Beervlinders

De beervlinders (Arctiinae) zijn een onderfamilie van de spinneruilen (Erebidae). Deze forse vlinders hebben een harig lichaam, soms met heldere kleuren of veel zwarte vlekken. De voorvleugels hebben meestal een cryptisch patroon, de achtervleugels een contrastrijk patroon met felle kleuren. De dieren waarschuwen hiermee vijanden voor hun giftigheid en het feit dat ze niet te eten zijn. Beervlinders gebruiken aangepaste haarschubben om ultrasone geluiden te maken, zogenaamde ‘clicks’. Hiermee kunnen ze aandacht vestigen op hun felle kleuren en daarmee de giftigheid, geluiden van andere soorten nadoen of zelfs signalen van vleermuizen verstoren zodat de niet gepeild kunnen worden. Deze geluid makende organen en het geluid dat ze produceren verschilt erg veel tussen de verschillende soorten. De meeste soorten vliegen ’s nachts en komen op licht, maar sommige soorten vliegen in de vroege ochtend of overdag. Wereldwijd zijn er zo’n 14.000 soorten, waarvan er ongeveer 40 in Nederland zijn vastgesteld.

Geslacht: Arctiini

Heravlinder – 2006 (NL)

De heravlinder of ook wel Spaanse vlag (Euplagia quadripunctaria) is een gemakkelijk te herkennen vlinder door de groenzwarte voorvleugel met crèmekleurige strepen en rode, oranje of gele achtervleugel. Deze vlinder is zowel op warme dagen overdag actief als ’s nachts. Hij vliegt in één generatie van juli tot eind augustus en de spanwijdte bedraagt 52-65mm. Waardplant: brandnetel, koninginnenkruid, dovenetel, smeerwortel, weegbree en hondsdraf. Engelse benaming: Jersey Tiger. Friese benaming: –

 

Grote beer – 2010 (NL)

De grote beer (Arctia caja) is te herkennen aan het wit met donkerbruine patroon op de voorvleugel en de oranjerode achtervleugel met blauwzwarte vlekken. Hij is in staat tot het produceren van een heldere gele vloeistof uit twee kanaaltjes vlak achter de kop. Hoewel deze vlinder ’s nachts actief is heb ik deze soort alleen nog maar overdag gezien. De grote beer vliegt van juni tot in september in één en soms twee generaties en de spanwijdte bedraagt 50-78mm. Waardplant: brandnetel, zuring en kruipwilg. Engelse benaming: Garden Tiger. Friese benaming: Grutte bearflinter.

 

Roodbandbeer – 2017 (NL)

De roodbandbeer (Diacrisia sannio) ben ik overdag tegengekomen terwijl hij uit het lange gras opspatte. Een aangename verrassing door de opvallende kleuren. Het mannetje heeft een gele voorvleugel met in het midden een rode vlek en langs de binnenrand een rode streep. Het vrouwtje heeft een oranje voorvleugel met rode aders. De achtervleugel is wit, met langs de rode achterrand een zwarte brede zone. Net als op de voorvleugel is een centrale vlek te zien, echter deze is zwart. De roodbandbeer vliegt in één generatie van mei tot augustus en heeft een spanwijdte van 34-44 mm. Waardplant: struikhei, dophei, zuring, weegbree en havikskruid. Engelse benaming: Clouded Buff. Friese benaming: Readbânbear.

 

Gele tijger – 2017 (NL)

De gele tijger (Spilosoma lutea) is een nachtvlieger die ik met licht heb gelokt. Het mannetje heeft een gelige grondkleur en het vrouwtje een witte. Beide hebben langwerpige vlekjes die vanuit de vleugelpunt over de vleugel naar de binnenrand gaan. Van bovenaf ziet dit er als een ‘klok’-vorm uit. Het verschil met de witte tijger (Spilosoma lubricipeda) is de hoeveelheid zwarte vlekjes die bij de gele tijger veel minder in aantal zijn. De gele tijger vliegt in één generatie van april tot september en de spanwijdte bedraagt 34-44mm. Waardplant: brandnetel, kamperfoelie, hop, zuurbes, pruim en berk. Engelse benaming: Buff Ermine. Friese benaming: –

 

Kleine beer – 2017 (NL)

