Noctuinae

De Noctuinae zijn een onderfamilie van de uilen (Noctuidae). De voorvleugels van deze vlinders zijn in het algemeen rechthoekig. In ruststand worden de vleugels over elkaar heen gevouwen boven het achterlijf. De kop is breed en afgeplat en heeft geen bosje omhoogstekende haren.

Geslacht: Apameini

Graswortelvlinder – 2008 (NL)

De graswortelvlinder (Apamea monoglypha) is wat groter dan zijn soortgenoten. De bovenkant van de voorvleugel is grijsbruin of grijsgeel en duidelijk zijn de uilvlekken te herkennen. De ringvlek is langwerpig en loopt schuin omhoog. In de lichte golflijn is een W te herkennen en op de bovenzijde van het borststuk zijn twee donkere V-vormige lijnen aanwezig. De graswortelvlinder vliegt in één generatie van juni tot september en de spanwijdte bedraagt 38-52mm. Waardplant: kweek, kropaar en ruwe smele. Engelse benaming: Dark Arches. Friese benaming: Gerswoartelûltsje.

 

Halmrupsvlinder – 2017 (NL)

De halmrupsvlinder (Mesapamea secalis) is een uil die vele variaties in kleur heeft van licht tot donker. De voorvleugel heeft een afgeronde achterrand en een stompe vleugelpunt. De niervlek, welke soms grotendeels wit tot crème kleurig is,  heeft een duidelijke witte omlijning. De centrale dwarslijnen variëren in intensiteit en zijn soms verbonden door middel van een zwarte strook. Sommige exemplaren hebben een vrij herkenbaar en gelijkmatig uiterlijk, andere zijn vlekkerig. Dese uil is bijna niet te onderscheiden van het weidehalmuiltje (Mesapamea secalella). Zeer donkere exemplaren met een krijtwitte niervlek behoren meestal tot het weidehalmuiltje en gemiddeld is deze soort iets kleiner. Exemplaren met een uitgesproken witte tekening op de voorvleugel behoren altijd tot de halmrupsvlinder. In de meeste gevallen is genitaliënonderzoek nodig. De vliegperiode is van mei tot september in één generatie en de spanwijdte bedraagt 24-32mm. Waardplant: kropaar, rietzwenkgras en ruwe smele. Engelse benaming: Common Rustic. Friese benaming: –

 

Weidevlekuil – 2017 (NL)

De geelbruine vlekuil (Amphipoea fucosa) is één van de drie Amphipoea soorten die in Nederland voorkomen. De oude naam van deze uil is de geelbruine vlekuil. Kenmerkend is de grote hoeveelheid dunne zwarte dwarslijnen die variëren in intensiteit. De niervlek is geel, oranje of wit en vallen duidelijk op. De grondkleur van de vleugels is licht geelbruin. De biotoop waar de soort is waargenomen kan ondersteunend zijn voor de determinatie. De weidevlekuil komt voornamelijk voor in min of meer vochtige graslanden in de kuststreek en lokaal in het binnenland (rivierengebied). De weidevlekuil vliegt in één generatie van juli tot in oktober en de spanwijdte bedraagt 29-35mm. Waardplant: diverse grassen. Engelse benaming: Saltern Ear. Friese benaming: Gielbrún flekûltsje.

 

Egelskopboorder – 2017 (NL)

De egelskopboorder (Globia sparganii) heeft een geelbruine grondkleur. Op de vleugels zijn twee rijen zwarte vlekjes te zien, één bij de franje lijn en één iets meer naar binnen. Op het midden van de voorvleugel is een zwarte veeg te zien die vanuit de vleugelwortel zich uitstrekt tot de twee zwarte vlekjes in het middenveld. De vliegperiode is van juli tot in oktober in één generatie en de spanwijdte bedraagt 32-40mm. Waardplant: riet. Engelse benaming: Webb’s wainscot. Friese benaming: –

 

Variabele grasuil – 2018 (NL)

Een variabele soort met twee duidelijke kleurvormen is de variabele grasuil (Apamea crenata). De ene kleurvorm is lichtgeel tot bruine, enigszins rood of grijs getinte voorvleugel. Opvallend zijn de donkerbruine, brede schouders die bij de binnenrand van de vleugel uitlopen in twee zwarte strepen waarvan de uiteinden in rusthouding naar elkaar toe lijken te lopen. Langs de voorrand van de vleugel zijn verscheidende schuin naar achteren lopende roodachtige bruine vlekken en vegen te zien. Ook in de achterrand van de vleugel bevinden zich roodachtig bruine getande vlekken. De andere kleurvorm heeft een roodachtig donkerbruine voorvleugel die vrij effen getekend is en waarop alleen de geelachtig omlijnde niervlek en ringvlek opvallen. De vliegperiode is van eind april tot half juli in één generatie en de spanwijdte bedraagt 36-44mm. Waardplant: diverse grassen waaronder kropaar. Engelse benaming: Clouded-bordered Brindle. Friese benaming: Fariabel gersûltsje

 

Donker halmuiltje – 2018 (NL)

Het donker halmuiltje (Oligia latruncula) lijkt veel op de ander halmuiltjes in zijn familie. Het donker halmuiltje is vaak kleiner, donker en grauwgrijs tot zwartachtig waarbij de brede band in het zoomveld een bruine tot koperachtige kleur heeft. Op het borststuk zijn meestal geen oranje of roodachtige bosjes haren te zien. De vleugeluiteinden kunnen bruinachtig zijn, maar ook lichtgrijs of lichtbruin. Bij de lichtere exemplaren valt heel duidelijk de witte golflijn op die grenst aan de donkere middenband. De vliegperiode is van half mei tot in augustus en de spanwijdte bedraagt 24-27mm. Waardplant: kropaar. Engelse benaming: Tawny Marbled Minor. Friese benaming: –

 

Gelobd halmuiltje – 2018 (NL)

Het gelobd halmuiltje (Oligia strigilis) is net als de andere halmuiltjes zeer variabel en moeilijk te onderscheiden van zijn soortgenoten. De helder getekende exemplaren zijn nog het best te onderscheiden vanwege hun zwarte balk tussen beide centrale dwarslijnen en de vrij lichte band in het zoomveld. Het gelobd halmuiltje heeft op de bovenzijde van het borststuk een oranje haarbosje wat kenmerkend is. Verder is kenmerkend de meervoudig ingesneden en sterk en duidelijk gelobde binnenrand van de lichte band in het zoomveld. De inkepingen zijn zichtbaar als dunnen zwarte streepjes op de aders in het zoomveld. De meest opvallende lob is krijtwit en zit het dichts bij de binnenrand van de vleugel. Bij twijfel moet genitaliën onderzoek uitkomst bieden. De vliegperiode is van mei tot eind augustus in één generatie en de spanwijdte bedraagt 22-25mm. Waardplant: kropaar, kweek en rietgras. Engelse benaming: Marbled Minor. Friese benaming: –

