Uilen (voormalig)

Een aantal uilen die eerder tot de echte familie van de uilen (Noctuidae) behoorden zijn overgeplaatst naar de spinneruilen (Erebidae). Bij de echte uilen zijn kenmerkend de twee ‘uilvlekken’, de nier- en de ringvlek. De van familie veranderde uilen waren daar een vreemde eend in de bijt aangezien ze die zogenaamde ‘uilvlekken’ niet hebben. Andere voorbeelden zijn de snuituilen die in rusthouding meer op een spanner lijken en die opvallen vanwege hun lange vooruitstekende palpen.

Onderfamilie: Herminiinae

Lijnsnuituil – 2017 (NL)

De lijnsnuituil (Herminia tarsipennalis) is een vlinder die in rusthouding driehoekig is. De voorvleugel is bruin en heeft drie donkere dwarslijnen. De binnenste dwarslijn is licht gebogen en maakt bij de voorrand een scherpe buiging richting de vleugelwortel. De middelste dwarslijn is gegolfd waarbij vlakbij de grote uitstulping een middenvlek zichtbaar is. Net als bij andere snuituilen valt de snuit op door de lange palpen. De lijnsnuituil vliegt in twee generaties van mei tot in oktober met een spanwijdte van 30-35mm. Waardplant: afgevallen blad van beuk, eik en braam. Engelse benaming: Fan-foot. Friese benaming: –

 

Stippelsnuituil – 2019 (NL)

In juni had ik vele mooie nieuwe spots in de lichtval. Zo ook de stippelsnuituil (Macrochilo cribrumalis). Dit is een witgrijze tot licht bruingrijze snuituil waarbij de vleugels tussen de aders fijn zwart bespikkel zijn zodat de vleugels wit gestreept lijken. Dwars over de voorvleugels kun je twee rijen zwarte stippen zien buiten de opvallende zwarte middenstip. De palpen zijn opvallend lang en steken in een boog omhoog. De vliegperiode is van eind mei tot in augustus in één generatie met een spanwijdte van 27-30mm. Waardplant: diverse grasachtigen zoals boszegge en gewone veldbies. Engelse benaming: Dotted Fan-foot. Friese benaming: Stippelsnútûltsje.

 

Schaduwsnuituil – 2020 (NL)

De schaduwsnuituil (Herminia tarsicrinalis) heeft een lichtbestoven voorvleugel die lichtbruin tot roodbruin van kleur is. De vleugelpunt wijkt iets uit naar buiten. Over de vleugel lopen drie donkere dwarslijnen. De binnenste dwarslijn buigt vlakbij de voorrand af en de buitenste dwarslijn is nagenoeg recht. Dit is het kenmerkende verschil met de gelijkende boogsnuituil (Herminia grisealis) waar de buitenste dwarslijn afbuigt naar de vleugelpunt. Tussen de golvende middelste dwarslijn en de binnenste dwarslijn is een donkerder bruine dwarsband te zien waarin zich de gebogen middenvlek bevindt. Net als andere snuituilen vallen de lage palpen op. De spanwijdte bedraagt 28-32mm en de vliegperiode loopt van mei tot augustus in één generatie. Waardplant: Dorre bladeren. Engelse benaming: Shaded Fan-foot. Friese benaming: –

 

Onderfamilie: Hypeninae

Bruine snuituil – 2017 (NL)

De bruine snuituil (Hypena proboscidalis) heeft net als andere snuituilen een opvallende snuit vanwege de palpen. Bij de bruine snuituil is deze langer dan bij andere soorten. De grondkleur van de bovenkant van de vleugels varieert van bruin tot dof grijsachtig bruin of zelfs donker purperachtig bruin. Over de vleugels lopen twee donkerbruine dwarslijnen. De achtervleugel is heel licht grijs. Deze snuituil vliegt in twee generaties van mei tot in oktober met een spanwijdte van 25-38mm. Waardplant: brandnetel. Engelse benaming: Snout. Friese benaming: Brún snútûltsje.

 

Onderfamilie: Hypenodinae

Moeras-micro-uil – 2019 (NL)

Wat je niet direct verwacht van de moeras-micro-uil (Hypenodes humidalis) is dat deze uil tot de spinneruilen en dus tot de macro-vlinders wordt gerekend. Je zou eerder verwachten dat het een micro-vlinder betreft. Kenmerkend zijn de schuine dwarslijnen over de vleugel. De dwarslijn die halverwege de vleugel te zien is, lijkt halverwege door een vlek heen te snijden. In principe gaat de dwarslijn er omheen. De dwarslijnen lijken in de rusthouding omgekeerde V’s. De vlek op het midden van de vleugel is opvallend zwart met aan één kant een witte afzetting. De vliegperiode is in twee generaties van mei tot in oktober met een spanwijdte van 14-15mm. Waardplant: struikhei, tijm, wilde marjolein. Engelse benaming: Marsh Oblique-barred. Friese benaming: –

 

Onderfamilie: Rivulinae

Stro-uiltje – 2008 (NL)

Het stro-uiltje (Rivula sericealis) ziet er in rusthouding uit als een driehoek. De voorvleugel is stro kleurig met een bruine achterrand en franje. Op de vleugel is duidelijk een paarse middenvlek te zien met daarin twee kleine zwarte stipjes. Het stro-uiltje vliegt in drie generaties van mei tot in oktober met een spanwijdte van 18-22mm. Waardplant: boskortsteel en pijpenstrootje. Engelse benaming: Straw Dot. Friese benaming: Strieûltsje.