De kleine beer (Phragmatobia fuliginosa) is een stuk kleiner dan de grote beer (Arctia caja). De bovenkant van de voorvleugels is roodbruin en men kan twee kleine donkere stippen op elke vleugel onderscheiden. De achtervleugel is helderrood, evenals het bovenste stuk van de twee achterpootjes, en bevat enkele donkere vlekken. De kleine beer is een nachtvlieger en komt goed op licht af. Hij vliegt in twee generaties van april tot september en de spanwijdte bedraagt 28-34mm. Waardplant: weegbree, kruiskruid, struikhei, kardinaalsmuts en brem. Engelse benaming: Ruby Tiger. Friese benaming: Lytse bearflinter.

 

Witte tijger – 2018 (NL)

Een nachtvlinder die tot de beervlinders behoort is de witte tijger (Spilosoma lubricipeda). Voorheen werd deze vlinder ook wel de tienuursvlinder genoemd, omdat hij pas na 10 uur ’s avonds werd gezien. Op de witte voorvleugel zit een patroon van kleine zwarte vlekjes waarbij tenminste één centrale zwarte vlek is te zien. De hoeveelheid zwarte vlekjes kan sterk verschillen en soms vormen ze min of meer rijen op de aders. De kop is zeer harig en het achterlijf is aan de bovenzijde fel geel met aan weerszijden zwarte vlekken. De vliegperiode is van mei tot augustus in één generatie en de spanwijdte bedraagt 36-46mm. Soms is er nog een tweede generatie in september tot oktober. Waardplant: zuring, brandnetel, vlier. Engelse benaming: White Ermine. Friese benaming: Tsienoereflinter

 

Grasbeertje – 2019 (NL)

Het is altijd mooi weer een nieuwe soort te spotten bij de nachtvlindersessies in mijn achtertuin. Wat dat betreft was 2019 een goed jaar. Veel nieuwe soorten waaronder het grasbeertje (Coscinia cribraria). In de rusthouding vouwt deze nachtvlinder zijn vleugels dusdanig om zijn lichaam dat de vleugelpunten spitsvormig lijken. De grijsachtig witte voorvleugel heeft een aantal donkere dwarsbanden die bestaan uit rijen zwartachtige vlekjes die soms samengesmolten zijn. De zwartachtige vegen op de voorvleugel kunnen in aantal en grootte variëren. Bij vlinders in het binnenland zijn de vegen veel duidelijker aanwezig dan bij de vlinders uit de kuststreek. De achtervleugel is bruinachtig grijs met witachtige franjes. De vliegperiode is van juni tot in september in één generatie en de spanwijdte bedraagt 30-35mm. Waardplant: buntgras, dophei, struikhei, bosbes. Engelse benaming: Speckled Footman. Friese benaming: –

 

Sneeuwbeer – 2020 (NL)

In waterrijke omgeving zag ik op een groene grasstengel de opvallend witte sneeuwbeer (Spilosoma urticae) zitten. De melkwitte voorvleugels zijn langgerekt en in het midden bevindt zich één zwarte stip. In sommige gevallen zijn het er twee of is er een klein rijtje stipjes te zien bij de vleugelpunt. De achtervleugel is effen wit en de beide antennes zijn wit bestoven. De sneeuwbeer lijkt op de witte tijger (Spilosoma lubricipeda), maar die heeft meestal veel meer zwarte stippen op de voorvleugel en op de achtervleugel een zwarte stip. Daarnaast is een kenmerkend verschil dat het segment aan de basis van de palpen geel is bij de sneeuwbeer en bij de witte tijger niet. Een ander gelijkende soort is de mendicabeer (Diaphora mendica). Het kenmerkende verschil hierbij is het achterlijf. Bij de sneeuwbeer is deze geel en bij de mendicabeer witachtig of grijsachtig bruin. De vliegperiode is van april tot juli in één generatie en de spanwijdte bedraagt 38-46mm. Waardplant: Waterzuring, watermunt, grote wederik, gele lis, jakobskruiskruid en heidekartelblad. Engelse benaming: Water Ermine. Friese benaming: Sniebear.

