Crambinae

De Crambinae is een grote onderfamilie van de grasmotten (Crambidae) met zo’n 1800 geregistreerde soorten wereldwijd. De larven voeden zich voornamelijk in de wortels of stengels van grassen. Kenmerkend zijn de smalle voorvleugels en de brede achtervleugels zodat ze in de vlucht veel groter lijken dan wanneer ze in de rusthouding zitten. Overdag worden ze gemakkelijk verstoord waarbij ze snel een andere plek zoeken. Ze gaan dan met hun kop richting de grond, vleugels om het lijf gevouwen, zo dicht mogelijk tegen een grasstengel zitten.

 

Geslacht: Agriphila

Blauwooggrasmot – 2014 (NL)

De blauwooggrasmot (Agriphila straminella) valt op door zijn meestal licht blauwe ogen. Soms zijn de ogen heel erg donker. Mogelijk komt dat ook door het flitsen tijdens het fotograferen. Verder is deze grasmot niet echt spectaculair qua kleur en tekening. Het is een bleke lichtbruine mot met geen specifieke dwarslijnen. De vliegtijd is in één generatie van juni tot september en zie je vaak opvliegen uit lang gras om daarna snel weer een andere schuilplek te vinden. De spanwijdte bedraagt 16-19mm. De larven voeden zich op het lagere gedeelte van de stengels van diverse grassen. Waardplant: genaald schapengras. Engelse benaming: Straw Grass-veneer. Friese benaming:

 

Geslacht: Agriphila

Witlijngrasmot – 2017 (NL)

De witlijngrasmot (Agriphila latistria) valt in rusttoestand op door de witte streep over de lengte van zijn vleugels. De rest van de voorvleugels zijn bruingeel. De achtervleugels zijn wit van kleur. Ze zijn vooral in de nacht actief en komen goed op licht af. De vliegperiode is in één generatie van juli tot september en de spanwijdte bedraagt 22-27mm. De larven voeden zich op grasstengels. Waardplant: dravik. Engelse benaming: White-streak grass-veneer. Friese benaming:

 

Geslacht: Ancylolomia

Schaars gestreepte  grasmot – 2018 (FR)

Een bijzondere grasmot, voornamelijk door zijn grootte, is de schaars gestreepte grasmot (Ancylolomia tentaculella). Deze grasmot is een uit de kluiten gewassen grasmot ten opzichte van de grasmotten die je in Nederland tegenkomt. De vleugelwijdte is wel zo’n 3 cm. In Nederland kom je deze soort niet tegen, maar wel in Zuid- en Centraal Europese landen. Ik heb de naam maar vertaald vanuit de Engelse benaming die, in tegenstelling tot de Nederlandse, wel op het web te vinden is. Op de voorvleugel is vanuit de vleugelbasis een witte of crèmekleurige lengtestreep te zien die dichtbij de achterrand iets afbuigt. Aan de witte streep grenst een zwarte streep die richting de achterrand minder intens wordt. Nabij de achterrand is een licht golvende bruine dunne dwarsband te zien met daar vlak naast een grijskleurige golflijn. Tussen deze twee golflijnen en de achterrand, waarop een dunne donkere lijn te zien is, bevindt zich een rij donkere stipjes. De vliegperiode is van juni tot in augustus en de spanwijdte bedraagt 30-34mm. Waardplant: diverse grotere grassoorten. Engelse benaming: Scarce striped Grass-veneer. Friese benaming:

 

Geslacht: Calamotropha

Lisdoddesnuitmot – 2017 (NL)

De lisdoddesnuitmot (Calamotropha paludella) behoort ondanks zijn naam toch tot de grasmotten. Zowel het mannetje als het vrouwtje hebben een helderwitte achtervleugel. De mannetjes zijn iets kleiner en donkerder van kleur. De voorvleugel is vaal bruin met een stip in het midden. De lengte nerven van de vleugels zijn zichtbaar en donkerder dan de basiskleur van de vleugel. De vliegperiode is in één generatie van juli tot september en de spanwijdte bedraagt 22-33mm. De slanke larven boren zch in de bladeren, stengels en het bovenste deel van de onderstam. Waardplant: Grote en kleine lisdodde. Engelse benaming: Bulrush Veneer. Friese benaming:

 

Geslacht: Catoptria

Gelijnde vlakjesmot – 2018 (NL)

De eerste keer dat ik de gelijnde vlakjesmot (Catoptria margaritella) zag was ook de laatste keer voor dit exemplaar. Hij werd het ontbijt voor een ander insect. De voorvleugel van deze grasmot is lichtbruin tot roodbruin. Over de lengterichting van de vleugel loopt een brede witte strook die op 4/5 afbuigt naar de vleugelpunt en eindigt vlak voor de achterrand. De achtervleugel is grijs met een witte vleugelrand. De vliegperiode is van eind juni tot in september in één generatie en de spanwijdte bedraagt 20-23mm. De larven bevinden zich in een klein spinsel. Waardplant: mossen. Engelse benaming: Pearl-band Grass-veneer. Friese benaming:

 

Geslacht: Catoptria

Drietandvlakjesmot – 2018 (NL)

De redelijk herkenbare drietandvlakjesmot (Catoptria falsella) heeft een vale strogele voorvleugel. De vleugel is heeft duidelijke aders waar tussen een intense spikkeling aanwezig is. In de lengterichting is een brede witte strook aanwezig die op 2/3 via een dwarslijn smaller wordt. Daarna gaat de strook over in drie aparte “tanden” richting de achterrand. De vliegperiode is van juni tot september in één generatie en de spanwijdte bedraagt 18-22mm. De larven voeden zich een zijden buisje diep in het mos. Waardplant: muursterretje en smaragdsteeltje. Engelse benaming: Chequered Grass-veneer. Friese benaming:

 

Geslacht: Catoptria

Zwartbruine vlakjesmot – 2019 (NL)

Meer en meer ben ik alert op micro-vlinders en constateer dat ik steeds vaker nieuwe soorten zie. Het is vaak wel lastig ze goed op foto te krijgen. Zo’n nieuwe soort is onder andere de zwartbruine vlakjesmot (Catoptria verellus). Deze wordt soms verward met de drietandvlakjesmot (Catoptria falsella), maar is toch vrij gemakkelijk te onderscheiden. Beide hebben een meerdere bruine, zwarte en witte langwerpige vlakken, maar de zwartbruine vlakjesmot heeft niet een groot wit vlak vanaf de basis van de vleugel tot ongeveer 2/3 van de vleugel. De franjes zijn zwart en wit geblokt. De vliegperiode is van mei tot in september in één generatie en de spanwijdte bedraagt 17-18mm. Waardplant: mossen. Engelse benaming: Marbled Grass-veneer. Friese benaming:

 

Geslacht: Catoptria

Egale vlakjesmot – 2020 (NL)

De voorvleugel van de egale vlakjesmot (Catoptria pinella) is goudbruin met een brede witte band in de lengterichting van de vleugel die in tweeën wordt gesplitst door een donkerbruine smalle band. Tussen de witte band en de achterrand bevindt zich nog een donkerbruine band. Het verschil met de gelijkende brede vlakjesmot (Catoptria permutatellus) is de ontbrekende smalle witte dwarsband die vanaf de binnenrand in het achterveld loopt. De vliegperiode is in één generatie van juni tot september en de spanwijdte bedraagt 18-24mm. De larven voeden zich in een zijden spinsel. Waardplant: Ruwe smele en wollegras. Engelse benaming: Pearl Grass-veneer.  Friese benaming:

 

Geslacht: Chrysoteuchia

Gewone grasmot – 2009 (NL)

De gewone grasmot (Chrysoteuchia culmella) is één van de meest algemene grasmotten. Hij kan gemakkelijk herkend worden aan zijn één of twee gebogen dwarslijnen en de goudwitte vleugelrand van de voorvleugel. De grondkleur van de vleugels  is lichtgeel met daarop een patroon van bruine lijnen. Er zijn ook exemplaren waarbij het patroon van bruine lijnen niet aanwezig is. De gewone grasmot vliegt vooral ’s nachts van juni tot augustus in één generatie en rust overdag op grassprieten met zijn kop naar beneden. De spanwijdte bedraagt 20mm. De larven voeden zich op de stengels van verschillende type grassen. Waardplant: diverse grassen. Engelse benaming: Garden Grass-veneer. Friese benaming:

 

Geslacht: Crambus

Bleke grasmot – 2015 (NL)

De bleke grasmot (Crambus perlella) komt in 2 vormen voor. De meest voorkomende soort is crème wit met een zijden glans.  De andere soort heeft een bruine grondkleur met een duidelijke witte band in de lengterichting. De vliegtijd is in één generatie van juli tot september en de spanwijdte bedraagt 21-28mm. De larven voeden zich in een zijden spinsel dichtbij de basis van de stengels. Waardplant: diverse grassen. Engelse benaming: Satin Grass-veneer. Friese benaming:

 

Geslacht: Crambus

Vroege grasmot – 2017 (NL)

De vroege grasmot (Crambus lathoniellus) is een bruingele mot met witte strepen op de voorvleugel. Deze witte strepen zijn dunner dan bij andere soortgenoten en de mannetjes zijn donkerder dan de vrouwtjes. De vroege grasmot is één van de eerste motten binnen zijn soortgenoten die al rondvliegt. De vliegtijd is in één generatie van mei tot september en de spanwijdte bedraagt 20mm. De larven voeden zich op de basis van de stengel. Waardplant: diverse grassen. Engelse benaming: Hook-streak Grass-veneer. Friese benaming:

 

Geslacht: Crambus

Streepjesgrasmot – 2018 (NL)

Een veel voorkomende en vrij algemene grasmot is de streepjesgrasmot (Crambus pratella). De voorvleugel is licht roodbruin. Over de vleugel is een witte streep te zien die vanaf de basis breder wordt. Op 2/3 wordt deze witte streep onderbroken door een schuine lijn van waaruit een kleine witte vlek schuin afbuigt gevolgd door twee dunne schuine witte strepen. Nabij de vleugelpunt lopen twee witte strepen schuin naar elkaar toe. De waaiers aan de vleugelrand zijn wit metaalachtig. De vliegperiode is in één generatie van juni tot vroeg in september en de spanwijdte bedraagt 22-25mm. De larven voeden zich op de wortels en stengel van diverse grassoorten. Waardplant: diverse grassoorten. Engelse benaming: Scarce Grass-veneer. Friese benaming:

 

Geslacht: Crambus

Zilverstreepgrasmot – 2018 (NL)

De zilverstreepgrasmot (Crambus pascuella) heeft een brede witte streep op een verder bruine vleugel die vanaf de basis tot 4/5 in de richting van de vleugelpunt loopt. Net voorbij die grote witte vlek zit een kleinere tweede witte vlek. Op de vleugelpunt zit een witte driehoek en verder is een duidelijke gehoekte witte dwarslijn te zien omgeven met een iets donkere bruine lijn. De vliegperiode is van mei tot in augustus in één generatie en de spanwijdte bedraagt 21-26mm. De larven zijn te vinden in een zijden buisje aan de basis van de stengel. Waardplant: grassoorten. Engelse benaming: Inlaid Grass-veneer. Friese benaming: