Zandogen

De zandogen (Satyrinae), de grootste subfamilie van de aurelia’s (Nymphalidae), zijn in de regel onopvallend en bruin van kleur. Mogelijk is dit de oorzaak dat er weinig aandacht is voor deze subfamilie. Vergeleken met andere soorten geeft deze kleur hen een saaie aanblik. Aan de onderkant van de vleugels hebben ze cirkelvormige oogvlekken waaraan ze hun familienaam te danken hebben. De waardplant is meestal een soort die tot de grassen behoort. Het is niet altijd even simpel om de zandoogjes te determineren.

Geslacht: Coenonymphini

Hooibeestje – 2015 (NL)

Het hooibeestje (Coenonympha pamphilus) is algemene standvlinder die twee of drie generaties rondvliegt van maart tot oktober. Het is een onopvallende vlinder die alleen op zonnige dagen actief is en zich zelden meer dan een meter boven de grond laat zien. Hij komt veel voor in grasland waar de grassen kort en schaars zijn. De onderkant van de achtervleugel heeft meestal kleine bruin omrande witte puntjes. De bovenkant is licht oranjebruin. De spanwijdte van de vleugels is 34-38mm. Waardplant: reukgras, zwenk- en beemdgrassen. Engelse benaming: Small Heath. Friese benaming: Heaflinter.

 

Veenhooibeestje – 2018 (NL)

Een ernstig bedreigde en zeldzame vlinder is het veenhooibeestje (Coenonympha tullia). Met name in het Fochtelooerveen komt deze soort langzaam weer terug door genomen herstelmaatregelen. De bovenkant van de vleugels is bruin met een kleine zwarte oogvlek in de vleugelpunt van de voorvleugel. De onderkant van de voorvleugel is vanaf de vleugelwortel oranje wat na een witte strook overgaat in lichtbruin. De onderkant van de achtervleugel is bruin. Op beide vleugels zit aan de onderkant een rij zwarte oogvlekken met een witte kern en een gele rand eromheen. Kenmerkend is de witte strook op de onderkant van de achtervleugel die tot aan de vleugelrand loopt. De vliegperiode is van juni tot in augustus in één generatie. Waardplant: éénarig wollegras. Engelse benaming: Large Heath. Friese benaming: Feanheaflinter.

 

Geslacht: Elymniini

Bont zandoogje – 2008 (NL)

Het bonte zandoogje (Pararge aegeria) is een heel gemakkelijk te determineren vlinder. De bovenkant van de vleugels zijn donkerbruin met veel gele vlekken die bij het vrouwtje groter zijn dan bij het mannetje. In de gele vlekken bij de achterrand van de vleugels zitten zwarte vlekken met een kleine witte kern evenals op beide vleugelpunten van de voorvleugels. De vleugels hebben een spanwijdte van 47-50mm. het bont zandoogje geniet vaak uitgebreid van zonnige plekjes, al circulerend vliegend in de lucht om indringers te onderscheppen. Zowel het mannetje als vrouwtje genieten van de honingdauw in de boomtoppen en worden zelden gezien op bloemen behalve vroeg of laat in het seizoen wanneer de bladluis activiteit laag is. Dit zandoogje vliegt in meerdere generaties rond van februari tot november. Waardplant: kweek, kropaar, witbol, boskortsteel en reuzenzwenkgras. Engelse benaming: Speckled Wood. Friese benaming: Bûnt sâneachje.

 

Argusvlinder – 2015 (NL)

De argusvlinder (Lasiommata megera) is een standvlinder die in heel Nederland wel voorkomt van maart tot oktober in meerdere generaties. Hij heeft dezelfde kleuren en is evengroot als het oranje zandoogje, maar de argusvlinder heeft een veel uitgebreider patroon. Het lichtbruine patroon op de onderkant van de vleugel zorgt ervoor dat hij op muren of op de grond nagenoeg niet opvalt. Hij wordt soms ook wel verward met parelmoervlinders. Zowel de voor- als achtervleugel zijn aan de bovenkant oranje met bruine aders en zoomstrepen. Op beide vleugelpunten van de voorvleugel zit een zwarte stip met een witte kern. Het mannetje onderscheidt zich van het vrouwtje door de harige geurstreep op de bovenkant van de voorvleugel. Bij warm weer vliegen de mannetjes laag bij de grond om op zoek naar vrouwtjes. Bij koeler weer zoeken ze zonnige plekken op en vliegen op om achter een vrouwtje aan te gaan of om andere mannetjes weg te jagen. De spanwijdte bedraagt 44-46mm. Waardplant: kropaar, ruwe smele, rood zwenkgras, kweek en beemdgras. Engelse benaming: Wall Brown. Friese benaming: Argusflinter.

 

Geslacht: Maniolini

Bruin zandoogje – 2008 (FR)

Het bruine zandoogje (Maniola jurtina) wordt vaak aangezien voor een hooibeestje indien de vlinder met dichtgeslagen vleugels in de natuur zit. Belangrijk hierbij is dat het bruine zandoogje geen kleine witte stipjes heeft op de onderkant van de achtervleugel. Zodra het bruin zandoogje de vleugels open spreidt is het verschil goed te zien. Bij het mannetje is de bovenkant van de voorvleugel bruin met een zwarte oogvlek zonder witte kern, bij het vrouwtje daarentegen is een oranje veld en een zwarte oogvlek met een witte kern te zien. Soms is dat een dubbele witte kern zoals bij het oranje zandoogje. De volwassen exemplaren vliegen zelfs bij triest weer, waarbij andere vlinders nagenoeg inactief zijn. De bovenkant van de achtervleugel is bij beide bruin. Waardplant: grote vossenstaart, gewoon reukgras, kropaar, ruwe smele, kweek, rood zwenkgras en Engels raaigras. Engelse benaming: Meadow Brown. Friese benaming: Brún sâneachje.

 

Oranje zandoogje – 2008 (FR)

Het oranje zandoogje (Pyronia tithonus) is van het bruine zandoogje te onderscheiden door de oranjebovenkant met brede bruine rand op zowel voor- als achtervleugel. In de vleugelpunt van de voorvleugel is een zwart oog zichtbaar met een dubbele witte kern. Dit is geen kenmerk dat uitsluitsel geeft, want het vrouwtje van het bruine zandoogje heeft soms ook een dubbele witte kern. De spanwijdte van de vleugels bedraagt 40-47mm. Het oranje zandoogje vliegt in één generatie rond van juli tot september. Waardplant: kropaar, rood zwenkgras, gewoon struisgras, grote vossenstaart en kweek. Engelse benaming: Gatekeeper. Friese benaming: Oranje sâneachje.

 

Koevinkje – 2016 (NL)

Het vers koevinkje (Aphantopus hyperantus) heeft een zeer donkerbruine bovenkant voor beide vleugels. De onderkant is lichtbruin en heeft kenmerkende geel omrande zwarte oogvlekken met een witte kern. De kleine oogvlekken op de onderkant variëren in aantal en grootte en kunnen langwerpig zijn of zelfs reduceren tot kleine witte stippen. De spanwijdte is 48-52mm. Volwassen vlinders vliegen constant in een dobberende vlucht zelfs bij triest en bewolkt weer terwijl andere vlinders dan inactief zijn. Deze algemene standvlinder vliegt in één generatie van juni tot augustus. Waardplant: kropaar, kweek, timotee, grote vossenstaart en ruige zegge. Engelse benaming: Ringlet. Friese benaming: Donker sâneachje.