 

Geslacht: Lithosiini

Glad beertje – 2017 (NL)

Het glad beertje (Eilema griseola) is een relatief smalle langwerpige vlinder die zijn vleugels in rusthouding over elkaar geslagen heeft. De vleugels zijn gelig of grijs. De grijze exemplaren hebben langs de voorrand een smalle gele streep en opvallend zijn de zwarte pootjes. Het zijn nachtvliegers, maar kunnen overdag rustend op bladeren van loofbomen gespot worden. Dat is waar ik ze tot nu toe ook heb gezien. Het glad beertje vliegt in één en soms twee generaties van juni tot oktober en de spanwijdte bedraagt 32-40mm. Waardplant: mossen en algen op bomen. Engelse benaming: Dingy Footman. Friese benaming: Glêd bearke.

 

Plat beertje – 2018 (NL)

Het platte beertje (Eilema lurideola) is nou niet direct een nachtvlinder die ik had verwacht in mijn achtertuin. Het is meer een vlinder die in bosrijke omgeving voorkomt. De voorvleugel is loodgrijs en langs de rand is een duidelijke gele streep te zien. In de richting van de vleugelpunt wordt deze steeds dunner. De achterpoten zijn grotendeels geel wat hem onderscheidt van het naaldboombeertje (Eilema depressa). De achtervleugel is lichtgeel en worden in rusthouding onder de voorvleugels gevouwen. De vliegperiode is van juni tot in september in één generatie en de spanwijdte bedraagt 28-34mm. Waardplant: korstmossen en algen op bomen, stenen en paaltjes, soms bladeren van meidoorn, sleedoorn en braam. Engelse benaming: Common Footman. Friese benaming: –

 

Vaal kokerbeertje – 2018 (NL)

Een spinneruil die in rusthouding met de vleugels in een kokertje om zijn lichaam houdt is het vaal kokerbeertje (Eilema caniola). Deze nachtvlinder houdt van warmte en heeft warme jaren nodig om zich te ontwikkelen. Dat is in Noord-Europa nu steeds meer aan de orde en dat zou een reden kunnen zijn dat hij vaker wordt gespot in Nederland. De voorvleugels zijn smal en heel lichtgrijs. Langs de voorrand is een bleke gele rand te zien. De achtervleugels is wit in tegenstelling tot het streepkokerbeertje (Eilema complana) dat gemakkelijk met deze spinneruil verward kan worden. De vliegperiode is van eind mei tot in september in twee generaties en de spanwijdte bedraagt 28-35mm. Waardplant: mossen, algen en rolklaver. Engelse benaming: Hoary Footman. Friese benaming: –

 

Streepkokerbeertje – 2020 (NL)

Bij het controleren van de nachtvlinderval ontdekte ik het streepkokerbeertje (Eilema complana). De grijze voorvleugel heeft een oranjegele streep langs de voorrand die over de gehele lengte evenbreed is. Opvallend is de oranjegele kraag die hiermee ook onderscheidend is ten opzichte van het gelijkende plat beertje (Eilema lurideola). Het plat beertje heeft namelijk een grijs vlekje in de oranjegele kraag. Daarnaast rust het streepkokerbeertje met de vleugels in een kokertje om het lichaam en rust het plat beertje met de vleugels plat boven het lichaam. Een ander gelijkende nachtvlinder is het vaal kokerbeerje (Eilema caniola). Waar het  vaal kokerbeertje een witte achtervleugel heeft, zie je bij het streepkokerbeertje een lichtgele achtervleugel met soms een grijze veeg erop. De spanwijdte bedraagt 28-35mm en de vliegperiode is van juni tot september in één generatie. Waardplant: Mossen op stenen, paaltje en takken op de grond. Engelse benaming: Scarce Footman. Friese benaming: –

 

Geel beertje – 2020 (NL)

De vorm van de vleugels van het geel beertje (Eilema sororcula) zijn kenmerkend voor de soorten binnen zijn familie. De voorrand is tot 2/3 recht en buigt dan sterk af naar de vleugelpunt. De vleugels hebben een opvallende oranjegele kleur die iets valer wordt naarmate de nachtvlinder ouder wordt. De spanwijdte bedraagt 27-30mm en de vliegperiode is van april tot juli in één generatie. Waardplant: Mossen op eik, beuk en sleedoorn. Engelse benaming: Orange Footman. Friese benaming: Giel bearke.