 

Gele lis-boorder – 2018 (NL)

Het eerste exemplaar dat ik spotte van de gele lis-boorder (Helotropha leucostigma) was even puzzelen doordat het een al redelijk afgevlogen exemplaar was. De voorrand en de achterrand van deze uil vormen een vrij rechte hoek. De bovenkant van de voorvleugel is chocoladebruin of roodachtig en de niervlek is vrij opvallend wit. Sommige exemplaren zijn vrij effen getekend, maar er zijn ook exemplaren waarbij duidelijk wit getekende aderen zijn te zien zoals bij mijn eerste exemplaar. Daarbij is vaak ook een opvallend lichte band in het zoomveld te zien waarvan de binnenrand recht is. Deze uil vliegt in één generatie van juni tot begin oktober en de spanwijdte bedraagt 37-44mm. Waardplant: gele lis, galigaan en pijpenstrootje. Engelse benaming: The Crescent. Friese benaming: Barchjeblomboarder.

 

Aardappelstengelboorder – 2018 (NL)

Bij het blauwige licht van de lamp die ik gebruik bij het lokken van nachtvlinders zie je soms niet alles even duidelijk. Met een zaklamp schijn ik dan vaak bij om te kijken of ik met een nieuwe soort te maken heb. Dan zie je ineens onopvallend een aardappelstengelboorder (Hydraecia micacea) zitten op een gele baksteen die het doek op zijn plek houdt. Deze geelkleurige, soms rozeachtig bruine, uil heeft twee donkere centrale dwarslijnen op de voorvleugel. De binnenste is onregelmatig en vertoont bij de voorrand een opvallende knik. De buitenste dwarslijn loopt diagonaal over de vleugel en maakt bij de voorrand een scherpe bocht richting de vleugelwortel. Het deel tussen de twee dwarslijnen is donkerder dan de rest van de vleugel. De ringvlek en niervlek zijn donker omrand. De vliegperiode is van juli tot november in één generatie. Waardplant: zuring, weegbree, akkerandoorn, hop, lamsoor, aardappel en gele lis. Engelse benaming: Rosy Rustic. Friese benaming: –

 

Herfstrietboorder – 2018 (NL)

De herfstrietboorder (Rhizedra lutosa) is een vrij forse uil. De smalle, spits toelopende voorvleugel heeft vaak een scherpe, soms iets naar achter buigende vleugelpunt. De basiskleur varieert van strokleurig grijs of licht grijsachtig bruin tot licht roodachtig bruin. Op de vleugel is vaak een grijs- of zwartachtige bestuiving aanwezig. Op de voorvleugel is een lichte adering zichtbaar en een kleine donkere kern van de bijna niet zichtbare niervlek. De buitenste dwarslijn bestaat uit een rij donkere stippen. Op het borststuk is vaak een fijne, kamachtige middennaad aanwezig. De vliegperiode is van eind juli tot in november in één generatie en de spanwijdte bedraagt 42-50mm. Waardplant: riet. Engelse benaming: Large Wainscot. Friese benaming: Hjerstreidboarder.

 

Rietgrasuil – 2019 (NL)

Een kleinere Apamea-soort is de rietgrasuil (Apamea unanimis). Deze uil is duidelijk te herkennen aan de altijd duidelijk afstekende witte rand aan de holle achterzijde van de niervlek. De voorvleugel heeft een lichte tot donkere, roodachtig bruine of olijfbruine kleur en een variabel, soms ruw aandoend gemarmerd uiterlijk. In het wortelveld liggen twee zwarte strepen, één in het midden en één bij de binnenrand van de vleugel. De streep in het midden vormt samen met de zwartachtige zijkant van de schouder een opvallende forse zwarte veeg. Op de achtervleugel is een duidelijke vlek aanwezig in de vorm van een halve maan die bij andere Apamea-soorten ontbreekt. De vliegperiode is van begin mei tot half juli en de spanwijdte bedraagt 30-38mm. Waardplant: rietgras en bochtige smele. Engelse benaming: Small Clouded Brindle. Friese benaming: –

 

Kweekgrasuil – 2019 (NL)

Het meest kenmerkende van de kweekgrasuil (Apamea sordens) is meestal enigszins vertakte zwarte wortelstreep. De voorvleugel is redelijk breed, zandkleurig of grijsachtig bruin en heeft een vrij spitse vleugelpunt. De ring- en niervlek zijn vrij groot en de niervlek is vaak grotendeels of geheel wit omlijnd. In het zoomveld is soms een roodachtige vlek te zien. De vliegperiode is van eind april tot eind juli in één generatie en de spanwijdte bedraagt 34-42mm. Waardplant: diverse grassen waaronder kropaar en kweek. Engelse benaming: Rustic Shoulder-knot. Friese benaming: –

 

Oranjegeel halmuiltje – 2019 (NL)

Van de halmuiltjes is het oranjegele halmuiltje (Oligia fasciuncula) het best te herkennen. De grondkleur van bovenkant van de voorvleugels is geelbruin tot oranjebruin. Het meest kenmerkend is de donkere middenband die begrensd wordt met wit afgezette dwarslijnen. De ring- en niervlek zijn lichtgekleurd en niet opvallend omrand. De vliegperiode is van mei tot in juli in één generatie en de spanwijdte bedraagt 22-26mm. Waardplant: diverse grassen. Engelse benaming: Middle-barred Minor. Friese benaming: Oranjegiel halmûltsje.

 

Moeras-grasuil – 2020 (NL)

De moeras-grasuil (Lateroligia ophiogramma, alternatief Apamea ophiogramma) is slank gebouwde uil met een zandkleurige of licht roodachtig bruine voorvleugel. Kenmerkend is het roodachtig bruine tot donkerbruine veld langs de voorrand. Het veld omvat de ringvlek en de licht gekleurde niervlek en loopt uit in een breed zwartgerande lob die het veld insteekt. Er zijn soms ook exemplaren die bijna helemaal donkerbruin zijn, maar de donkere lob is bij deze vormen ook duidelijk zichtbaar. De spanwijdte bedraagt 32-35mm en de vliegperiode loopt van juni tot half augustus in één generatie. Waardplant: Rietgras en liesgras. Engelse benaming: Double lobed. Friese benaming: Sompegersûltsje.

 

Egale rietboorder – 2020 (NL)

Een nachtvlinder die geen uitgesproken kenmerken heeft is de egale rietboorder (Arenostola phragmitidis). De voorvleugel is effen van kleur, grijs- of roodachtig getinte geelbruine kleur, zonder enige markeringen. Dichter bij de vleugelzoom wordt de vleugel wat donkerder van kleur en de franje donkerbruin. De achtervleugel is grijs en heeft een lichtere franje. De spanwijdte bedraagt 32-36mm en de vliegperiode is van juni tot begin september in één generatie. Waardplant: Riet. Engelse benaming: Fen Wainscot. Friese benaming: Egale Reidboarder.

 

Zandhalmuiltje – 2020 (NL)

Soms ben je niet echt op zoek, loop je buiten en zie je ineens een interessante vlinder zitten. Zo ook met het zandhalmuiltje (Mesoligia furucula). Terwijl ik in de middag om het huis heen loop, zie ik ineens deze zandkleurige nachtvlinder zitten. Het zandhalmuiltje is ondanks de vele variaties in kleur en grootte meestal wel gemakkelijk te herkennen. Tussen de binnenste en buitenste vleugelhelft is een opvallend rechte scheiding te zien. Bij de meest karakteristieke vorm kun je een contrastrijke tweedeling zien tussen de donkerbruine binnenste vleugelhelft en de witachtige met lichtbruine buitenste helft. De lichte ring- en niervlek zijn vaak duidelijk aanwezig. Hij kan verward worden met het duinhalmuiltje (Litoligia literosa), maar die is groter, heeft geen donkere vleugelzoom en de tweedeling tussen beide vleugelhelften is minder duidelijk. De spanwijdte bedraagt 20-24mm en de vliegperiode loopt van juni tot half september in één generatie. Waardplant: Ruwe smele, ruig schapengras, zinkschapengras en glanshaver. Engelse benaming: Cloaked Minor. Friese benaming: –

 

Gewone grasuil – 2020 (NL)

De gewone grasuil (Luperina testacea) is een uil die variabel is in grootte, breedte en kleur. De tekening op de voorvleugel is wel redelijk constant. De niervlek en ringvlek zijn meestal gedeeltelijk zwartgerand en de zwarte middelste dwarslijnen markeren het donkere middenveld. De kleur van de voorvleugel loopt uiteen van dof strokleurig, via licht- en donkerbruin tot zwartachtig bruin waarbij meestal een lichte spikkeling aanwezig is. De achtervleugel is wit of soms grijs en enigszins doorschijnend waardoor de lichtbruine aders te zien zijn. De spanwijdte bedraagt 30-35mm en de vliegperiode loopt van juli tot begin oktober in één generatie. Waardplant: Diverse grassen. Engelse benaming: Flounced Rustic. Friese benaming: Gewoane gersûltsje.

 

Geslacht: Caradrinini

Gewone stofuil – 2017 (NL)

De gewone stofuil (Hoplodrina octogenaria) heeft een voorvleugel die aan de bovenkant een bruine tot geelbruine kleur heeft. Kenmerkend is de grijze bestuiving waardoor het lijkt of er een laagje stof over de vleugels ligt of dat de vlinder al behoorlijk afgevlogen is. Dit was ook het geval bij het exemplaar dat ik voor het eerst spotte. Over de voorvleugel lopen twee donkere dwarsbanden. De binnenste is vrij grof geschubd terwijl de buitenste een fijnere vorm heeft. De kleine ringvlek en de niervlek zijn donkerder dan de ondergrond. De gewone stofuil vliegt in één generatie van mei tot in augustus en de spanwijdte bedraagt 28-34mm. Waardplant: muur, zuring, dovenetel en sleutelbloem. Engelse benaming: The Uncertain. Friese benaming: Gewoan stofûltsje.

 

Morpheusstofuil – 2017 (NL)

De morpheusstofuil (Caradrina morpheus) heeft een okerbruine tot bruingrijze kleur. Zowel de niervlek als de ringvlek zijn donker gekleurd en daardoor duidelijk zichtbaar. Beide uilvlekken zijn niet omrand met een lichte kleur. Door de niervlek loopt vaak een oranjekleurige lijn. De bovenkant van de achtervleugel is wit en donkere aders en franjelijn. Deze stofuil vliegt in één generatie van mei tot in augustus en de spanwijdte bedraagt 32-38mm. Waardplant: brandnetel, zuring, ganzenvoet, kaardebol, bijvoet, walstro en hop. Engelse benaming: Mottled Rustic. Friese benaming: –

 

Zuidelijke stofuil – 2017 (NL)

De zuidelijke stofuil (Hoplodrina ambigua) is een uil die heel erg lijkt op zijn directe familieleden. De voorvleugel is lichtbruin met een grijze bestuiving. De ring- en niervlek zijn goed te zien met hun bruine kleur en witte rand er omheen. De voorrand van de voorvleugel is nagenoeg recht en smaller dan bij de gewone stofuil (Hoplodrina octogenaria). Op de bovenkant van de voorvleugel zijn twee gestippelde dwarslijnen te zien. De vliegperiode is van mei tot oktober in twee generaties en de spanwijdte bedraagt 32-34mm. Waardplant: paardenbloem, zuring en sleutelbloem. Engelse benaming: Vine’s Rustic. Friese benaming: –

 

Egale stofuil – 2017 (NL)

De egale stofuil (Hoplodrina blanda) is lastig te onderscheiden van een aantal andere stofuilen en dan met name de gewone stofuil. De buitenste golvende dwarslijn bestaat bij de egale stofuil meer uit zwarte stipjes in plaats van een doorgetrokken lijn. De uilvlekken zijn groter dan bij de gewone stofuil en zijn wit omrand. De vliegperiode is van juni tot september in één generatie en de spanwijdte bedraagt 31-35mm. Waardplant: muur, zuring en weegbree. Engelse benaming: The Rustic. Friese benaming: Egaal stofûltsje

 

Drielijnuil – 2019 (NL)

De stevig gebouwde drielijnuil (Charanyca trigrammica) heeft een brede, enigszins spits toelopende, voorvleugel. Kenmerkend is het patroon van drie ruwweg parallel lopende donkere dwarslijnen op een lichtere effen ondergrond. De binnenste en buitenste dwarslijn dun en vrij scherp en de middelste is een bredere diffuse lijn. De kleur van de vleugel is een mengeling van grijs- of oranjeachtig bruin en melkwit met een fijne donkere spikkeling. De vleugelzoom is vaak donkerder dan de rest van de vleugel. De vliegperiode is van eind april tot eind juli in één generatie en de spanwijdte bedraagt 35-40mm. Waardplant: weegbree en paardenbloem. Engelse benaming: Treble Lines. Friese benaming: Trijelynûltsje.

 

Smalvleugelrietboorder – 2020 (NL)

De smalvleugelrietboorder (Chilodes maritima) is een slanke uil met een grijsachtige voorvleugel. De voorvleugel heeft een gebogen voorrand die een vrijwel rechte hoek vormt met de achterrand. De kleuren en markeringen zijn variabel. De meeste exemplaren hebben fijne grijze aders en een fijne zwarte spikkeling. Hij lijkt wel op de rietmot (Chilo phragmitella) en lisdoddesnuitmot (Calamotropha paludella), maar deze microvlinders uit de familie grasmotten (Crambidae) hebben lange palpen. Er zijn ook exemplaren die een opvallende ring- en niervlek hebben zoals het eerste exemplaar dat ik van deze soort zag. De achtervleugel is wit. De spanwijdte bedraagt 29-36mm en de vliegperiode is van juni tot in september in één generatie. Waardplant: Riet en levende en dode ongewervelde dieren. Engelse benaming: Silky Wainscot. Friese benaming: Smelwjukreidboarder.

 

Geslacht: Dypterygiini

Meldevlinder – 2017 (NL)

De meldevlinder (Trachea atriplicis) is een bruinachtig grijze uil met op de bovenkant van de voorvleugel mosgroene vlekken en een witte zigzaggende dwarslijn. Kenmerkend is de schuine rozeachtige witte veeg in het middenveld. De uilvlekken zijn deels wit omrand. De vliegtijd is van mei tot in oktober in twee generaties en de spanwijdte bedraagt 38-42mm. Waardplant: melde, zuring, gewoon varkensgras en ganzenvoet. Engelse benaming: Orache Moth. Friese benaming: Mealjeflinter.

 

Vogelwiekje – 2019 (NL)

Een hele herkenbare en goed te determineren uil is het vogelwiekje (Dypterygia scabriuscula). De overwegend zwarte vleugels hebben een lichtbruine binnenrand die richting de zijrandhoek in twee bogen uitloopt in een bredere bruine vlek tegen de achterrand. De bovenzijde van het borststuk sluit aan op deze achterrand en is ook bruin en getooid met een door haren gevormde kuif. Nabij de vleugelpunt zit nog een een lichtbruine vlek. De uilvlekken hebben dezelfde kleur als de vleugel en zijn omring met een donkere dunne rand. De vliegperiode is van half april tot in augustus in twee generaties en de spanwijdte bedraagt 32-37mm. Waardplant: zuring, varkensgras. Engelse benaming: Bird’s Wing. Friese benaming: Fûgelwjukje.

 

Geslacht: Hadenini

Kooluil – 2014 (NL)

De kooluil (Mamestra brassicae) heeft een opvallende witte omtrek van de niervlek. De buitenste dwarslijn is gegolfd waarbij de binnenrand ook wit is. De grondkleur van de bovenkant van de voorvleugel is verder donker grijsbruin. De kooluil vliegt in twee generaties van april tot in oktober en de spanwijdte bedraagt 37-45mm. Waardplant: kool. wilg en eik. Engelse benaming: Cabbage Moth. Friese benaming: Koalûltsje.

 

Perzikkruiduil – 2017 (NL)

De perzikkruiduil (Melanchra persicariae) heeft een zwarte voorvleugel met een opvallende witte niervlek. In de niervlek is een grijs half maantje te zien. Langs de voorrand zijn vaak de witte golflijn en enkel witte vlekjes te zien. Op het borststuk is vaak een klein bosje roodbruine haren te zien. Deze uil vliegt in één generatie van mei tot september en de spanwijdte bedraagt 32-42mm. Waardplant: brandnetel, hop, akkerwinde, zuring, klaver, wilg, klimop en hazelaar. Engelse benaming: Dot. Friese benaming: Bultrûpûltsje.

 

Spurrie-uil – 2017 (NL)

Een belangrijk kenmerk van de spurrie-uil (Anarta trifolii) is de duidelijke witte W in de lichte, zwart afgezette golflijn. De grondkleur is bruinachtig licht- tot donkergrijs. De binnenste lob van de vrij grote niervlek is altijd donkerder dan de grondkleur van de vleugel. Het middenveld en de vleugelpunten zijn lichter gekleurd. De vliegperiode is van half april tot half oktober in twee en soms drie generaties en de spanwijdte bedraagt 30-35mm. Waardplant: melde, brandnetel en zuring. Engelse benaming: The Nutmeg. Friese benaming: Sparjeûltsje.

 

Groente-uil – 2018 (NL)

Een nachtvlinder die ik wat vaker op websites van insectenbestrijding tegen kom is de groente-uil (Lacanobia oleracea). Dit heeft te maken met het leggen van hun eitjes op gewassen die in kassen worden gekweekt. Deze roestbruine uil heeft een wit geringde ringvlek en een oranjegele vlek in de donkere niervlek. Kenmerkend is de duidelijke witte golflijn met de ‘W’ er in. De vliegperiode is van april tot in oktober in twee en soms drie generaties en de spanwijdte bedraagt 28-38mm. Waardplant: brandnetel, sintjanskruid, hazelaar, wilg en hop. Engelse benaming: Bright-line Brown-eye. Friese benaming: Grienteûltsje.

 

Geslacht: Leucaniini

Spitsvleugelgrasuil – 2017 (NL)

De spitsvleugelgrasuil (Mythimna straminea) heeft in tegenstelling tot zijn soortgenoten een voorvleugel met een rechte achterrand. De bovenkant van de voorvleugel is licht geelwit met een iets rozeachtige tint. Er loopt een bruine streep langs de hoofdader. De achtervleugel is wit met donkere aders en grijze spikkeling. De gelijkende stompvleugelgrasuil (Mythimna impura) heeft meer afgeronde vleugels en mist de grijze horizontale streep over de kraag, te zien bij het vooraanzicht, welke uniek is voor de spitsvleugelgrasuil. Deze grasuil vliegt in één generatie van juni tot september en de spanwijdte bedraagt 32-40mm. Waardplant: riet en rietgras. Engelse benaming: Southern Wainscot. Friese benaming: Skerpwjukgersûltsje.

 

Bleke grasuil – 2017 (NL)

De bleke grasuil (Mythimna pallens) heeft een voorvleugel met een lichtgele tot bruinachtige bovenkant. Soms zijn bruine strepen zichtbaar. De bleke grasuil heeft verder geen duidelijke tekening buiten de witte aders. De bovenkant van de achtervleugel is wit. De gelijkende stompvleugelgrasuil (Mythimna impura) is vaak donkerder van klur en heeft een donkergrijze achtervleugel. Deze grasuil vliegt in twee generaties van mei tot in oktober en de spanwijdte bedraagt 30-35mm. Ondanks dat het een nachtvlinder is kom je ze ook wel overdag tegen terwijl ze zitten te rusten in het lange gras. Waardplant: smele en kropaar. Engelse benaming: Common Wainsot. Friese benaming: Bleek gersûltsje.

 

Witstipgrasuil – 2018 (NL)

Zo aan het begin van de herfst toch nog wat nieuwe soorten gelokt. Zo ook de witstipgrasuil (Mythimna albipuncta). Dit is een uil met een warm oranjebruine grondkleur met daarop een scherp afstekende ronde witte vlek die deel uitmaakt van de overigens niet of nauwelijks zichtbare niervlek. De achtervleugel is rookgrijs en het mannetje heeft een zwarte band aan de basis van de onderzijde van het achterlijf. De vliegperiode is van april tot begin november in twee, soms drie generaties en de spanwijdte bedraagt 30-35mm. Waardplant: diverse grassen. Engelse benaming: White-point. Friese benaming: –

 

Komma-uil – 2019 (NL)

Een stevig  gebouwde uil met een grijsachtig bruine of dof strokleurige voorvleugel met witte aders is de komma-uil (Leucania comma). De witte hoofdader eindigt midden op de voorvleugel in een verdikking die grofweg de vorm van een komma heeft. Opvallend is de diepzwarte schouderstreep die vanuit de vleugelwortel langs de witte hoofdader naar het middenveld loopt. Ook de diverse zwartachtige strepen in het zoomveld en de lichte strook langs de voorrand vallen op. Er is weinig variatie in kleur en tekening. De achtervleugel is bruin. De vliegperiode is van half mei tot eind juli in één generatie en soms een tweede generatie van half september tot half oktober. De spanwijdte bedraagt 32-37mm. Waardplant: diverse grassen. Engelse benaming: Shoulder-striped Wainscot. Friese benaming: Kommaûltsje.

 

Stompvleugelgrasuil – 2020 (NL)

Een grasuil die lastig op naam gebracht kan worden is de stompvleugelgrasuil (Mythimna impura). De voorvleugel is in tegenstelling tot zijn soortgenoten redelijk afgerond. Kenmerkend is de opvallende bruine of zwarte streep langs de witachtige hoofdader op de voorvleugel die geelachtig van kleur is. Langs die hoofdader zijn twee zwarte stipjes te zien die samen het het zwarte stipje bij de achterrand een driehoek vormen. De gestreepte onderkant van de voorvleugel is zwart gespikkeld en de bovenkant van de achtervleugel is vaak donkergrijs. De gelijkende bleke grasuil (Mythimna pallens) is vaak lichter van kleur en heeft een witte achtervleugel. De gelijkende spitsvleugelgrasuil (Mythimna straminea) heeft een voorvleugel met een rechte achterrand die vlak voor de vleugelpunt licht naar buiten buigt. Verder heeft deze grasuil een smalle grijze lijn over de kraag wat te zien is bij het vooraanzicht. De spanwijdte bedraagt 31-38mm en de vliegperiode is van mei tot september in één generatie. Waardplant: Kropaar en riet. Engelse benaming: Smoky Wainscot. Friese benaming: Stompwjukgersûltsje.

 

Gekraagde grasuil – 2020 (NL)

De gekraagde grasuil (Mythimna ferrago) heeft een opvallende witte vlek in de niervlek. Deze vaalwitte vlek is druppelvormig wat de gekraagde grasuil onderscheidt van de witstipgrasuil (Mythimna albipuncta). Bij de witstipgrasuil is deze vlek veel witter en rond van vorm. De gekraagde grasuil is tevens groter dan de witstipgrasuil en heeft een bredere voorvleugel. De bovenkant van de voorvleugel is geelbruin tot licht roodbruin en de gebogen buitenste dwarslijn is te zien als een rij zwarte stippen. Bij de witstipgrasuil is dat meer een lichte band. De achtervleugel is donkergrijs. De mannetjes hebben op de onderkant van het achterlijf een zwarte driehoek of chevron. De spanwijdte bedraagt 35-40mm en de vliegperiode loopt van juni tot september in één generatie. Waardplant: Kropaar, beemdgras, paardenbloem en weegbree. Engelse benaming: The Clay. Friese benaming: –

 

Geslacht: Noctuini

Huismoeder – 2008 (NL)

De huismoeder (Noctua pronuba) is een zeer variabele in kleur maar kenmerkende uil met lange smalle afgeronde voorvleugels. De kleur van de voorvleugels kan variëren van roodbruin tot zwartbruin met weinig tekening tot lichtbruin met lichtbruine of grijze marmering. Op de plek waar de golflijn de voorrand raakt zit een zwart vlekje. De achtervleugel is oranje met een smalle zwarte achterrand. De nier- en ringvlek zijn goed waarneembaar. De huismoeder vliegt ’s nachts in één generatie van juni tot in oktober en de spanwijdte bedraagt 42-52mm. Overdag zitten ze verscholen in lage struiken of planten. Waardplant: diverse kruidachtige planten en grassen. Engelse benaming: Large Yellow Underwing. Friese benaming: Tsjoenster.

 

Gewone worteluil – 2015 (NL)

De gewone worteluil (Agrotis clavis) heeft een lichtbruine tot donkerbruine grondkleur. Op de voorvleugel is altijd wel een duidelijk opvallende donkere kleine streep te zien in de lengterichting van de aders. De uilvlekken zijn donkerder gekleurd dan de grondkleur en duidelijk herkenbaar. De gewone worteluil vliegt in twee generaties van mei tot in oktober en de spanwijdte bedraagt 30-38mm. Waardplant: diverse kruidachtige planten. Engelse benaming: Heart and Dart. Friese benaming: Gersûltsje.

 

Houtspaander – 2017 (NL)

De houtspaander (Axylia putris) is in ruststand een smalle uil doordat de vleugels rond het lichaam worden gevouwen. Vanwege de lichtbruine houtkleur en het opvouwen van de vleugels lijkt de vlinder net een takje. De niervlek bevindt zich op de scheiding van de lichte kleur en de donkere kleur langs de voorrand. De houtspaander vliegt in één soms twee generaties van mei tot september en de spanwijdte bedraagt 28-32mm. Waardplant: walstro, weegbree, brandnetel, zuring en dovenetel. Engelse benaming: Flame. Friese benaming: Houtspuonûltsje.

 

Puta-uil – 2017 (NL)

De puta-uil (Agrotis puta) heeft op de voorvleugel een lichte ringvlek met een donkere kern. Het mannetje heeft een lichtbruine voorvleugel waarop de niervlek moeilijk te zien is. De ringvlek steekt wel duidelijk af. Het vrouwtje heeft een veel donkergekleurde voorvleugel. De puta-uil vliegt in twee generaties van april tot in oktober en de spanwijdte bedraagt 30-32mm. Waardplant: zuring, paardenbloem, gewoon varkensgras en sla. Engelse benaming: Shuttle-shaped Dart. Friese benaming: Putaûltsje.

 

Zwarte C-uil – 2017 (NL)

De zwarte C-uil (Xestia c-nigrum) is goed te herkennen aan de opvallende strogele driehoekige vlek langs de voorrand van de voorvleugel. Aan deze lichte vlek grenst een zwarte vlek in de vorm van een hoekige ‘C’. De kraag van deze uil is ook strogeel. De rest van de voorvleugel is donkergrijs. De achtervleugel is wit en langs de achterrand een grijze bestuiving. De zwarte C-uil vliegt in twee generaties van april tot december en de spanwijdte bedraagt 28-38mm. Waardplant: brandnetel, dovenetel en wilgenroosje. Engelse benaming: Setaceous Hebrew Character. Friese benaming: Swart c-ûltsje.

 

Open-breedbandhuismoeder – 2017 (NL)

De open-breedbandhuismoeder (Noctua janthe) is moeilijk te onderscheiden van de kleine breedbandhuismoeder (Noctua janthina). Vooral in de rusthouding is dit het geval. Het verschil tussen beide breedbandhuismoeders is het beste te zien aan de achtervleugel. Deze uil heeft een paars- of roodachtig bruine voorvleugel met een donkere dwarsband die overgaat in een lichte zone. De uilvlekken zijn nauwelijks zichtbaar.  De poten lopen qua kleur over van een lichte effen kleur in een deel met zwarte bandjes. De vliegperiode is van juni tot september en de spanwijdte bedraagt 30-40mm. Waardplant: diverse kruidachtige planten, struiken en loofbomen. Engelse benaming: Lesser Broad-bordered Yellow Underwing. Friese benaming: Iepenbreedbântsjoenster.

 

Gewone breedvleugeluil – 2017 (NL)

De gewone breedvleugeluil (Diarsia rubi) heeft een roodachtige gloed (rubi = rood) over de bovenkant van de voorvleugels. Op de vleugels zit verder een roodachtig bruine of donkerbruine band en bestuiving. De buitenste dwarslijn is aan de buitenzijde afgezet met een zeer donkere lijn die geleidelijk overgaat in een lichtere zone. Tussen de niervlek en de ringvlek zit een donkere vierkante vlek. De vliegperiode is van mei tot oktober in twee generaties en de spanwijdte bedraagt 28-33mm. Waardplant: paardenbloem, zuring en vingerhoedskruid. Engelse benaming: Small Square-spot. Friese benaming: Gewoan breedwjukûltsje.

 

Haarbos – 2017 (NL)

De haarbos (Ochropleura plecta) valt het meest op door zijn geelkleurige brede strook langs de vleugelrand. Direct naast deze lichte strook zit een zwarte baan en de rest van de vleugel is donkerbruin. De uilvlekken vallen duidelijk op vanwege de witte omlijning. Op de kop is een opvallend lichtbruine beharing aanwezig. De vliegperiode is van april tot in oktober in twee en soms drie generaties en de spanwijdte bedraagt 24-30mm. Waardplant: diverse kruidachtige planten. Engelse benaming: Flame Shoulder. Friese benaming: Hierbosk.

 

Zwartpuntvolgeling – 2017 (NL)

De zwartpuntvolgeling (Noctua orbona) lijkt erg op de volgeling (Noctua comes) die een bredere voorvleugel heeft. Bij de zwartpuntvolgeling zit een duidelijk begrenst zwart vlekje op de veelal grijsachtig bruine voorvleugel dicht bij de vleugelpunt. Die ontbreekt bij de volgeling. Op de oranjegele achtervleugel zit een donkere maanvormige middenvlek en langs de achterrand loopt een smalle zwarte band. Vaak bevindt zich tegen de voorrand van de voorvleugel, net onder de niervlek, een klein donker vlekje met daarnaast een witachtig vlekje. De vliegperiode is van mei tot september in één generatie en de spanwijdte bedraagt 38-45mm. Waardplant: allerlei grassen en kruidachtige planten. Engelse benaming: Lunar Yellow Underwing. Friese benaming: Swartpuntfolgeling.

 

Grote worteluil – 2018 (NL)

Een goed te herkennen uil is de grote worteluil (Agrotis ipsilon). Kenmerkend is de langgerekte zwarte pijlvormige streep aan de buitenzijde van de niervlek. Deze streep steekt ver het zoomveld in en raakt soms de kleinere pijlvlekken aan de binnenzijde van de golflijn. In rusthouding worden de vleugels over elkaar heen geslagen waardoor een smalle en lange indruk wordt gecreëerd. De vleugels variëren verder in kleur van licht- tot donkerbruin waarbij de lichte exemplaren een donkere strook langs de voorrand hebben. De vliegperiode is van april tot in oktober in twee generaties en de spanwijdte bedraagt 35-50mm. Waardplant: kruidachtige planten, grassen en groenten. Engelse benaming: Dark Sword-grass. Friese benaming: Grutte woartelûle.

 

Vierkantvlekuil – 2018 (NL)

Een uil die je vooral in de nazomer ziet is de vierkantvlekuil (Xestia xanthographa). Het is een erg variabele soort qua kleuren. De lichte en/of licht omlijnde niervlek is kenmerkend. Ze lijken door de donkere opvulling aan de uiteinden van de lobben soms vierkant. De ringvlek steekt vaak ook licht af en tussen de ring- en niervlek licht vaak een donker vlak. De geschulpte dwarslijnen zijn niet altijd zichtbaar en de buitenste dwarslijn is altijd zichtbaar als een rij stippen of streepjes. De kleur van de voorvleugel varieert van lichtbruin tot rood- of grijsachtig bruin. De vliegperiode is van eind juli tot in oktober in één generatie en de spanwijdte bedraagt 32-35mm. Waardplant: walstro en pijpenstrootje. Engelse benaming: Square-spot rustic. Friese benaming: Fjouwerkantflekûltsje.

 

Kleine breedbandhuismoeder – 2019 (NL)

Voor het benoemen van de huismoeders is het zaak een kijkje te nemen naar de bovenkant van de achtervleugels. Die zijn heel kenmerkend en geeft je de mogelijkheid de juiste soort te benoemen. Voor de kleine breedbandhuismoeder (Noctua janthina) had ik het geluk dat ik op het juiste moment een foto kon maken. Deze uil is wat kleiner dan zijn soortgenoten en heeft een paars- of roodachtige voorvleugel die soms blauwgrijs lijkt. De tekening op de voorvleugel is relatief slecht zichtbaar. Wel zie je vaak een duidelijke bandering. Het meest kenmerkende is de achtervleugel die okergeel is met bij de vleugelwortel een grote donkere vlek en langs de achterrand een zeer brede zwartachtige band die langs de voorrand met elkaar verbonden zijn. In het min of meer ingesloten ronde of ovale oranje veld daartussen zie je meestal zwarte aders. De vliegperiode is van eind juni tot in september in één generatie en de spanwijdte bedraagt ongeveer 35mm. Waardplant: diverse kruidachtige planten, loofbomen. Engelse benaming: Langmaid’s Yellow Underwing. Friese benaming: Lytse breedbântsjoenster.

 

Breedbandhuismoeder – 2020 (NL)

Voor het herkennen van de huismoeder soorten moet je altijd letten op de achtervleugel om zeker te zijn van de juiste identificatie. Voor de breedbandhuismoeder (Noctua fimbriata) is dat niet direct nodig. De kleur van de bovenzijde van de voorvleugel is varierend, maar de tekening is vrij constant. De voorvleugel van het mannetje is roodachtig bruin tot olijfgroen en bij het vrouwtje is dat lichtbruin, lichtgoen of roodachtig bruin. De dwarslijnen zijn ongetand en op de oranjegele achtervleugel loopt een brede zwarte zoom langs de achterrand. De witte poten zijn aan het uiteinde zwartwit geringd. De spanwijdte bedraagt 45-55mm en de vliegperiode is van juni tot oktober in één generatie. Waardplant: Brandnetel, zuring, berk, braam, liguster en wilg. Engelse benaming: Broad-bordered Yellow Underwing. Friese benaming: Breedbântsjoenster.

 

Driehoekuil – 2020 (NL)

Een uil die sterk op de trapeziumuil (Xestia ditrapezium) lijkt is de driehoekuil (Xestia triangulum). De redelijk brede voorvleugel is meestal licht grijsachtig bruin met soms een rood- of rozeachtige tint. Soms is de voorvleugel donkerder of overheersend grijs. De driehoekuil heeft een iets bredere en lichtere voorvleugel dan de trapeziumuil en een grijsbruine achtervleugel waar de trapeziumuil een lichtbruine achtervleugel heeft. Op de achtervleugel is een vage middenvlek te zien en de de franjes zijn iets lichter gekleurd dan de achtervleugel. Het beste is het verschil te zien aan de zone tussen de dwarslijn die het wortelveld begrenst en de binneste dwarslijn. Bij de driehoekuil is deze zone even licht als het wortelveld. Bij de trapeziumuil is deze zone juist donkerder. Op de voorvleugel is een zwart veld te zien waarin de lichtere ringvlek schuin naar binnen steekt. De zwarte vlekken boven en onder de ringvlek zijn vaak niet verbonden. Vlakbij de vleugelpunt op de voorvleugel is een zwart vlekje te zien wat hem onderscheidt van de gelijkende ruituil (Xestia stigmatica). De vliegperiode is van mei tot september in één generatie en de spanwijdte bedraagt 36-46mm. Waardplant: Weegbree, zuring en brandnetel. Engelse benaming: Double Square-spot. Friese benaming: Trijehoekûltsje.

 

Geslacht: Orthosiini

Tweestreepvoorjaarsuil – 2018 (NL)

Eén van de voorjaarsuilsoorten, die onderling redelijk gemakkelijk te herkennen zijn, is de tweestreepvoorjaarsuil (Orthosia cerasi). De voorvleugelpunt is afgerond en deze uil heeft een opvallend licht omlijnde, grote ringvlek en brede niervlek. Opvallend is verder de lichte, aan de binnenzijde iets donker afgezette, golflijn op de voorvleugel. De zeer variabele grondkleur loopt uiteen van licht zandkleurig bruin tot warmbruin en oranjeachtig  of grijsachtig bruin tot zwartachtig bruin. De vliegperiode is van februari tot juni in één generatie en de spanwijdte bedraagt 34-40mm. Waardplant: eik, wilg, berk, meidoorn en fruitbomen. Engelse benaming: Common Quaker. Friese benaming: –

 

Kleine voorjaarsuil – 2018 (NL)

De kleine voorjaarsuil (Orthosia cruda) is goed te onderscheiden van de andere voorjaarsuilen vanwege zijn geringe grootte. Daarnaast is hij vrij licht van kleur  en heeft een gelijkmatig uiterlijk. De voorvleugel heeft een ruw aandoend spikkelig uiterlijk door de over de vleugel verspreid liggende zwartachtige schubben. Van de tekening zijn vaak alleen de smalle niervlek en de licht golflijn goed te zien. De dwarslijnen zie je als rijen zwartachtige stippen. Deze voorjaarsuil vliegt in één generatie van begin maart tot half mei en de spanwijdte bedraagt 25-30mm. Waardplant: eik, berk, hazelaar, wilg, iep, lijsterbes en spaanse aak. Engelse benaming: Small Quaker. Friese benaming: Foarjiersûltsje.

 

Variabele voorjaarsuil – 2018 (NL)

Een voorjaarsuil die meestal wel goed te herkennen is, is de variabele voorjaarsuil (Orthosia incerta). De voorvleugel heeft altijd een hoekige vleugelpunt en de tekening is meestal vrij ruw en vlekkerig. Aan de binnenzijde van de lichte, enigszins onregelmatige golflijn zijn vrijwel altijd enkele kleine donkere vlekken te zien iets voor het midden en bij de binnenrand van de vleugel. Bij donkere exemplaren, zoals ik hem gespot heb, zijn deze vlekken minder duidelijk. De kleur en tekening variëren sterk: er zijn zwartachtige of donker roodachtig bruine exemplaren met een onduidelijke tekening, sommige zijn lichtbruin, roodachtig grijs of lichtgrijs met donkerbruine of zwartachtige spikkels en vlekken. Bij veel exemplaren steekt het grijze borststuk af tegen de donkere vleugels. De vliegperiode is van maart tot begin juni in één generatie en de spanwijdte bedraagt 35-40mm. Waardplant: eik, wilg, sleedoorn, fruitbomen en zuring. Engelse benaming: Clouded Drab. Friese benaming: –

 

Dennenuil – 2019 (NL)

Het is lang koud in 2019 en duurt tot ver in april voordat de eerste nachtvlinders op het doek verschijnen. De eerste nieuwe soort is de dennenuil (Panolis flammea). Een uil herkenbaar aan de opvallend lichte, scherp afgetekende en karakteristiek gevormde niervlek. De niervlek is langgerekt, gebogen en strekt zich uit in de richting van de vleugelpunt. De puntig voorvleugel heeft een oranjebruine, roodachtig bruine of steenroden kleur. Sommige exemplaren zijn juist meer groenachtig grijs. In rusthouding houdt deze uil de vleugels in de dakvorm. De vliegperiode is van maart tot begin juni in één generatie en de spanwijdte bedraagt 30-33mm. Waardplant: naaldbomen. Engelse benaming: Pine Beauty. Friese benaming: Dinneûltsje.

 

Geslacht: Phlogophorini

Agaatvlinder – 2016 (NL)

De agaatvlinder (Phlogophora meticulosa) rusten overdag op muren of paaltjes. Het exemplaar dat ik gespot heb schoof aan op ons tafeltje toen we op ochtend een kop koffie op een terras nuttigden. Verse vlinders hebben een olijfgroene kleur en de vleugels zijn in rusthouding sterk geplooid waarbij de voorrand diep naar achteren is gebogen. Op de voorvleugels zijn drie aaneengesloten, in rusthouding V-vormige, gekleurde zones te herkennen. De agaatvlinder vliegt in twee generaties van mei tot oktober en de spanwijdte bedraagt 42-50mm. Waardplant: zuurbes, brandnetel, hop, spoorbloem, zuring, braam, hazelaar, berk en eik. Engelse benaming: Angle Shades. Friese benaming: Agaatflinter.

 

Levervlek – 2020 (NL)

Net als de agaatvlinder (Phlogophora meticulosa) heeft de levervlek (Euplexia lucipara) een rusthouding waardoor het op een dood blad lijkt. De voorrand van de vleugel wordt onder de rest van de vleugel gevouwen en de vleugelpunt naar beneden. De levervlek is te herkennen aan de witte tot lichtgele niervlek die zich op de grens van de donkere middenband en de brede lichtbruine of rozebruine zone bij de achterrand bevindt. In die brede lichtbruine zone valt de goudgele vlek nabij de niervlek duidelijk op. De spanwijdte bedraagt 27-32mm en de vliegperiode is van mei tot augustus in één generatie. Waardplant: Varen en berk. Engelse benaming: Small Angle Shades. Friese benaming: Leverflek.

 

Geslacht: Tholerini

Gelijnde grasuil – 2018 (NL)

Bij het controleren van de lichtbak welke nachtvlinders ik gelokt had, was ik erg enthousiast over het aantreffen van de gelijnde grasuil (Tholera decimalis). De schitterende tekening van geelachtige witte aders op de voorvleugel geeft aan hoe mooi nachtvlinders eigenlijk kunnen zijn. Aan de binnenzijde van de lichtgekleurde golflijn bevinden zich zwarte pijlvlekken. De dwarslijnen zijn donker en onopvallend. Het mannetje is stevig gebouwd en heeft een brede voorvleugel met een rechte voorrand. Het vrouwtje heeft een nog bredere voorvleugel waarvan de voorrand recht of enigszins gebogen is. De vliegperiode is van begin augustus tot eind september in één generatie en de spanwijdte bedraagt 32-45mm. Waardplant: diverse harde grassen. Engelse benaming: Feathered Gotic. Friese benaming: –

 

Geslacht: Xylenini

Hyena – 2011 (NL)

De hyena (Cosmia trapezina) heeft op de voorvleugel een diagonale dwarslijn die van de voorrand naar de binnenrand loopt. De buitenste dwarslijn loopt van de voorrand via een scherpe hoek naar de binnenrand. In rusthouding lijkt het dan ook of er een V op de vleugels getekend is. De niervlek is goed zichtbaar door de zwarte stip die hierin aanwezig is. Er zijn ook exemplaren die lichtgekleurd zijn en waar de band tussen beide dwarslijnen zeer donker gekleurd is. De hyena vliegt in één generatie van juni tot oktober en de spanwijdte bedraagt 25-33mm. Waardplant: eik, berk, iep, sleedoorn, meidoorn, hazelaar, wilg, ratelpopulier en spaanse aak. Engelse benaming: The Dun-bar. Friese benaming: Hyenaûltsje.

 

Iepengouduil – 2018 (NL)

Een mooie uil die ik gelokt heb in de nachtvlinderval is de iepengouduil (Xanthia gilvago). Deze uil heeft een opvallende dof oranjegele of oranjebruine voorvleugel en een donkerbruin vlekkerig bandenpatroon. Dit patroon is soms gereduceerd tot enkele donkere vlekken en onduidelijke dwarslijnen. De binnenste lob van de niervlek is donker gevuld. De achtervleugel is witachtig en bij de binnenrandhoek soms wat donkerder. De vliegperiode is van eind augustus tot begin november in één generatie en de spanwijdte bedraagt 32-38mm. Waardplant: iep en diverse kruidachtige planten. Engelse benaming: Dusky-lemon Sallow. Friese benaming: –

 

Variabele herfstuil – 2018 (NL)

Een zeer variabele uil qua kleur maar toch goed te herkennen is de variabele herfstuil (Agrochola lychnidis). De voorvleugel heeft een kastanjebruine of roodbruine grondkleur, maar kan ook geelachtig zijn of soms donkerder en grijsachtig. De donkere ringvlek is klein en langgerekt en de niervlek is meestal donkerder en smal. Aan de binnenzijde van de golflijn is langs de voorrand vaak een donkerbruine of zwartachtige korte schuine streep of wigvormige vlek te zien. In het middenveld zijn enkele zwakkere zwarte vlekken aanwezig. Sommige exemplaren hebben een zwakke tekening, anderen hebben opvallend lichte of donkere dwarslijnen en lichtgekleurde aders. De vliegperiode is van september tot half november in één generatie en de spanwijdte bedraagt 30-35mm. Waardplant: boterbloem, klaver, vogelmuur en meidoorn. Engelse benaming: Beaded Chestnut. Friese benaming: Fariabel hjerstûltsje.