Acronictinae

De Acronictinae zijn een onder-familie van de uilen (Noctuidae). De voorvleugels zijn gevlekt grijs, bruin en wit en soms geel en groen en versierd met zwarte aders. Het hoofd en de borst zijn harig en de ogen zijn vrij van haren. Bij sommige soorten zijn de zwarte ontwerpen in de vorm van een drietand of als een letter van het Griekse alfabet (psi). De volwassen motten hebben de meeste karakteristieke eigenschappen gemeen zodat determinatie moeilijk is.

Bont schaapje – 2017 (NL)

Het bont schaapje (Acronicta aceris) heeft een brede voorvleugel en heeft een lichtgrijze grondkleur. De vleugel is bruingrijs gespikkeld met een S-vormige dwarslijn. Aan de binnenzijde van deze dwarslijn ligt een smalle zoom van kleine lichtgekleurde blokjes. In het wortelveld is meestal een zwarte wortelstreep zichtbaar. Het bont schaapje vliegt in één generatie van mei tot in augustus en de spanwijdte bedraagt 34-45mm. Waardplant: diverse loofbomen. Engelse benaming: The Sycamore. Friese benaming: Bûnt skiepke.

 

Schilddrager – 2017 (NL)

De schilddrager (Subacronicta megacephala) lijkt erg veel op de zuringuil (Acronicta rumicis) en behoort tot de nachtvlinders. De zuringuil heeft een duidelijke witte vlek bij de binnenrand van de voorvleugel welke bij de schilddrager ontbreekt. De voorvleugel is vrij breed en heeft een afgeronde vleugelpunt. De lichte ringvlek is meestal goed te onderscheiden en de niervlek is nagenoeg onopvallend. De kleur van de voorvleugel is grijsachtig crèmewit, maar kan ook wat bruiner van kleur zijn met zwarte tinten. De achtervleugel is witachtig bij het mannetje en grijs bij het vrouwtje. De vliegperiode is van april tot september en de spanwijdte bedraagt 40-44mm. Waardplant: Populier en wilg. Engelse benaming: Popular Grey. Friese benaming: Skylddrager.

 

Schedeldrager – 2017 (NL)

De schedeldrager (Craniophora ligustri) heeft een voorvleugel waarvan de grondkleur zwartgroen is. De bovenkant van de voorvleugel heeft een patroon van purperachtige bruine en olijfgroene vlekken en dwarslijnen. Aan de buitenzijde van de niervlek is een grote witachtige vlek te zien. Bij sommige exemplaren is die witte vlek nagenoeg afwezig. De vorm van het kroontje blijft vaak wel zichtbaar. Op de bovenkant van het borststuk bevindt zich een tekening in de vorm van een schedel welke niet altijd goed te zien is. Waardplant: es en liguster. Engelse benaming: The Coronet. Friese benaming: –

 

Schaapje – 2017 (NL)

Het schaapje (Acronicta leporina) valt het meest op door zijn witte grondkleur en de tekening op het borststuk. Wanneer je daar naar kijkt lijkt het net of je het de kop van een schaap ziet. Op de witte vleugels zit een fijne grijze bestuiving. Vlakbij de nagenoeg niet opvallende witte niervlek is een zwarte tekening bij de vleugelrand te zien in de vorm van een S. Verder zijn op de vleugels hier en daar zwarte V vormen te zien. De vliegperiode is van mei tot oktober in twee generaties en de spanwijdte bedraagt 35-45mm. Waardplant: berk en els. Engelse benaming: The Miller. Friese benaming: Skiepke.

 

Zuringuil – 2018 (NL)

De zuringuil (Acronicta rumicis) is een middelgrote uil die het best te herkennen is aan de krijtwitte vlekjes langs de binnenrand van de voorvleugel. De vleugel is verder onregelmatig zwart gespikkeld en heeft een onduidelijke zwartachtige tekening op een grijze vleugel. De niervlek en ringvlek zijn duidelijk zwart omlijnd. De vliegperiode is van half april tot in oktober in twee en soms drie generaties en de spanwijdte bedraagt 30-35mm. Waardplant: zuring, weegbree, hop, duinroos, braam en meidoorn. Engelse benaming: Knot Grass. Friese benaming: Soerstâleûltsje.

 

Psi-uil – 2018 (NL)

Een uil die moeilijk te onderscheiden is van twee andere uilen is de psi-uil (Acronicta psi). Deze uil lijkt heel veel op de drietand (Acronicta tridens) en de grote drietand (Acronicta cuspis) . De drietand is vrij zeldzaam in Nederland en daarmee een hint dat mijn gespotte exemplaar toch een psi-uil is. Om zeker te zijn kan het beste genitaliënonderzoek gedaan worden. De bovenkant van de voorvleugel is grijs met bruinige tinten en het meest opvallend zijn de langgerekte strepen in de vorm van een speerpunt (drietand). De ringvlek is omlijnd met een dunne zwarte lijn die doorloopt naar de niervlek. Bij het uiteinde van de vleugel is een dunne zwarte hoekige dwarslijn te zien. De vliegperiode is in twee generaties van half april tot in september en de spanwijdte bedraagt 34-40mm. Waardplant: sleedoorn, meidoorn appel, berk, linde, iep en lijsterbes. Engelse benaming: Grey Dagger. Friese benaming: Psyûltsje.

 

Kleine rietvink – 2020 (NL)

Qua kleur en uiterlijk zou je de kleine rietvink (Simyra albovenosa) niet direct bij deze familie verwachten, maar eerder bij de familie van de grasuilen. De voorvleugel is lichtgekleurd en vanuit het wortelveld loopt een zwarte veeg over de vleugel en in het zoomveld zijn ook nog één of twee donkere vegen te zien. De achtervleugel is zuiver wit. Daarmee is hij ook te onderscheiden van de gelijkende grijze grasuil (Mythimna pudorina), welke een grijsachtig bruine achtervleugel heeft, en de spitsvleugelgrasuil (Mythimna straminea) die donkere aders en een rij zwarte streepjes op de achtervleugel heeft. De spanwijdte bedraagt 32-40mm en de vliegperiode loopt van april tot half september in twee generaties. Waardplant: Riet, grote wederik, waterzuring, pluimzegge, galigaan en wilg. Engelse benaming: Reed Dagger. Friese benaming: Lytse reidspinner.