Waardplant: afgevallen bladeren en plantenresten. Engelse benaming: Arched Marble. Friese benaming:

 

Stam: Olethreutini
Geslacht: Orthotaenia

Woudbladroller – 2020 (NL)

De woudbladroller (Orthotaenia undulana) lijkt erg op de brandnetelbladroller (Celypha lacunana). Het grote verschil zit in de donkere dwarsband halverwege de voorvleugel. Bij de woudbladroller is dat een geheel donkere band, maar bij de brandnetelbladroller loopt de binnenste crème witte dwarsband in het midden, als een soort vinger, door de donkere dwarsband. Verder is de zone dichtbij de vleugelpunt bij de woudbladroller lichter van kleur en zijn de donkere markeringen duidelijker aanwezig. De larven voeden zich in los bij elkaar gesponnen blad. Waardplant: Berk, kamperfoelie en bosbes. Engelse benaming: Woodland Marble. Friese benaming:

 

Stam: Olethreutini
Geslacht: Piniphila

Tweebandbladroller – 2019 (NL)

De eerste spot van de tweebandbladroller (Piniphila bifasciana) was op licht. Deze bladroller heeft een bruingrijze voorvleugel met twee brede witte dwarsbanden. Eén band zit op 1/3 van de vleugel en één dichtbij de vleugelpunt. De banden zijn meestal grijswit of geelbruin en soms oranjeachtig tot roze. Vooral de band dichtbij de vleugelpunt. De vliegperiode is in één generatie van juni tot augustus en de spanwijdte bedraagt 12-16mm. De larven voeden zich in de zijden spinsels tussen jonge scheuten en mannelijke bloemen. Waardplant: naaldbomen. Engelse benaming: Pine Marble. Friese benaming: